De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezond kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezond kerkelijk leven

8 minuten leestijd

Hoe zal het in de kerk toegaan, die zich verheugen mag in gezond kerkelijk leven ? Wij gebruiken dat woord in tegenstelling met een kerkelijk leven, dat wij krank noemen. Den kranken toestand kennen wij en wij kunnen daarin de ziekteverschijnselen en verschillende oorzaken aanwijzen. De organisatie, het gebrek aan leertucht, de richtingen, de evangelisaties en zooveel meer.

Richtingen en evangelisaties zijn zeker symptomen van krankheid, die mede oorzaak vinden in het gebrek aan leertucht en de organisatie. Om het even, of een evangelisatie van. rechts of van links wordt opgericht, het verschijnsel op zich zelf is een uitwas, welke in een gezond kerkelijk leven niet voorkomt.

Van het kerkelijk kiesrecht en zijn toepassing in den strijd der richtingen kan men hetzelfde zeggen. Het is een onkerkelijke practijk in een ongeestelijken strijd. Bovendien is het een product van een organisatie, die op zich zelf genomen niet met de rechten en de orde der kerk overeenkomt.

Zoo is het kerkelijk beoordeeld een ongezond verschijnsel, dat dezelfde kerk zoo velerlei prediking doet hooren, zoodat er niet een gelijk getuigenis uitgaat, terwijl zij toch als Christus' getuige in deze wereld behoort te staan. Het mag voor de wereld niet twijfelachtig zijn, hoe de kerk spreekt. Zij moet daaromtrent niet in het onzekere verkeeren. En het ligt dus voor de hand, dat de kerk geen onzeker geluid mag geven en tegelijkertijd het Evangelie van Christus en andere evangeliën doen hooren.

Dat zijn zoo enkele van de voornaamste ziekteverschijnselen.

Maar nu de gezonde kerk?

Wij komen de voorstelling eenigermate te hulp, als wij de kenteekenen van het gezonde in de plaats denken van het kranke.

Om met het laatste te beginnen: Waar men de vergadering der gemeente bijwoont op, een dorp of in de stad, in de eene of in de andere wijk: men verneemt hetzelfde getuigenis, dezelfde prediking, hetzelfde evangehe, zooals men ook op grond van de belijdenis der kerk kan verwachten.

Dat is op zich zelf een gezond teeken, want dat kan alleen zoo zijn, als de belijdenis als een levende belijdenis in het kerkelijk leven haar plaats en rechten heeft. Als men uit de belijdenis leeft, zal men ook naar de belijdenis handelen. Dan is er niet alleen kerkelijk leven, maar dan is het ook gezond. Bij zulk een gezonden toestand zal niet alleen het getuigenis van alle kansels een zuiver geluid doen hooren. Dat is wel kerkelijk, maar dat is niet alles. Dan zal het leven der gemeente en niet minder de ambtsvervulling van den kerkeraad daarmede in overeenstemming zijn.

Er wordt terecht wel heel veel waarde aan de prediking gehecht en het is een hoofdzaak. Het getuigenis der kerk gaat echter verder. Het gaat ook uit van de andere ambten, den dienst der ouderlingen, aan wie de regeering der gemeente is toevertrouwd, en van de diakenen, die hun zorg over de nooddruftigen en de zieken hebben uit te strekken. Deze zorg kan echter nog verder gaan.

De bevestigingsformulieren zijn hier goede en betrouwbare gidsen voor dien arbeid. In een gezond kerkelijk leven zal ook het formulier geen doode letter zijn, maar in practijk worden gebracht. Goed begrepen, wij beweren niet, dat in de huidige omstandigheden ook niet voortreffelijke ouderlingen en diakenen worden gevonden. Anderzijds ontbreekt daaraan in sommige gemeenten ook nog wel wat. Vooreerst zijn niet alle ouderlingen en diakenen voorstanders van de belijdenis. Het komt ook voor, dat zij nauwelijks op de hoogte zijn met wat er in staat. Zij hebben er geen behoefte aan, omdat zij over religie, kerk en ambt zoo hun eigen opvatting hebben.

Wanneer het aan de eisch, door de Schrift aan een opziener en ouderling of diaken gesteld, komt, vindt men ook daarin gebrek. Nog eens, men vergete niet, dat er ook voortreffelijke mannen onder hen zijn, maar bij een gezond kerkelijk leven behoort de schriftuurlijke vervulling dezer ambten en een schriftuurlijke waardeering van de ambtsdragers regel te zijn.

Het een hangt aan het ander, want, waar gezond kerkelijk leven heerscht, zal men de gehoorzaamheid betrachten, welke Christus van ons vordert.

Zoo komen wij ook bij de gemeente. Ook zij, en zij wel in de eerste plaats, zal de kenmerken van gezond kerkelijk leven dragen. Immers, als wij van de ambten hebben gesproken, verwachte men toch niet alles van de ambten. Het is ook weer niet zoo, dat, indien de ambten wèl worden bekleed en de ambtsdragers hun roeping nauwgezet vervullen, al het andere wel terecht komt en van gezond kerkelijk leven kan worden gesproken. Zonder twijfel is het van groot belang, dat de opzieners getrouw zijn. De ontrouwe herders vinden in de Schrift een streng oordeel. De opzieners kunnen getrouw zijn, doch zij kunnen een gemeente niet bekeeren. Maar bovendien brengt een gezond kerkelijk leven een innigen band tusschen opzieners en gemeente mede. Of liever, het drijft daarop. De herders en leeraars en de ouderlingen en diakenen mogen geen heerschers over de kudde des Heeren zijn, maar zij mogen ook niet als huurlingen en vreemden tegenover haar staan.

