De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging

18 minuten leestijd

beroepingswerk e.d.

Nederlandsche Hervormde Kerk.                                                                        Beroepen te Landsmeer cand. L. D. van Dijl, hulppred. te Amsterdam — te Gaast- Ferwoude (toez.) cand. C. W. Wagenaar te Leeuwarden.

Aangenomen naar Velp (Gld.) Adr. Oskamp te Leeuwarden — naar Scheveningen (Duinoordkerk) J. A. Kwint te Rotterdam.

Bedankt voor Ermelo (vac. J. J. Timmer) J. C. Terlouw te Garderen.

Gereformeerde Kerken.

Tweetal te Mijdrecht : P. H. de Kleer te Overschild en J. H. Mulder te Giessen- Oud- en Nieuwkerk — te Geersdijk (Z.) : cand. L. Dorst, hulppred. te Harskamp en cand. J. Verlare te Kampen.

Drietal te Borger (Dr.) : cand. R. A. Hoogkamp, hulppred. te Elim; J. Z. Potjer, hulppred. te Heemse en D. C. Tiemens, hulppred. te Almelo.

Aangenomen naar Winsum-Obergum J. Dijk te Zevenhuizen (Gr.) —\ naar Leeuwarden (5de pred. plaats) G. Hagens te Asperen.

Bedankt voor Drachten (vac. G. Staal) B. Bouma te Noordwijk aan Zee — voor Zuidhorn (Gr.) J. Rook te Mussel (Gr.).

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Aangenomen naar 's-Gravenmoer J. Tolsma te Zaamslag — naar Dokkum cand. H. W. Eerland te Apeldoorn.

Bedankt voor Amsterdam(Noord), De Krim, Rozenburg, Sassenheim en Wildervank, cand. H. W. Eerland te Apeldoorn — voor Zwolle J. M. Visser te Midwolda.

Hulppredikers.

Benoemd is tot hulpprediker bij de Ned. Herv. gemeente van Delfzijl cand. C. J. van der Sluys, hulppred. te Eenum (Gr.).

Benoemd is tot hulpprediker bij de Ned. Herv. gemeente te Gorssel cand. J. H. Strasser te Emmen.

Afscheid, bevestiging en intrede.

Ds H. S. J. Kalf preekt Zondag 21 Sept. 's middags 2 uur afscheid te Renswoude en Zondag 28 Sept. intrede t-e Gouda. Bevestiger is Ds J. H. F. Remme van Amsterdam.

Cand. J. M. Weddenpohl is te Oudega bevestigd door zijn ambtsvoorganger Ds C Aalders, thans te Wommels, met Jes. 28 vers 16.  Ds Weddenpohl preekte intrede met 1 Joh. 5 vers 4b. Hij werd toegesproken door Ds J. C. M. Jansen van IJlst, door ouderling IJ. Bruinsma en door den consulent Ds G. J. Bijlsma.

Na bevestigd te zijn door Ds Jac. Treffers, pred. aldaar, met een predikatie over Ezech. 33 vers 7, deed Ds L. J. R. Kalmijn, gekomen van Vollenhove, zijn intrede te Woerden, sprekende naar aanleiding van 1 Tim. 6 vers 11a, 13 en 14. De. nieuwe leeraar werd toegesproken door Ds Jac. Treffers namens den Ring Woerden, voorts namens kerkeraad en kerkvoogdij, en als collega.

Dr L. D. Terlaak Poot jubileert.

Woensdag 27 Aug, viert de bekende Haagsche predikant Dr L. D. Terlaak Poot zijn zilveren ambtsjubileum.

Lourens Dirk Terlaak Poot, geboren 17 Dec. 1890 te 's-Gravenhage, bezocht aldaar het Chr. Gymnasium en studeerde aan de Leidsche Universiteit. Noordwijkerhout was zijn eerste gemeente. In 1920 werd uit verschillende beroepen dat naar Amsterdam aangenomen, waar Ds Poot kwam in de vac. van wijlen Ds Snethlage. In 1926 werd het beroep naar Haarlem aangenomen in de vac. van wijlen Ds Barbas. In 1930 werd opnieuw het beroep naar de hoofdstad aangenomen, thans in de vac. wijlen Ds N. van Schouwenburg. Na drie jaar werd een beroep naar zijn geboorteplaats door Dr Poot aangenomen in de vacature, ontstaan door het overlijden van Ds J. G. Schuller. Op 14 Mei 1933 verbond Dr Poot zich aan de Haagsche gemeente, sprekende over Joh. 3 vers 31a.

