De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten

5 minuten leestijd

Hoofdstuk IV.

De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7.

Vervolg vers 6.

Met de woorden „Abba Vader" geeft Paulus te kennen, dat er nog zwakheid in de geloovigen gevonden wordt. Hetzelfde is het geval in Romeinen 8 vers 26, als hij zegt : „De Geest komt onze zwakheden naede te hulp".

Het tegendeel worden wij echter het meest gewaar. Het gevoel, dat God over ons vertoornd is, wordt door ons sterker ervaren, dan het feit, dat Hij ons genadig is.

Met het oog hierop, wordt de Heilige Geest in onze harten gezonden; en deze Geest zucht maar niet zachtjes in ons binnenste, maar Hij slaakt als het ware de kreet: „Abba, Vader !"

De Geest vertegenwoordigt ons bij den Vader met onuitsprekelijke zuchtingen.

Op welke wijze doet Hij dat ?

In hevige verschrikkingen en grooten strijd des gemoeds grijpen wij Christus weliswaar aan als onzen Heiland ;  maar ook beangstigt de Wet ons dan erg ; de zonde overstelpt ons, terwijl ook de Satan niet nalaat ons met zijn listige en vurige pijlen te bestoken. Hij stelt alles in het werk, om ons Christus en alle troost te ontnemen. En het scheelt in dergelijke omstandigheden maar weinig, of wij delven het onderspit, en komen tot vertwijfeling. Wij zijn dan het best te vergelijken met een gekrookt riet en een rookende vlaswiek.

De Heilige Geest komt echter onze zwakheden mede te hulp, en Hij is onze Voorspreker bij den Vader ; Hij bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen, en voorts getuigt Hij met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Op deze wijze wordt ons verschrikt gemoed opgericht, en gaat het zuchten naar zijn Heiland en Hoogepriester Jezus Christus ; het overwint de zwakheden des vleesches, en wordt weer getroost, zeggende : „Abba, Vader !"

Dit zuchten, waarvan wij maar heel weinig merken, wordt door Paulus „onuitsprekelijk" genoemd; het vervult dus volgens hem hemel en aarde.

Wanneer wij zwak zijn, en aangevochten worden, verwekt de Heilige Geest in ons een schreien tot God om hulp.

Hoe groot en vervaarlijk daartegenover het geschreeuw van Wet, dood en duivel ook wezen mag, en al vervult het zelfs hemel en aarde, — het is niet in staat, het zuchten onzes harten te overstemmen, terwijl het ons evenmin kan schaden.

Want hoe meer onze vijanden op ons aanvallen en ons aanklagen, en hoe meer zij ons met hun geschreeuw plagen, — des te sterker wordt in ons het zuchten en des te vuriger grijpen wij Christus aan. Wij roepen dan tot Hem met hart en mond, en laten niet af, te gelooven, dat Hij geworden is onder de Wet, om ons van den vloek der Wet te verlossen, en zonde en dood te niet te doen.

Na Christus op deze wijze krachtig in het geloof gegrepen en aanvaard te hebben, komen we tot het roepen : „Abba, Vader !'' En dit schreien nu overstemt het geschreeuw des duivels.

Toch meenen wij zelf niet, dat ons zuchten van zoo luiden aard en van zooveel beteekenis is. Ons geloof is namelijk zeer zwak en daardoor hooren wij ons schreien bijna niet.

In onzen strijd hebben wij alleen de beschikking over het Woord. Hebben we dat in zijn vollen omvang aanvaard, dan beginnen we te verademen en gaan we zuchten tot God. Wij merken daar evenwel maar heel weinig van. „Die echter de harten doorzoekt", zegt Paulus, „weet welke de meening des Geestes zij". (Romeinen 8 vers 27).

Door den Heiligen Geest die een doorgronder der harten is, wordt het geringste zuchten reeds gewaardeerd als een heftig roepen en een onuitsprekelijk gezucht, waartegen het geschreeuw van Wet, zonde, dood, duivel en hel niets beteekent, waarbij komt, dat het laatste niet eens gehoord wordt.

Het heeft dus wel degelijk zin, dat Paulus het zuchten van een bekommerd christenhart „roepen" noemt en als „onuitsprekelijk" typeert. Want het vervult hemel en aarde, en het geschiedt zóó luid, dat de engelen meenen, niets anders dan alleen het zuchten des Geestes te hooren.

Wij gevoelen en ervaren echter het tegendeel, en meenen niet, dat ons geroep" doorklinkt tot God en de engelen in den hemel. Wij houden het er zelfs voor, dat het gebrul en geloei van Satan tijdens onze aanvechtingen den hemel kraken en de aarde beven doet. Wij meenen, dat alles ineen zal storten, dat alle schepselen, dreigementen tegen ons uiten, en dat de hel geopend worden zal om ons te verslinden.

Zoo'n gevoel is gedurende aanvechtingen ons deel; we hooren dan verschrikkelijke stemmen en zien vervaarlijke gedaanten.

Hetgeen Paulus zegt in 2 Korinthe 12 vers 9, wordt dan aan ons vervuld : „Gods kracht wordt in zwakheid volbracht".

Christus heerscht dan in ons, en Hij triumpheert, daar wij zwak zijn, en nauwelijks zuchten kunnen.

Volgens Paulus is ons zuchten in Gods ooren een sterk roepen, dat den ganschen hemel en de aarde vervult.

Ook door Christus wordt ons zuchten „roepen" genoemd, namelijk in dè gelijkenis van den onrechtvaardigen rechter, wanneer Hij zegt : „En de Heere zeide : Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan geen recht doen Zijnen uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen ? Ik zeg u, dat Hij hun haastiglijk recht zal doen".

Bij de zware vervolgingen en het verzet heden ten dage van de zijde van den paus, tirannen en dwaallichten, kunnen we niets anders uitrichten, dan zuchten slaken. Vele jaren zijn ons stenen en kermen de stormrammen en oorlogsinstrumenten geweest, waarmede wij de raadslagen en aanvallen van onze vijanden verijdeld en afgeslagen hebben. Met ons zuchten breken wij het rijk van den anti-christ af.

Ook beteekende ons zuchten een gebed tot Christus, om den dag Zijner heerlijke toekomst te verhaaasten, waarop Hij afrekenen zal met alle heerschappij en alle macht en kracht, welke zich tegen Hem gesteld zal hebben.

Dan zal Hij alle vijanden leggen onder Zijne voeten. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's