De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontwikkeling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontwikkeling

8 minuten leestijd

Ontwikkeling is een woord, waarmede wij voorzichtig moeten omgaan. Wij wikkelen een voorwerp, dat wij wenschen over te brengen, in een papier. Dan wordt het letterlijk ingewikkeld. Wanneer wij het papier verwijderen, komt het voorwerp weer voor den dag. Het wordt uitgewikkeld, of zooals wij het in de gewone taal zeggen : uitgepakt, uit het pak genomen.

Nu is ontwikkelen niet precies hetzelfde als uitwikkelen. Wel beduidt het ook letterlijk de wikkeling er af doen, maar het wordt anders gebruikt en staat dan ook naast uitwikkelen. Men gebruikt het n.l. overdrachtelijk. Denk b.v. aan geestelijke ontwikkeling. Wat er in zit, komt er uit. De geestelijke gaven ontplooien zich. Zij worden openbaar. Wie het kind ziet, weet nog niet, wat de man zal zijn. Toch is dat alles, wat later aan den dag treedt, in aanleg aanwezig. Men denkt aan een kiem en daardoor aan het plantenleven. In den eikel schuilt een eikeboom, en zelfs een eikenbosch. Het graan geeft zijn vrucht, dertig, zestig: en honderdvoud. En iedere graankorrel heeft zoo weer een plant in zich. Wanneer het graan in de aarde wordt gelegd en vindt wat het daartoe noodig heeft, schiet het halmen en aren uit. Dat is ontwikkeling.

Wij lezen in de Schrift, dat de aarde kruiden zou voortbrengen naar hun aard. ledere plant ontving haar eigen aard en wijze. Zij groeit dienovereenkomstig. Dat is haar ontwikkeling. En zooals gezegd, die ontwikkeling vraagt overeenkomstig dien aard, dat aan zekere voorwaarden wordt voldaan, die voor de plant levensvoorwaarden zijn. Zoo valt dit alles saam met de ordeningen des levens, door God gesteld. De landbouwer weet dan ook wel, dat het gewas zijn eischen stelt, het een zus, het ander zoo, opdat het tot ontwikkeling kan komen.

Wanneer wij dit beeld voor oogen houden, zullen wij steeds gedachtig blijven aan het werk Gods, dat alzoo aard en wijze beschikte en in stand houdt. Zoo gaat Zijn hoog bestel ook over de menschenkinderen. Wij spreken van lichamelijke en geestelijke ontwikkeling, doch ook deze is gebonden aan de door den Schepper geordineerde levensorde. Met dien verstande kan men dus wel van ontwikkeling spreken

Nu willen wij verder over het gebruik van het woord niet uitweiden, maar ons bepalen bij een toepassing op het terrein der Christelijke religie, zooals in een der kerkelijke bladen „ter overdenking" werd aangetroffen. (De Roepstem, 15 Aug. '41). „Voortgedreven", zoo vangt dit aan, „door de dynamiek van het intellectueele leven, beweegt de Christelijke religie zich in de richting van een redelijk Christendom, waarin wat „geloofd" wordt, ook kan worden „begrepen". Zelfs al zouden de waarheidsuitspraken der Christelijke religie goddelijk geopenbaard zijn, dan nog moet deze openbaring redelijk te begrijpen wezen, wil zij verstaan kunnen worden en moet het redelijk denken kunnen fungeeren als het medium, waardoor God Zijn Waarheid verstaanbaar maakt".

Men noemt dit intellectueele zuivering. Hier wordt dus een ontwikkelingsbeeld van de Christelijke religie geteekend, hetwelk wordt vergeleken bij een zuivering door het intellect. Dat, wat „geloofd" wordt, moet door de zeef van het redelijk begrijpen. Zelfs al zouden de waarheidsuitspraken der Christelijke religie goddelijk geopenbaard zijn.    In verband met het bovenstaande, vragen wij allereerst, of deze voorstelling recht doet aan het wezen der religie ? Deze vraag sluit ook in: of zij recht doet aan het wezen der openbaring. Deze toch zou haar medium in het redelijk denken vinden. Bovendien stelt de uitdrukking : „zelfs al zouden de waarheidsuitspraken der Christelijke religie goddelijk geopenbaard zijn", het feit der openbaring reeds op losse schroeven. Wat men daaronder zou kunnen begrijpen, wordt eenigermate verstaan uit de aangehaalde zinsnede in haar geheel.

Het redelijk denken wordt als medium genomen van wat men dan openbaring zou willen noemen. Daaruit blijkt, dat men van een intellectualistisch begrip van religie uitgaat. Het wezen der religie wordt in het intellect gelegd. Het geloof gaat op in denken en begrijpen. De intellectueele zuivering, waarvan men spreekt, is daarmede dan ook in overeenstemming. Religie is begrip van de waarheidsuitspraken der Christelijke religie. Vanzelf hangt met deze zuivering ook een critische bewerking van die z.g. waarheidsuitspraken saam. En de waardeering van de denkende rede in deze beschouwing aan den dag tredend, laat geen twijfel omtrent de voorstelling, dat zij ook het criterium in zichzelf draagt, waarnaar die waarheidsuitspraken worden beoordeeld.