Ds J. G. Dekking overleden.

De 84-jarige was enkele maanden geleden nog in actieven dienst.

In het Diaconessenhuis te Utrecht is in den ouderdom van 84 jaar overleden Ds J. G. Dekking, sinds 1 Juli j.l. emer. pred. van de Ned. Hervormde Kerk.

Jacobus Gerard Dekking, geboren 30 April 1857 te Utrecht, studeerde aan de Rijksuniversiteit aldaar, 12 Juli 1886 werd hij predikant te Zijderveld. In 1888 vertrok Ds Dekking naar Jaarsveld, welke standplaats in 1898 met Krimpen aan de Lek verwisseld werd. In 1902 begaf hij zich naar Monster, om in 1913 te Montfoort zijn intrede te doen. In 1916 verbond Ds Dekking zich aan de gemeente van Renkum, vanwaar hij in 1918 naar Putten vertrok. In 1921 werd het beroep naar Kesteren aangenomen, vanwaar hij in 1929 naar Bergambacht ging. Op 18 Mei 1930, toen de nu ontslapene reeds bijkans 45 dienstjaren had, verbond hij zich aan zijn laatste gemeente en wel die te Houten.

Ondanks zijn hooge jaren bleef Ds Dekking nog in actieven dienst en toen hem 1 Juli j.l. eervol emeritaat werd verleend, was hij de oudste dienstdoende predikant. Tot voor kort preekte Ds Dekking nog elken Zondag tweemaal, bij vacaturebeurten zelfs driemaal. Enkele maanden geleden kwam in zijn gezondheidstoestand een inzinking. Op medisch advies vroeg hij emeritaat aan per 1 Juli 1941. Kort voor dien datum moest hij evenwel worden opgenomen in 't Diaconessenhuis te Utrecht. Het was hem niet meer gegeven persoonlijk afscheid te nemen van de gemeente, die hij het langst gediend had. Op 30 Juni heeft Ds W. L. Mulder, van Veenendaal, namens hem tot de gemeente van Houten een woord van afscheid gesproken.

Ds Dekking heeft zitting gehad in het Hoofdbestuur van den Geref. Zendingsbond en in het Class. Bestimr van Gouda.

Begrafenis Ds J. G. Dekking.

Donderdagmiddag is op de begraafplaats te Jaarsveld. waar de overledene van 1888 —1898 predikant was, het stoffelijk overschot van Ds J. G. Dekking, in leven em. pred. der Ned. Herv. gemeente van Houten, aan den schoot der aarde toevertrouwd.

Tevoren werd in de kapel van het Diaconessenhuis te Utrecht een korte rouwdienst gehouden, waar voorging Ds W. L. Mulder, Ned. Herv. pred. te Veenendaal, en beroepen predikant van Houten. De zaal was geheel met belangstellenden gevuld, waaronder velen uit Houten, die hun leeraar, die hen nog slechts enkele weken geleden met emeritaat had verlaten, de laatste eer kwamen bewijzen.

Nadat gezongen was Psalm 68 vers 2, las Ds Mulder een gedeelte voor van 2 Cor. 5, over welk Schriftgedeelte hij enkele woorden van gedachtenis en troost tot de familie en de gemeente sprak. Nadat Ds Mulder in gebed was voorgegaan, werd het woord gevoerd door Ds L. Knier, van Bunnik, die als consulent eenige woorden van dank en waardeering sprak namens de gemeente Houten, en door Ds J. T. Doornenbal, van Kesteren, namens de gemeente, waar de ontslapene ook eenige jaren van zijn leven heeft gearbeid.

De heer G. J. Dekking, burgemeester van Streefkerk, dankte namens de familie voor de eer en de belangstelling, aan zijn vader bewezen.

Dat Ds Dekking ook in Jaarsveld nog niet vergeten is, bleek wel duidelijk uit de groote schare belangstellenden, die daar, ondanks het slechte weer, op het kerkhof aanwezig was. Nadat de kist in de groeve was neergelaten, werd het woord gevoerd door Ds H. A. de Geus, van De Bilt, door Ds Doornenbal, wederom namens de gemeente Kesteren, door den heer V. R. Los, van Aarlanderveen, burgemeester van Houten namens de burgerlijke gemeente, en tenslotte door Ds Mulder, op wiens verzoek nog werd gezongen, Psalm 89 vers 7.

