De prediking
Beschouwen wij enkele punten nog wat nader en beginnen wij met de prediking, zooals die bij een gezond kerkelijk leven mag worden verwacht.
Zooals reeds vroeger werd opgemerkt, geeft de prediking een openbaar getuigenis der kerk. Het ligt in den aard der prediking, getuigenis te zijn. In haar beluistert men de belijdenis der kerk. Daarom spreekt het vanzelf, dat de prediking van alle kansels hetzelfde getuigenis behoort te geven. En in een kerk, die voor haar belijdenis opkomt, zal dat ook zoo zijn, krachtens haar gemeenschappelijk geloof.
Men stelle zich echter niet voor, dat daarmede de verscheidenheid zal worden weggenomen. Zelfs, indien men besloot om naar een overeengekomen en vastgestelden rooster te prediken, zoodat in alle kerken op denzelfden Zondag over dezelfde stof gepreekt werd, zou men nog een groote verscheidenheid van behandeling kunnen waarnemen. Dat kan een ieder begrijpen, die verschillende predikanten over dezelfde stof hoorde preeken. Dezelfde predikant zal over denzelfden tekst sprekende, nog zeer verschillend kunnen preeken. Dat hangt samen met de omstandigheden, die geheel anders kunnen zijn.
Wij noemen slechts het geval, dat men naar een tekstenrooster preekt, doch niet om zulk een practijk te verdedigen. De kerk heeft tijden gekend, dat men zoo deed en in de z. g. lijdensweken geschiedt dit gewoonlijk nog. Dit laatste heeft trouwens op zichzelf wat voor, zooals de practijk dan ook aantoont. In het algemeen is een rekening houden met de indeeling van het kerkelijk jaar in zwang gebleven. Daartegen bestaat geen bezwaar, al achten wij het niet zoo van gewicht als regelmatige Catechismusprediking, waarbij alle stukken van de leer dan telkens weer aan de orde komen. Tot leering der gemeente is dat zeer noodig. Het eene geslacht komt en het andere gaat, maar bovendien is het nuttig en noodig, dat alle leden der kerk den Catechismus kennen en die kennis voortdurend onderhouden. Op zichzelf is dit een punt van belang voor de bevordering van gezond kerkelijk leven.
Met inachtneming van de voornaamste Zondagen van het kerkelijk jaar, gevoelen wij er echter niet voor de predikanten aan een bepaalden tekstrooster te binden. Wellicht zijn er, die zich daarmede gediend weten, en iedere predikant zal wel eens aanleiding vinden om zich aan zoo'n rooster te houden, maar als voorschrift achten wij zulks niet verkieselijk.
De herder en leeraar draagt verantwoordelijkheid over de hem toebetrouwde kudde in de eerste plaats jegens den grooten Herder den schapen. Zonder te kort te doen aan de kerkelijke orde en het gemeenschappelijk beleid der kerken, moet hij vrij zijn in de vervulling van zijn roeping.
Dit even tusschen haakjes aangaande den tekstenrooster. Wij stelden echter het geval om daardoor te meer nadruk te kunnen leggen op de verscheidenheid. Die verscheidenheid zal echter in velerlei opzicht blijven. Niet alleen in tekstkeuze en behandeling, maar in talent en gaven en in de persoonlijke beleving der dingen. In een gezond kerkelijk leven zal het dus wel zoó zijn, dat men van alle kansels hetzelfde getuigenis verneemt. Men denke echter niet, dat de voorkeur van den een voor Ds A. en die van den ander voor Ds B. zal verdwijnen. Men zal ook voortgaan met Ds A. te voorwerpelijk en Ds B. te bevindelijk te vinden, want niet alle predikanten zullen daarin gelijk zijn en zoo zij al gelijkenis vertoonen, verschillen zij toch weer.
Wij roeren opzettelijk deze teere zaak aan, omdat een ieder geneigd is voor gezonde prediking te houden, wat hem als zoodanig voorkomt. Men kan bovendien ook gezond en ongezond over bevinding preeken, want ook in deze zaak beslist Gods Woord. Als de belijdenis spreekt over het getuigenis des Heiligen Geestes in onze harten, over de werkingen van den Drieëenigen God, die wij in ons gevoelen, dan is dat een getuigenis uit het bevindelijke leven. De reformatoren getuigen niet uit een verstandelijk geloof.
Zoo kan men ook niet tegenspreken, dat de een verder in den weg des geloofs kan geoefend en gevorderd zijn dan de ander. Daarin is, zoo men wil, ook bevinding. Onbetwistbaar draagt een getuigenis uit het levend geloof de kenmerken van het leven en daarin is het uit den aard der zaak bevindelijk. Denk maar eens aan de psalmen, die tintelen van den gloed des levens. Denk aan zoo menige profetie, die in onze dagen als een nieuw boek wordt gelezen, omdat men het leven er in ontdekt. Gods Woord is Geest en leven.
