De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 99)

Nu, moeder en Melle, ik schei uit met de pen, maar niet met het hart en spoedig schrijf ik weer eens een brief ; maar nu moeten jelui eerst eens schrijven en graag heel veel nieuws uit Zevenhuizen en hoe het de menschen, die ik daar nog ken, allen gaat, zooals de dominé en meester en de boeren. Is ook Jacob nog altijd bij de familie Santema en is die dochter al weer beter ? en hoe gaat het met dien schoenmaker en dat meisje van hem ? Aardig, dat die zoo vriendelijk voor moeder is, net als de zuster voor mij. Melle moet vooral ook weer eens schrijven, want ik kan het best lezen, hoor. Ik zit hier op mijn kamertje. Fijn, dat men met niemand meer iets te maken heeft, dan met zijn werk om dat goed te doen, en dat ik weer gezond mag zijn, daar ben ik onzen lieven Heer toch zoo dankbaar voor.

Nu, dag moeder en Melle, en de groeten van zuster en van jelui liefhebbende

Liesbet.

P.S. Wil oom Jacob ook van mij groeten, maar vertel hem niet van dien rijksdaalder, of kan dat geen kwaad ? Hij moet er in elk geval niet over spreken, en Melle ook niet.

Het duurde lang, voor vrouw Paulussen den brief gelezen had. Nog nimmer had Liesbet zooveel geschreven. Soms kwam een glimlach over haar gelaat; een enkele maal wischte zij een traan uit het oog. Een goed kind toch, wat de menschen ook zeggen mochten, en met een hart, dat nog liefhebben kon.

Nu kreeg die zilverbon nog méér waarde. Hij was van het eerste, verdiende loon in den nieuwen dienst. Ja, die Zuster, dat was een wonder! Zulke menschen woonden hier te Zevenhuizen niet ; tenminste, zij had hen nog nooit ontmoet, uitgezonderd dan een heel enkele, zooals Nienke Huitema. Hier leefde elk meestal voor zichzélf en dacht niet veel om den nood van een ander. Dus, Liesbet ging nu naar de kerk. Zij had wel gemerkt, dat het meiske den laatsten tijd zoo veranderde en veel over den godsdienst dacht. Nu, dat was goed. Daar kon nooit kwaad van kommen. Hé, was Melle daar al ? 't Zou van avond wel wat later worden, had hij gezegd, want boer Santema en Gabe waren beiden weg en nu had Tjerk het des te drukker. Ook moest hij voor de vrouw een paar boodschappen doen.

't Volgende oogenblik werd de deur geopend en „volk" geroepen. Dat was een vreemde stem. Haastig werd weer in de diepe lade van de tafel geborgen, wat haar hart met blijdschap vulde, om te zien, wiè op dit ongewone uur nog aan de deur mocht zijn. Plotseling stond zij voor Ds Buitenveld. Als van schrik verlamd, wist vrouw Paulussen aanstonds niet, wat te moeten zeggen. Eerst toen hij vriendelijk vroeg of hij wel even mocht binnenkomen, kwam zij tot zichzelf, om daarop de kamerdeur wijd te openen en hem een stoel te presenteeren.

„'k Dacht, dat het onze Melle was" — verontschuldigde zij.

„Is uw zoon nog niet thuis? Hij werkt tegenwoordig op „Donia-state", naar ik meen ? "

„Ja, dominé; ze zijn daar zoo goed voor hem, en vooral de jonge boer. Aan hem hebben wij het te danken, dat Melle daar is en 'k denk, dat hij daar ook nog wel een poosje zal blijven, 't Is ook zoo'n goede jongen, moet dominé denken, en alles, wat hij verdient, geeft hij aan zijn moeder".

„Dat is flink van hem en verlicht u den last van den ouderdom; ge kunt het dan zoo samen nog aardig hebben. En hoe gaat het met uw dochter in Amsterdam ? "

„Zoo best, dominé, 't is een wonder. Om u de waarheid te zeggen, zat ik juist een brief van haar te lezen, dien de post hier straks bracht".

„Och kom; dus zij schrijft nu nog al eens ? "

„O ja, heel veel, dominé; 'k heb nu in de laatste week of tien al drie brieven van haar ontvangen. Zij is zoo dankbaar en blij en gaat nu ook naar de kerk". Bij dit laatste woord was 't, alsof vrouw Paulussen schrok van zichzelf. Ging zij zich hier niet op glad ijs begeven? Evenwel deed Ds Buitenveld alsof hij het niet merkte.

„Daar ben ik blij om ; zij is, meen ik, onlangs ook nog al vrij ernstig ziek geweest ? " — vervolgde hij.

„Ja, doininé, heel erg. De dokters hadden niet gedacht, dat zij het halen zou en toen kreeg ik zoo'n telegram om over te komen. Dat was wat, dominé. U moet rekenen, zulk soort menschen als wij zijn dat heelemaal niet gewoon, 'k Had nog nooit eerder in het spoor gezeten en onze Melle ook niet, en wij hadden nog nooit de zee gezien. En toen zoo maar hals over kop de deur uit. M'n broer heeft ons het reisgeld geleend, en zoo zijn wij weg gegaan, 'k Ben er nog raar van, als ik daar aan denk, en toen bij avond die groote zee over. Van zelf, nooit een oog dicht gedaan en toen 's morgens heel vroeg al in Amsterdam. En wat een. huizen ! En hoog! Vreeselijk was het. En dan druk in die straten!

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's