De heer G. J. Dekking dankte wederom voor de ook hier ondervonden belangstelling.

Ds J. D. de Hoog.

Donderdag j.l. vierde Ds J. D. de Hoog, emer. pred. te Voorburg en secretaris van het Prov. Kerkbestuur van Zuid-Holland, zijn 70sten verjaardag.

Joh. de Heer.

De heer Joh. de Heer, te Driebergen, die het vorig jaar door zulk een ernstige en langdurige ongesteldheid werd getroffen, is thans vrijwel weer geheel hersteld. Al moet de thans 75-jarige zich uiteraard wat ontzien, hij mag nu weer spreekbeurten vervullen. Zoo is hij dezer dagen voorgegaan in de Zuiderkapel in de Zuiderstraat te Haarlem.

Vrije Universiteit. Twee benoemingen.Docenten voor notariaat en belastingrecht.

Naar wij vernemen, hebben Directeuren van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag, op voordracht van Curatoren der Vrije Universiteit, nadat dezen advies hadden ingewonnen van den Senaat en de Juridische faculteit, en behoudens de bekrachtiging, bedoeld in art. 188 der Hooger Onderwijswet, aan de Vrije Uriiversiteit een tweetal benoemingen gedaan.

In de eerste plaats hebben zij aan den heer Th. A. Versteeg, thans privaat-docent aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, een leeropdracht voor het notarieel recht aan de Vrije Universiteit gegeven. Aan de Vrije Universiteit zal in verband hiermee, te beginnen met den cursus 1941—1942, een volledige opleiding voor het notariaat worden verbonden.

In de tweede plaats hebben Directeuren Mr H. J. Jellema, advocaat en procureur te Amsterdam, bereid gevonden aan de Vrije Universiteit op te treden als buitengewoon hoogleeraar in het belastingrecht. Ook deze benoeming zal in den nieuwen cursus haar beslag krijgen.

De heer Th. A. Versteeg werd in 1906 te 's-Gravenhage geboren. Na zijn eindexamen aan de Rijks H.B.S. te Tilburg, in 1924, slaagde hij in 1929 voor het derde gedeelte van het Notarieel examen. Van 1930-1935 is hij in de notarieele practijk te Amsterdam werkzaam geweest. Sedert 1931 is hij als opleider voor notarieele examens werkzaam. In Sept. 1939 werd hij toegelaten als privaat-docent xoor het Notarieel en Fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. De werkzaamheid als zoodanig ving aan bij het begin van het academiejaar 1940—'41, in samenwerking met Mr A. R. de Bruijn en Dr H. H. Schippers, beiden te 's-Gravenhage, die eveneens waren toegelaten als privaat-docent Van zijn hand verschenen o.a. verscheidene artikelen en boekbesprekingen in het Weekblad voor Privaatrecht, Notarisambt en Registratie, in het Ned. Juristenblad, in het Rechtsgeleerd Magazijn, in Vevanos en in de Naamlooze Vennootschap. Voorts hield hij herhaaldelijk voor afdeelingen van de Broederschap van Candidaat-notarissen lezingen.

Mr H. J. Hellema werd geboren 16 Oct 1900 te Zaandam. Hij bezocht de H.B.S. te Zaandam; deed eindexamen in 1918 ; Staatsexamen A in 1920 ; doctoraal examen rechtsgeleerdheid in 1923. Hij is advocaat te A'dam sedert Jan. 1924. Mr Hellema schreef een prae-advies voor het Binnenscheepvaartcongres 1930 over : „Het ontwerp der commissie inzake wettelijke regeling van het binnenvaartrecht'' en was lid van de door den Minister van Binnenlandsche Zaken in 1930 ingestelde commissie onderzoek van de wijze, waarop de draadomroep in Nederland het best kan worden georganiseerd, beheer en geëxploiteerd (Draadomroepcommissie), en van de door den Minister van Binnenlandsche Zaken in 1938 ingestelde commissie om den Directeur-generaal van P.T.T. van advies te dienen bij de beoordeeling van de vraag of door de van gemeentewege van radiodisstribuanten gevorderde vergoedingen in verband met andere van Overheidswege gedane heffingen, de levensvatbaarheid dier bedrijven in gevaar wordt gebracht (Precariocommissie).

De toren van Opperdoes.