Omgekeerd gebruikt de Heilige Schrift het beeld van de kudde, omdat zij ook wil, dat de gemeente zich als de kudde des Heeren onder de getrouwe herders voegt. De trouw en waardigheid der herders zal daaruit blijken, dat zij het Woord van den grooten Herder der schapen niet verachten en in hun arbeid de ware Christelijke liefde en toegenegenheid voor de kudde doen blijken.

Daarom mag de kudde geen gelijkenis hebben met een ongeregelden hoop, die her- en derwaarts uiteengaat. Zij moet zich zelf bewust zijn, wat het beteekent kudde des Heeren te wezen. Dat is een kenmerk en eisch van gezond kerkelijk leven. Zij moet geleid willen zijn in het spoor, dat het Woord wijst, daarvan kennis dragen en daarin onderricht willen zijn. Daartoe is ook noodig, dat zij de trouwe herders als van Godswege ontvangt en bejegent.

De herders zijn niet geroepen om naar eigendunkelijk inzicht over de kudde te heerschen, maar zullen haar regeeren en leiden naar den eisch van hun ambt. Evenmin mag de kudde van hen wat anders wenschen of verwachten. De ouderlingen en diakenen behooren dan ook geen vreemdelingen te zijn, maar zij worden gekozen uit het midden der gemeente, opdat zij met haar nooden en behoeften wel bekend, ook met wijsheid en beleid hun taak kunnen vervullen en al zulke maatregelen nemen, die nuttig en bevorderlijk kunnen zijn aan een zuivere openbaring van het lichaam des Heeren.

De band tusschen ambtsdragers en gemeente wordt ook daarin erkend, dat deze laatste hetzij als gemeente, hetzij door den kerkeraad de ambtsdragers kiest.

Daar gezond kerkelijk leven alzoo ook zijn eischen aan de gemeente stelt, en dat zelfs niet in de laatste plaats, zal zij niet alleen in de schriftuurlijke vervulling der ambten een kenmerk daarvan dragen, maar dat zal ook gezien worden in de gemeente zelf, allermeest in het huisgezin. Het Christelijk huisgezin is een gezin van de kerk en in de kerk. De kinderen worden — om het zoo uit te drukken — in den schoot der kerk geboren. Daarin is een organisch verband tusschen kerk en huisgezin gelegd, niet door de menschen, maar door God. Men denke aan het Doopsformulier, hetwelk zeer duidelijk verklaart, dat de kinderen der geloovigen lidmaten van Christus' gemeente zijn. Dit is geen vinding van de opstellers, geen gedachte van menschen, maar naar de orde van Gods Verbond. De God van alle leven heeft het alzoo besteld.

Naar eisch van dit Verbond heeft het Christelijk huisgezin dit waar te nemen. Het behoort niet tot de kerk alleen in de samenkomst der gemeente, maar het behoort krachtens het Verbond Gods bij de kerk.

Zoo wijst de eisch van gezond kerkelijk leven, indien wij dit in het licht des Woords zien, op den eisch van een Christelijk gezinsleven. Het gezin staat in den wijngaard des Heeren, het behoort tot Gods akkerwerk.

Uit een en ander moge worden aangetoond, dat de aangesneden vraag allen in hun ambt en in de door God gegeven roeping raakt. Want eenmaal bij ambt en gezin aangekomen, kan het duidelijk, zijn, dat die graag in de persoonlijke sfeer thuis komt en daar ook. thuis zal worden gezocht,

Men is er, dus niet af met steeds op de kerk te wijzen, alsof die als een onderwerp buiten ons alleen aansprakelijk zou zijn. Als wij kerk zegggen, komen wij bij de menschen uit, die bij de kerk behooren in haar organisch verband. Nog minder kunnen wij volstaan met de organisatie af te keuren, alsof daarmede alles zou gezegd zijn. Die organisatie is der kerk opgelegd en is op haar beurt een oorzaak geworden van kerkelijke verwarring. Men vergete echter niet, dat het kerkelijk leven in den breeden en werkelijken zin, waarin wij dat aangestipt hebben, reeds een merkelijke mate van decadentie heeft vertoond, toen deze organisatie over haar kwam. Er moet aan gezond kerkelijk besef en waarachtig geloofsleven reeds heel wat hebben ontbroken in den tijd, toen men haar aan een bestuursorganisatie heeft gebonden. Maar daarom ook zal zij tot haar eigen levensopenbaring eerst terugkeeren, als de symptomen van opleving en herleving in alle geledingen doorwerken, zoodat een iegelijk, zijn roeping bewust geworden, zijn krachten naar vermogen geeft om naar den eisch van Schrift en belijdenis het zijne te doen. Indien ons dat gegeven wordt door Gods genade, zal er nog iets goeds uit deze dingen worden geboren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Gezond kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's