Dit is een wijsgeerige beschouwing, welke aan het wezen der religie geen recht doet, want deze gaat in het verstand van den mensch niet op. Haar wezen schuilt in een levende gemeenschap met den God der religie, waarin Hij Zich aan den mensch bekend maakt, zooals Hij jegens hem is. Daaruit volgt, dat zij ook het kenvermogen aandoet. De ware Godskennis wordt uit die levende betrekking geboren. Religie is echter meer dan verstandelijk kennen. Het is leven. Het religieuse kennen is leven. Hierin is het eeuwige leven, leven, dat zij U kennen, den eenigen en waarachtigen God en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt. Zoo laat de religie haar invloed gaan over het gansche leven van verstand, gevoel en wil, zonder in een van deze op te gaan.

Zoo is ook de Godsopenbaring niet een werking der menschelijke rede, maar een goddelijke werking en mededeeling uit Zijn goddelijke zelfkennis aan den mensch.

Wil men van ontwikkeling spreken, dan kan dat ook hier. Leven groeit. Zoo is ook het geloof als een plant. Het groeit en neemt toe. Ook de openbaring des Evangelies heeft een geschiedenis, die de eeuwen omvat, gelijk zij haar volheid verkreeg in de openbaring des Zoons.

Het ontwikkelingsbeeld van de Christelijke religie, dat bier wordt geboden, komt er eigenlijk op neer, dat de Christelijke religie wel zekere waarheden heeft gegrepen. Zij heeft die echter uitgedrukt in de vormen van het mythisch bewustzijn, een primitieve wijze van inkleeding, welke allengs zou plaats maken voor redelijk inzicht. De traditioneele voorstellingen, waarin de Christelijke religie zich aandient, moeten derhalve gereinigd worden van dezen mythischen aanhang. Zij moeten uit de verstarring worden losgemaakt en in beweging komen. Gebracht voor de vierschaar der rede, zal waarheid en inkleeding worden gescheiden. Ziedaar de zuivering, welke men zich voorstelt. De Christelijke religie zal zich dus bewegen van het mytische naar het ideëele. Zij zal haar klaarheid en zuiverheid vinden in het rijk der ideeën..

Het kan duidelijk zijn, dat de Christelijke religie op deze wijze vereenzelvigd wordt met een soort philosophic. Wat men ontwikkeling der religie noemt — van Christelijke kan welhaast geen sprake zijn — is in wezen niet anders dan de ontwikkeling van een religieus-wijsgeerige denkrichting, die zich ook over de waarheden der Christelijke religie wil uitstrekken.

Zulk een ontwikkelingsbeeld houdt geen rekening met aard en wezen der Christelijke religie en laat zich ook niet leiden door de orde harer openbaring. Haar aard en wezen worden intellectueel bepaald. Men legt de religie een intellectueel karakter op. Zij wordt voorgesteld als ingewikkeld te zijn in de mythische inkleeding. Haar waarheid is daarin als verborgen. Zij wordt er door de denkende rede uit te voorschijn gebracht. Immers wat „geloofd" wordt, moet ook „begrepen" worden.

Dergelijke voorstellingen zijn niet nieuw in de geschiedenis van het Christendom. De theologie heeft een eeuwenlangen strijd gevoerd om zich van de wijsgeerige aankleefsels en meer dan dat te bevrijden. En het is juist één der vruchten van den reformatorischen geest,  de theologie uit haar eigen wortel te hebben ontwikkeld, n.l. uit de religie der Schriften. Zoo kent ook de Christelijke theologie een ontwikkelingsgang. De eerste Christenen beschikten niet over een theologische boekerij, gelijk wij. Doch de geschiedenis der kerkelijke theologie vertoont in de groote lijn der ontwikkeling een andere richting. Men zou het ook een zuivering kunnen noemen, maar dan een zuivering naar de reHgie der Schriften toe en van de philosophic af. Het is wel zoo, dat ook na de reformatie een rationalistische geest opnieuw de theologie kwam vermengen met wijsgeerige gedachten en deze heeft er niet weinig toe medegewerkt, dat men haar ook weer op wijsgeerig fundament ging plaatsen.

Daartegen heeft de kerk ten allen tijde te waken. Zij heeft haar reformatorische grondslagen trouw te bewaren. Haar theologie vindt haar grond en uitgangspunt in het religieuze leven, hetwelk ons in de Heilige Schrift wordt geteekend en waaruit ook de kerk leeft en belijdt. Haar taak is niet de geopenbaarde waarheid aan het oordeel der menschelijke rede te onderwerpen en naar haar maatstaf te zuiveren, maar die waarheid in, haar saamhang te leeren verstaan.

In zekeren zin kan men de ontwikkeling der kerkelijke theologie ook tot de ontwikkeling der Christelijke religie, of liever van de kennis der Christelijke religie rekenen. Indien men echter op de religie zelf ziet en van ontwikkeling wil spreken, wordt de zaak nog anders.

Wij handelden onlangs over het Evangelie. Welnu, de openbaring van het Evangelie in Genesis 3 : 15 is bij lange na niet zoo klaar en duidelijk als die, welke in den Christus der Schriften werd geschonken. Daar is een voortschrijden der openbaring. In haar gang werd den mensch steeds meer geschonken van den rijken inhoud der belofte Gods. Het lag alles reeds in de belofte van Genesis 3 : 15 besloten. Vandaar de naam prot-Evangelie, , d.i. het Evangelie in kiem. Zulk een ontwikkeling kent ook de belijdenis. De Schrift gaat daarin voor. Met den voortgang der openbaring, werd ook de inhoud des geloofs verrijkt. En dit moest weer tengevolge hebben, dat de theologie als bezinning des geloofs op haar beurt hooger vlucht kon nemen.

Maar dit alles is hemelsbreed verschillend van het ontwikkelingsbeeld eener rede-religie, waarop hier van vrijzinnige zijde wordt gewezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ontwikkeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's