Tijdens dp restauratie van den toren der Ned. Hervormde kerk te Opperdoes, die met steun van Rijk en provincie geschiedt, is een teekening gevonden van den toestand, zooals die in 1732 was. Daaruit blijkt, dat de toren destijds niet een met leien gedekte spits had, zooals in 't restauratieplan was opgenomen, doch een gemetselde spits. Omdat er zoowel voor Monumentenzorg als voor de gemeente veel aan gelegen is om het eenige monument, dat Opperdoes bezit, weer volledig in zijn ouden luister te herstellen, heeft de Gemeenteraad besloten het restauratieplan te wijzigen en voor de meerder kosten aan B. en W. crediet verleend.

De „strijd" van het apostolicum. In „Hervormd Nederland" schrijft Ds A. M. van der Laar Krafft, Ned. Herv. pred. te Heenvliet:

„Terwijl er een hoogst-ernstige poging met tot nog toe waarlijk wonderbaarlijk resultaat door de Synodale Commissie voor kerkelijk overleg wordt gedaan éénheid in het thans zoo bitter noodige Christelijk geloof der Kerk te verkrijgen, met terzijdestelling van 't bijkomstige, dat juist zoo vaak verdeelt, gaan verschillende predikanten van rechts en links ijverig voort het hunne bij te dragen om de „onoverbrugbare kloof" tusschen rechts en links vooral goed zichtbaar en actueel te houden. Van rechts heeft de Gereformeerde Bond zijn medewerking ontzegd, terwijl in het Confessioneele orgaan, de Gereformeerde Kerk, telkens stukken staan, die het „Wees op uw hoede''- of „storm"-sein aangeven. Maar eveneens van linksche zijde is men druk bezig de pogingen tot toenadering zoo niet opzettelijk, dan toch indirect te verstoren. Zoo heeft Dr Horreus de Haas met een groep predikanten en een enkele godsdienstonderwijzer, een stuk de wereld in gezonden om ernstig te waarschuwen voor dezen gang van zaken. Indirect wordt er ook hard gewerkt aan de uiteenhouding der richtingen, door het apostolicum van allerlei zijden te belichten als volkomen onaanvaardbaar voor Vrijzinnigen (en dat, na bij de meeste Classicale Vergaderingen in Januari deze belijdenis staande, met instemming en eerbied dus, te hebben aangehoord!) Tevens kunnen wij allerlei proeven lezen, hoe Ds X en Ds IJ vindt, dat het beslist veranderd moet worden en voortaan (voor hoelang ? ook voor een 15 eeuwen? ) zóó gelezen!

Voor iemand, die het individualistische in den loop der tijden wil trachten af te zweren, werken dergelijke proeven, bij zulk een historisch, klassiek en „heilig" stuk altijd even zielig als komisch. Maar daar gaat het nu niet om. De vraag, die ik hier stellen wil is : weet men wel goed, aleer men iets veranderen of verbeteren wil, wat men verandert en verbetert en wat er aan vast zit. Heeft men eenige historische en kerkelijke kennis van het apostolicum én heeft men de verschillende z.g.n. dogma's, die er in vervat worden, „bijbelsch" en „geloovig" doorworsteld ? Want dit is nog heusch niet zoo eenvoudig !

Dan komt er nog iets bij. Het apostolicum is een belijdenis van de Christelijke Kerk. De grondslag van de Christelijke kerkleer is de bijbel. Er kan dus alleen iets in de belijdenis worden geschrapt, als dit onbijbelsch is of er moet iets aan toegevoegd; wanneer dit wezenlijk door den bijbel geëischt wordt. Dit toch is de eenige critische norm.

Hetgeen mij nu treft in de veranderingen is juist, dat men allerlei typische bijbelsche gegevens of achtergronden wil weg werken (b.v. maagdelijke geboorte, opstanding des vleesches, etc.) Men wil een belijdenis, die de bijbel of corrigeert óf becritiseert óf negeert. Hoe kan men nu in gemoede meenen, dat het trouwe Protestantsche kerkvolk, dat zoo vastzit aan zijn bijbel, daar ooit genoegen mee zal kunnen nemen.

De fout zit hem, in bescheidenheid opgemerkt, alweer hierin, dat wij ons niet naar de Schrift willen oriënteeren en conformeeren, maar willen, dat de Schrift (en dus ook haar belijdenis) zich dat ten opzichte van ons doet.

