De Gereformeerde Kerken en de éénheid
I.
Over de Gereformeerde Kerken en de eenheid schrijft Dr. K. Sietsma, predikant der Geref. Kerken. Evenals Prof. S., gaat Dr S. ook inderdaad op de gestelde kwestie in. Tevens is hij er zich van bewust, voor eigen verantwoording te schrijven, zooals hij aan het slot van zijn artikel opmerkt. Daarom verwacht hij critiek, critiek van binnen en van buiten. Want hij is zich tevens bewust fouten te maken en het accent te leggen, waar een ander het niet ziet. Daarom is critiek hem welkom. Maar tevens is hij overtuigd, wat de hoofdstrekking aangaat, te spreken uit het hart van de Gereformeerde Kerken. Naar deze stem uit het hart van de Gereformeerde Kerken willen wij dan nu luisteren.
Dr S. begint met er op te wijzen, dat het binnen de Gereformeerde Kerken nimmer ontbroken heeft aan pleitbezorgers voor het samengaan van die waarlijk bijeen hóóren. Waarbij men zich niet ontveinst, dat het werkelijk tot eenheid komen, al gold dit alleen nog maar de Gereformeerden in ons land, vele moeilijkheden en bezwaren zou meebrengen, zoowel vóór al na de vereeniging.
De eisch blijft echter en hiermee mag niet gemarchandeerd worden. De nood der tijden spreekt hierin wel een woordje mee. Gevoeld wordt, hoe door onderlinge verdeelheid de kracht van de Kerk wordt verzwakt. In onze tijd is er de eenheidsroep. Wanneer iemand, die hierin geheel opgaat, de Kerk nu gaat geeselen over haar tekort aan opofferingsgezindheid terwille van de eenheid — dan voelen we hier de waarheid temidden van de leugen.
Echter het gebod Gods ga steeds voorop. Dit nu is en was sterk en sprekend in de Gereformeerde Kerken — aldus Dr S. Ook officieel hebben de Kerken zich uitgesproken om te strijden tegen het bestaan van sectarisme en scheuring, wanneer één Heere werd aangeroepen, één geloof beleden, één doop werd ontvangen.
Dit was er reeds lang voor de Doleantie van 1886 en de vereeniging van 1892. (Bedoeld wordt de vereeniging van de „doleerende Kerken" en de „Christelijke Gereformeerde Kerk"). De belofte, gedaan in de Acte van Afscheiding en Wederkeering is ingelost door daden. In 1869 en 1892. Wel is een scherp oordeel uitgesproken over de toenmalige Hervormde Kerk en de achtergebleven broeders is zwakheid en ontrouw verweten, maar dit was niet de taal van den hoogmoedigen Parizeer, maar van het brandende broederhart, „dat verlangt naar samenleven met hen, die door een menschelijk dwangjuk verhinderd werden". Er zijn tallooze blijken van liefde en medeleven geweest met de achtergeblevenen, die in de Hervormde Kerk hun strijd hadden te strijden. Dit ging luider spreken, toen na de Afscheiding van 1834 door het gebeuren in 1886 verscheidene „Doleerende Kerken" ontstonden. Het heeft den broeders van de Scheiding veel gekost om bun reeds vertrouwde samenleving te zien doorbreken — maar ze hebben dit offer gebracht en zich in 1892 met de nieuwuitgetredenen uit de Ned. Hervormde Kerk vereenigd. Uit deze zelfde wortel komt op het pal staan voor de onvervalschte Gereformeerde leer en het leven naar den Woorde Gods. Daarom begeerde men het „wederkeeren'' te zien uitgebreid tot allen, die één zijn in geloof en belijdenis.
De Kerken der Doleantie (1886) stonden hierin niet bij de zonen der Scheiding (1834) achter. Dr S. toont dit dan als volgt aan.
Van 1886 af zeggen de Doleerende Kerken niet, dat zij de Gereformeerde Kerken zijn, maar zij zijn zich bewust dat zij daarvan slechts een deel, een groepeering vormen. Het verband, dat gelegd werd, had van begin afaan de bedoeling ook andere kerken te omvatten.
