De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gemeenschap des geloofs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeenschap des geloofs

8 minuten leestijd

Hoewel terecht op de persoonlijkheid des geloofs wordt gewezen, moet niet alleen gewaakt tegen het euvel, dat het Evangelie jaegeert, maar ook tegen valsche leeringen, waartoe dit leiden kan, zoodat het Evangelie ook aan deze zijde wordt vervalscht. Een van de gevolgen der zonde komt tot uiting in de overheersching van het menschelijk zelf, het egoïsme. De Schrift noemt den mensch een zoeker van zich zelf, terwijl hij schuldig is God te zoeken. Indien de menschen vervuld waren van de vreeze Gods en Zijn eer zochten, zouden zij ook van zich zelf meer afstaan en den naaste liefhebben. Denk u eens in, dat allen zich beijverden om de gehoorzaamheid te brengen, die zij schuldig zijn. Dan zou God het middelpunt van al ons leven en streven zijn. Welk een harmonie en saambinding zou dat onder de menschen geven, terwijl thans twist en tweedracht hun leven breekt.

Zoekers van zich zelf. Hoe gewoon wordt het vaak gevonden, dat men allereerst om zich zelf denkt. Dat geldt echter niet alleen in aardsche dingen, waarin hebzucht, wraakzucht en allerlei ongerechtigheid naar voren treden. Het leven wordt er vaak door beheerscht,  zoodat een mensch ook zelfs in de dingen, waarin hij onbekwaam en onbevoegd is, zijn eigen gevoelens, denkbeelden en wegen volgt. Dat kan ook zoo zijn in de zaken des geloofs. De zonde raakt het gansche leven met haar verderfelijke werking. En zij gaat altoos tegen de waarheid Gods in. Daarom is deze tegen den mensch, omdat hij in zijn zondige natuur een vijand van de waarheid is.

Dientengevolge dreigt ook het gevaar, dat wij in de dingen des geloofs eigendunkelijk zijn en Gods waarheid misbruiken tot onzen eigendunkelijken godsdienst. Daartegen wordt door de profeten herhaaldelijk gewaarschuwd. Het kan zoover komen, dat er ten slotte geen twee menschen over eenige zaak samenstemmen. In die richting wijst ook de voortgaande verbrokkeling en verdeeldheid op kerkelijk terrein. En het is duidelijk, dat, wanneer een ieder alleen het zijne wil laten gelden en voor waarheid en goed houdt, dat men ten laatste geen broeder meer vindt, want er zijn geen twee menschen gelijk. Dat is nu juist de persoonlijkheid. Indien wij een persoon willen vinden, die met ons precies overeenkomt, zullen wij vergeefs zoeken. Wij kunnen ons dat zoeken dus besparen, want een ieder heeft in zijn persoonlijkheid nu juist datgene, wat hem van alle anderen onderscheidt.

Maar daarom ook is de harmonie zoek, als de personen niet door de vreeze Gods zijn gebonden. Daar kunnen banden en betrekkingen, belangen en ordeningen zijn, die de menschen binden, maar deze zijn niet bij machte de zelfzucht te overwinnen, In de vreeze Gods vindt de mensch hoe hij bestaat voor God en in de liefde Gods kan hij zichzelf verliezen.

Waar dit ontbreekt en men zijn eigen weg gaat, ieder het zijne zoekt, zal het individualisme toenemen. Ook op het terrein des geloofs zal het gemeenschappelijke op den achtergrond treden en zullen allerlei eigendunkelijkheden welig uitspruiten ten koste van een gezond kerkelijk leven. Het spreekt vanzelf, dat dit weer terug slaat op de personen, inzonderheid op degenen, die in zulk een toestand opgroeien. Men wordt gewoon aan de verdeeldheid en aan allerlei critiek en geschil, zoodat een geest van twijfel en onzekerheid de overhand neemt.

Zoo wordt de overheersching van het individueele een oorzaak van allerlei schade en wordt het openbaar, dat de persoon de gemeenschap niet kan missen. Vandaar, dat de aandacht wel eens mag gevestigd worden op de gemeenschappelijke belijdenis, opdat men zich daaronder voege en onderling wordt gesterkt in het waarachtig geloof. 

De Heere Jezus zou de kerk niet in het leven geroepen hebben, opdat zij zich als Zijn gemeente op aarde zou openbaren, indien Hij gewild had, dat een iegelijk naar zijn eigen inzicht zou wandelen. Hij heeft niet zonder oorzaak Zijn kerk bevolen Zijn Woord te bewaren. En als de Schrift zegt, dat Hij als de eersteling onder vele broederen is opgestaan, worden wij er aan herinnerd, dat Hij zich als het Hoofd Zijner gemeente openbaart.

Wij kunnen daarom het gemeenschappelijk belijden als Zijn gemeente niet nalaten zonder schade te doen aan de openbaring der kerk, maar derven ook zelf de vruchten van het gemeenschappelijk geloof. Wel leert de belijdenis, dat de waarheid niet is bij de groote menigte, maar God heeft Zijn Waarheid aan Zijn kerk toebetrouwd, opdat zij er in zou wandelen. Wie zich aan haar onttrekt, omdat hij het beter meent te kunnen vinden of beter meent te weten, mag wel bedenken, dat de Heere den weg der zaligheid niet in onze hand heeft gesteld, maar dat de kerk des Heeren is en de weg door Hem bepaald.