Nu wil ik volstrekt niet beweren, dat men dus aanstonds op Schrift en belijdenis met ja en amen moet antwoorden, of dat ik zelf dat doen zou. Gelukkig niet. Want dan zou ik of een zelfvoldane pharizeër zijn óf een bekrompen mensch, die niet eens weet wat aan Schrift en belijdenis vastzit. Maar ik wil met Gods hulp ja en amen kunnen zeggen op Schrift en belijdenis en daarom begin ik met eerbiedig te luisteren en te leeren en te worstelen. Het resultaat zal dan zijn óf een van harte en moedig aanvaarden óf een radicaal en even moedig verwerpen. Maar in geen geval eigenwijze correcties en verbeterinkjes. Dat doet men niet, noch aan „Gods Woord", noch aan geloofsmonumenten van anderhalf  millennium.

Het is daarom te hopen, dat de strijd om het apostolicum, met name in „Theologie en Practijk" en in „Kerk en Wereld" gevoerd, zich op het eenige terrein zal gaan begeven waar hij hoort; en dat is op dat van Schrift en Kerk. En nergens anders op .                                                                                                                                Orde in den eeredienst.

In „Kerkopbouw" schrijft Ds J. K. van den Brink over de orde in den eeredicnst: „Er wordt wel over de liturgische „beweging" in ons land gesproken, maar het zou nog niet zoo gemakkelijk vallen om precies te zeggen, wat daaronder is te verstaan. Zeker bestaat er een groep, die door het op den voorgrond stellen van de liturgische zijde van de Kerk een zeer ingrijpende wijziging van het kerkelijk leven nastreeft. Of hiervan en in welke mate een werkelijke „beweging'' door de Kerk heengaat, kan hier terzijde gelaten worden ; maar wel kan gezegd worden — moge het ook op het eerste gehoor eenigszins bevreemdend klinken — dat de liturgische kring als geheel daarvan nauwelijks de drager kan genoemd worden, al geldt dit wél van sommige zijner leden en hebben ook zijn publicaties meer dan eens een stoot in de bedoelde richting gegeven. De kring heeft echter in de eerste plaats steeds het karakter gehad van een klein studiegenootschap, waarin enthousiasme, nuchtere bezinning en ook bewuste critiek met elkander gaan. Er is daar allerminst een communis opinio, een door allen aangehangen leer van den eeredienst, en men wenscht die ook heelemaal niet; noch in groote lijnen, noch in détails zijn de leden het onderling eens. Zoo moet het in een werkelijken studiekring ook zijn. Evenwel zijn allen één in belangstelling voor het vraagstuk van den eeredienst en in een daarmede samenhangende stellige afkeuring van het gebruikelijke liturgische laisser aller in onze Kerk, de (gelukkig afnemende) opvatting, dat men op het gebied van den eeredienst de dingen wel hun loop kan laten en dat hiervoor geen kennis, inzicht of overweging vereischt is.

Het is waar, dat de liturgische kring als geheel al menig geschrift heeft in het licht gegeven. Dit was ook noodzakelijk. Er moest op het gebied van den, eeredienst iets wakker gemaakt worden, en er is inderdaad een zoeken en vragen gewekt, dat weer moest worden geleid en beantwoord. De kring heeft mee zijn weg gezocht, en daaruit sproot voort, dat zijn opvattingen en de daarmee samenhangende wenken menigmaal werden gecorrigeerd. Critiek op eigen werk heeft men nimmer geschuwd, hoezeer dit soms ook een indruk van onzekerheid van „ze weten het zelf nog niet eens" aan de buitenstaanders mocht geven. Er is in elk geval in de Kerk iets is beweging gekomen, en het laisser aller kan men thans niet meer verdedigen, al blijft de practijk nog zwaar er mee belast.

Nu is de liturgiek een onderdeel van de practische theologie ; zij heeft direct met de kerkelijke practijk te maken. Het maakt echter verschil, of men aanwijzingen geeft voor een practijk, of dat men direct op de practijk wil inwerken. De liturgische kring heeft doorgaans het eerste gedaan. Hij gaf zijn ontwerpen in het licht en liet het aan de practici over om er naar hun oordeel gebruik van te maken. Zoo is er hier en daar op liturgisch gebied een en ander gebeurd, maar overal volgens eigen inzicht en dus overal anders. Dit is op zichzelf in strijd met alle beginselen van liturgiek, maar aan een dergelijke periode van zoeken en tasten kan men nu eenmaal niet ontkomen.