Wat is dan bevinding ? Dat wij dezelfde dingen, die ons uit het Woord tegenkomen, niet alleen met het verstand beamen, maar ook in onze harten gevoelen. In dezen zin is bevinding zeker reformatorisch. Doch zoo wordt het niet altijd verstaan. Men wil daaronder verstaan hebben de prediking van de gestalten des geloofs in den Christen. Het is met den geloovige niet altijd gelijk. Wij wijzen maar weer op de psalmen, ledere geloovige staat ook niet en niet altijd op den berg des geloofs. Bovendien beteekent de afsterving van den ouden mensch en de opstanding van den nieuwen mensch een voortdurende oefening en worsteling des geloofs, en in al deze dingen kan Gods kind zich in de Heilige Schrift terug vinden.
Dit laatste geeft omgekeerd reeds aanleiding, dat de prediking, uitgaande van de Heilige Schrift en handelende over deze dingen, aan het schriftuurlijke beeld komt om dit der gemeente voor te houden tot een richtsnoer. De grond van alle verwachting, waarop Gods Woord altijd weer wijst, is de ontferming Gods in Christus Jezus, Zijn eeniggeboren Zoon. Het eind van alle prediking is altoos Jezus Christus en Zijne genade, opdat God rechtvaardig zij en aan Zijn eer kome. Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof in den Heere Jezus Christus, hebben vrede bij God.
Ook de gestalte, die wij bij ons zelf meenen te vinden, heeft in zich zelf niets verdienstelijks. Haar eenige waarde en beteekenis kan slechts daarin gelegen zijn, dat er oprechtheid voor God in het binnenste woont en dat er geloof is in Jezus Christus, want zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Het is Gods gave.
Alle bevinding, die voor God zal kunnen bestaan, komt neer op waarachtig geloof. De gestalte kan ons geen vrede geven, doch alleen de levende hope op den Christus Gods, die ons gereinigd heeft met Zijn bloed. En zoo blijft het: in zooverre wij zulk een weldaad Gods met een geloovig hart aannemen.
Die weldaad Gods is het Evangelie van Jezus Christus, in Wien Hij Zijn eeuwige barmhartigheid bewezen heeft, als Hij Hem heeft overgegeven om onze overtreding. Uit deze weldaad leeft de kerk en is zij geroepen Zijn Naam groot te maken.
De prediking, welke dat Evangelie brengt in getrouwheid en met de gaven, die God den prediker heeft geschonken, mag men niet verachten.
De dienaar des Woords predikt uit het geloof der kerk en niet uit het geloof van dezen of genen Christen, want de regel ligt niet bij een sterfelijk mensch, maar in het profetische Woord, dat zeer vast is.
Wij stellen den persoon van den prediker niet buiten rekening, maar hij is niet geroepen om zijn persoon te prediken. Hij zal ook zijn eigen geloofsleven onderwerpen aan den toets der Schrift en ini den arbeid des Woords voor oogen houden, dat hij geroepen is de kudde des Heeren in Zijn waarheid te leiden. Ook in dit opzicht geve hij acht op Paulus, die zich zelf en anderen wegcijfert, opdat Christus alleen als de weg en de waarheid en het leven gepredikt worde. Is Paulus voor u gekruisigd, of Cefas of Apollos? Deze vraag peilt de diepte van het gevaar, als een prediker des Evangelies vóór Christus zou worden gezet, een gevaar, waarvoor de prediker en de gemeente beiden hebben te waken.
Ook de apostelen hadden oog voor de verscheidenheid van gaven en waren zelf daardoor onderscheiden, maar zij prediken denzelfden Christus.
De verscheidenheid is een kenmerk van het leven, ook van het leven des geloofs. Het is ook te verwachten, dat bij algemeene instemming met de belijdenis der kerk, op eenig punt verschil van opvatting voor den dag komt. Dat zal zelfs kunnen voorkomen zonder dat daarmede de eenigheid des geloofs wordt verstoord. Niet alle voorkomende vragen worden door de belijdenis beslist. Er kunnen ook nieuwe vraagpunten aan de orde komen. Voorts zijn er ondergeschikte punten, welke de hoofdzaken niet raken. Op die wijze zal er ook bij gezond kerkelijk leven nog voldoende stof voor discussie zijn.
Het zal ook voorkomen, dat gemeenschappelijk overleg gewenscht is, zoodat kerkelijke behandeling noodig zal zijn om tot overeenstemming te geraken. Daarmede komen wij echter op het terrein der kerkelijke orde.
Wij hebben er slechts op willen wijzen, dat ook in een kerkelijke saamleving, waarbij de belijdenis tot haar recht komt, bij alle verscheidenheid geen prediking van elk wat wils zal worden gevonden. De gemeente zal echter een prediking erlangen, waarop zij recht heeft, terwijl zij gehouden is zich daaronder te voegen en geen andere te wenschen dan die van het Evangelie der Schriften, waarvan Christus is het fundament en de eenige grond der zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's