De Synode, waarin de Doleerende Kerken samenkwamen in 1887 en daaraanvolgend, heette dan ook: „Voorloopige Synode der Nederduitsch Gereformeerde Kerken". Dit was geen willekeurige naam of onmacht om tot kerkelijke formatie te komen. Neen, hiermee wilde men uitdrukken „dat tot de Synode der Gereformeerde Kerken ook moesten worden uitgenoodigd de Gereformeerde Gemeenten, die onder de Haagsche Synode waren achtergebleven". Waarbij men ook tevens dacht aan hier en daar verspreide gemeenten „van min vaste formatie". Terwijl reeds aanstonds het oog gevestigd was op de Christelijke Gereformeerde Kerk. Inderdaad werden de aarzelende kerkeraden in de Ned. Hervormde Kerk uitgenoodigd en ook die gemeenten, die nog niet tot een geordend kerkelijk samenleven gekomen waren. En niets werd op het agendum gezet dat alleen behoorde tot de bevoegdheid van de volle vergadering aller Gereformeerde Kerken. Zelfs werd een bede om rechtsherstel inzake het stoffelijk goed bij de overheid niet ingediend, omdat dit een zaak betrof, die de geheele Gereformeerde gezindheid aanging. Uit dit alles spreekt derhalve waakzaamheid tegen alle sectarisme. De Synode werd „open Synode" gehouden. De deur werd opengelaten, want nog meerderen werden genoodigd en verwacht. Hiermee reeds is alle beschuldiging van separatisme weerlegd.
Na de vereeniging in 1892 bleef dezelfde drang bestaan. Dr S. wijst er echter op, dat de organisatie der Kerk meer gesloten werd. De zoogenaamde „open Synode'' ging dus verdwijnen. De Synode werd ook niet meer voorloopige Synode genoemd. Uitgesproken werd, dat men in corporatieven zin gebroken had met de leden en de kerkeraden in de Hervormde Kerk. Men verkreeg nu contact met de buitenlandsche kerken van Gereformeerde belijdenis. Na de vereeniging gevoelden de Kerken zich meer „de wettige Kerk des Heeren in Nederland". Het afzijdig staan van deze kerkformatie werd meer beschouwd als scheurmakerij en ongehoorzaamheid.
De neiging, om met andere Gereformeerde Kerken hereeniging te zoeken, bleef echter. Hierbij had men speciaal op 't oog de Kerken „van min vaste formatie" en de Kerken, die in 1892 niet met de vereeniging mee gingen en zich weer Christelijke Gereformeerde Kerk noemden. Er wijzigde zich toch nog wel iets meer. Dr S. wijst daarop zelf. De Kerkenorde is het accoord van samenleving van alle Gereformeerde Kerken. In 1905 echter heeft de Synode der Gereformeerde Kerken deze herzien. En — dezelfde Synode heeft de belijdenis gewijzigd door in art. 36 de bekende zinsnede over de taak der overheid te schrappen „om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst en het rijk van den antichrist te gronde te richten". Dit nu is wel eens zóó uitgelegd, dat de pogingen om met alle Gereformeerden tot eenheid te geraken, hiermee werden opgeheven. De Gereformeerde Kerken als deel van alle Gereformeerden mochten toch een dergelijke wijziging niet aanbrengen ? Volgens Dr S. is deze meening onjuist. In de eerste plaats wijst hij op Gereformeerde Kerken in andere landen, die ook een dergelijke wijziging aanbrachten, maar daarna toch krachtig naar vereeniging streefden en die zelfs bereikten. Vervolgens hebben de Gereformeerde Kerken vlak na de reformatie door en bij het opstellen van haar belijdenissen toch nooit gezegd of willen zeggen, dat zij b.v. de Luthersche Kerk niet als Kerk van Christus erkenden en de saamhoorigheid van de Kerken der Reformatie loochenden. Dr S. ziet hierin iets heel anders. Eenerzijds het uitspreken, dat de verdeeldheid er is, en niet zoomaar ongedaan is te maken. Anderzijds is er het bewustzijn dat de scheuring, welke er is, „niet allen kerkdijken en confessioneelen arbeid tot stilstand mag doemen en onmogelijk maken". Volgens Dr S. zouden de Gereformeerde Kerken zeker bereid zijn, de besluiten van de Synode van 1905 als „voorloopig" te beschouwen, „in dien zin, dat zij met waarlijk Gereformeerde Kerken willen beraadslagen, zonder dat te voren erkend zou moeten worden de onveranderlijkheid en oncorrigeerbaarheid van deze beslissingen". Als maar vaststaat, dat het recht en de plicht er is, bezwaar in te dienen tegen de belijdenis, waar deze niet geheel in overeenstemming met de Schrift is.
Van 1911 tot 1914 werd weliswaar voorloopig niet meer gepoogd over eenheid te spreken met de georganiseerde Gereformeerde Gemeenten en met de Christelijke Gereformeerde Kerk. Maar dat deze actie zoo lang werd gehandhaafd en met deze groepen gesproken werd op voet van erkenning als Kerk des Heeren, acht Dr S. bewijs voldoende, dat in den grond niets is veranderd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's