Hoe gemakkelijk kunnen wij afdolen en allerlei waanvoorstellingen aanhangen, als wij niet verkeeren onder de tucht des Woords. Dit laatste geschiedt reeds als wij den rug toekeeren aan de gezonde leer om in eigenwillige vroomheid te wandelen. De kerk maakt niet zalig, maar de samenkomst der gemeente nalaten, is tegen de vermaning der Schrift en derhalve zich onttrekken aan de prediking, welke Christus geboden heeft.

Zoo hoort men ook klachten, dat velen van de Heilige Schrift vervreemd zijn. Zij komen weinig of niet ter kerk en lezen ook niet meer regelmatig het Woord met het gezin. Toch vermaant de Christus : onderzoekt de Schriften, want die zijn het, die van Mij getuigen. In het algemeen wijst dit op verachtering van het kerkelijk en geloofsleven. Wanneer het kerkelijk leven gezond is, zal dat ook in gezin en persoon zijn weerslag geven, maar wanneer het gemeenschappelijk geloof een inzinking gaat vertoonen, wijst dit evenzeer op een verachtering in het huiselijke en persoonlijke leven.

Velen blijven nog getrouw, maar anderen zoeken het elders of trekken zich terug. Het geloof boet aan gemeenschappelijke kracht in, met de verachtering der kennis treedt ook verzwakking van het gezag des Woords in. Het Woord is het brood des levens, doch het brood moet genuttigd worden, zal men er voedsel van verkrijgen. En hoewel het brood des levens niet van kracht wordt beroofd, als het veronachtzaamd wordt, oefent het geen kracht tot kennis der zaligheid.

Wij raken ook hier aan een uitvlucht, die vernomen kan worden voor zulk een onachtzaamheid, als predikant of ouderling vraagt, of Gods Woord geregeld wordt gelezen. Wat zal het baten, als een onbekeerd mensch de Heilige Schrift leest. Men moet toch licht hebben, zoo verklaart men, en zoo de HeiHge Geest geen licht geeft, hoe zal men verstaan? Het klinkt zelfs vroom, hoewel het toch niet vroom is, want nergens zegt de Schrift, dat wij eerst bekeerd moeten zijn en dan discipelen van Christus worden. Doch wel staat er geschreven, dat wij acht zullen hebben op het profetische Woord en de Heere geeft de belofte, dat de Heilige Geest in alle waarheid zal leiden. Hoe zal men echter op Gods belofte hopen, als men zich aan die belofte onttrekt ? Hoe ook zal men gesterkt worden in de belofte, als men de samenkomst der gemeente nalaat, daar toch het geloof is uit het gehoor ?

Men kan uit de Schrift niet aantoonen, dat God Zijn Woord alleen voor de uitverkorenen heeft geopenbaard, want Hij wil, dat het aan alle creaturen gepredikt wordt. Maar wèl kan men lezen, dat Hij het Woord aan Zijn kerk heeft toebetrouwd om het te bewaren, te onderhouden, te prediken en daarnaar te wandelen.

Daarom gaat er kracht uit van de onderhouding van het gemeenschappelijk geloof ook op ons persoonlijk en huiselijk leven. Dat is geen tegenstelling met het persoonlijk karakter des geloofs en doet ook niets af van den eisch der wedergeboorte. Integendeel zal het gemeenschappelijk belijden ons ook tot persoonlijke nuttigheid zijn tot leering en tot beteugeling eener eigendunkelijkheid, die van het pad der waarheid afvoert. Het zal ons weerhouden van allerlei eigenzinnige opvattingen, die misleidend kunnen zijn en tot eeuwige schade.

Het waarachtig geloof zoekt de gehoorzaamheid, welke God van ons vordert ook in deze dingen en kan geen vrede vinden in een weg, die van de waarheid afwijkt. De roeping der kerk toch is geen roeping, die ons persoonlijk niet raakt. Het gaat niet buiten ons om, als wij de kerk in gebreke stellen en allerlei afkeuring over haar hebben. De kerk is een naam, maar als wij haar concreet zien, dan komen wij bij de menschen en bij ons zelf, allermeest bij degenen, die van de kerk zijn en zich bij de gemeente van Christus voegen. De gemeenschappelijke roeping der kerk rust ook op de personen en de gemeenschappelijke schuld zullen wij ook persoonlijk meedragen.

Wie zich van deze dingen rekenschap geeft, kan moeilijk volharden in zijn critiek en werkeloos toezien. Het besef der nalatigheid en schuld heeft hem er ook toe uit te drijven alles te doen om een gezond kerkelijk leven te bevorderen. Wij ontveinzen ons niet, dat velen zich niet in een gezond kerkelijk leven zouden thuis gevoelen, omdat zij er niet alles zullen vinden, wat zij wenschen, of misschien ook verwachten. Daarom zal het nuttig zijn zich daarvan een klare voorstelling te maken. Want ook in een kerk, die er naar streeft haar belijdenis na te komen, zal men persoonlijke opvattingen en gevoelens moeten achterstellen terwille van de gemeenschappelijke vervulling van haar roe­ping.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De gemeenschap des geloofs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's