De tijd schijnt echter gekomen te zijn. dat in dit opzicht iets kan veranderen, al lijkt het wel, dat wij nog ver er vanaf zijn, dat er van een eenheid over de heele linie sprake kan wezen. Toch is er in breeden kring een afkeer te bespeuren van alle willekeurig gedoe binnen de Kerk en een verlangen naar een vaste lijn. De liturgische kring heeft gemeend nu ook zijn woord te moeten spreken door een publicatie, welke geheel op de practijk gericht is. Het ging ditmaal niet er om, iets te geven, dat als norm van een zoo goed mogelijk uitgewerkten dienst kan gelden, maar om een direct bruikbaar kerkboek aan de door­snee kerkgangers in handen te geven, om een verantwoorde orde van.dienst in eenvoudige vorm. Om alle specialistenwerk te vermijden, heeft de kring vorig najaar een vergadering belegd ter bespreking van zijn ontwerp, waarvoor vele dienstdoende predikanten onzer Kerk, van wie men belangstelling mocht verwachten, mannen van uiteenloopende richting en geenszins speciale „voorstanders van liturgie'' werden uitgenoodigd om hun oordeel te geven. Dit is door velen, ook schriftelijk, gedaan, en van hun opmerkingen is een dankbaar gebruik gemaakt.

Toen stond de kring voor de vraag : Hoe nu verder ? Men kon het boekje op de gebruikelijke wijze uitgeven en afwachten, hoe de ontvangst zou wezen. Dit was de eenvoudigste en vlugste manier van doen geweest, maar niet de weg om van individualisme en willekeur bevrijd te raken. Dus werd besloten om het ontwerp, dat in drukproef gereed is, aan de Synode voor te leggen. Het feit, dat de Synode een direct leidende plaats in het kerkelijk leven is gaan innemen, heeft vrijwel algemeene instemming gevonden, en waar de liturgische kring zijn leiding tracht te geven op het gebied van den eeredienst, wil hij daarbij niet buiten onze hoogste kerkelijke instantie omgaan. Wij hopen, dat deze het werk van den kring aan de Kerk zal willen doorgeven, opdat het aan de practijk zelve moge getoetst worden. Wat de kring heeft ontworpen, is geen nieuwe liturgie of zelfs een herziening van de oude — al zijn er enkele stukken in die richting bijgevoegd — maar in hoofdzaak een poging om principieel en gemeenschappelijk dat te doen, wat nu ieder predikant elken Zondag voor zijn gemeente doet, het ordenen van den eeredienst".

Calvinistisch Studenten-Congres.

Het 22ste Congres van de Calvinistische Studenten-Beweging zal gehouden worden te Amerongen in het Zendings-Diaconesserihuis en wel van 1—6 Sept. Het programma vermeldt de volgende sprekers en onderwerpen :

Maandagavond: Opening door den heer M. G. J. Teerink, congres-voorzitter. N. Baas : „Geloof en Compromis".

Dinsdagmorgen : Prof. Dr K. Schilder : Una Sancta.

Dinsdagavond : R. H. Bremmer : „Belijden !"

Woensdagmorgen : H. Smitskamp : „Geschiedbeschouwing".

Woensdagmiddag : Theol. sectie : Hoe te preeken over het O. T. : Ds B. Holwerda. — Jurid. sectie : Het echtscheidingsvraagstuk : mevr. Diemer—Lindeboom. — Litt. sectie : Christenkunstenaar : C.. Rijnsdorp. — Med. sectie : Het goed recht der Medische Zending : Dr Offringa.

Woensdagavond : P. Visser : „Trouw !"

Donderdagmorgen : Dr J. H. Diemer : Schepping en evolutie.

Donderdagavond : A. G. Westenbrink (? ) : „Getuigen".                                      Vrijdagmorgen : Ds S. G. de Graaf: De plaats van de toekomstverwachting van Jezus Christus in ons leven.

Vrijdagavond : Ds C. Veenhof : Ambtsdragers. Sluiting.

lederen morgen zal een korte bijbellezing en verklaring worden gehouden, die zal staan onder leiding van Ds S. R. Smilde.

Salatiga-Zending.

De jaarvergadering van de „Vereeniging tot ondersteuning van Zendelingen der Salatiga-Zending op Java", zal op 1 Oct. a.s. te Utrecht gehouden worden. In verband met de plannen betreffende de reorganisatie der Zending in het vaderland, zal deze vergadering gewijd worden aan een bespreking van de positie der Salatiga- Zending in den Zendingsarbeid als geheel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's