De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen aanhangsel, maar middelpunt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen aanhangsel, maar middelpunt

4 minuten leestijd

Christus is in de Heilige Schrift geen aanhangsel, maar middelpunt. Wanneer we de Bijbel opslaan, kunnen wij ons daarvan overtuigen. Datgene, wat van den Christus geschreven staat, hangt er maar niet zoo'n beetje bij. Het kan desnoods met wat veranderen en verplaatsen niet worden gemist. Ware dat wèl zoo, dan zouden we mogen spreken van een aanhangsel, dat niet zooveel te beteekenen heeft. Gods Woord echter toont ons dit wel anders. De Zoon van God is de Middelaar bij de schepping aller dingen. „Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is". (Joh. 1 vers 3). Deze Zoon van God is het, die de menschelijke natuur aanneemt, den broederen in alles gelijk wordt, uitgenomen de zonde. In het verlossingswerk is Hij de Middelaar Gods en der menschen.

Wanneer Johannes weent, omdat niemand waardig is het boek, met zeven zegelen gesloten, te openen, dan wordt hij getroost, doordat één van de ouderlingen hem wijst op den Christus, de Leeuw, die overwon, die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids. En Johannes ziet den Zoon, den Christus, als een Lam, staande als geslacht. Dat Lam neemt het boek uit de hand des Vaders, Die op den troon zit. Hij kan en mag de zegelen verbreken en het boek ontsluiten. (Openb. 5). De Heere Christus is Degene, die het boek van Gods raadsbesluiten kan openen, kan bekendmaken en ten uitvoer leggen. De Zoon, de Christus, is bij dit alles maar geen aanhangsel, maar middelpunt. In zijn „Voorwerpelijke onderwerpelijke prediking eisch der Heilige Schrift", zegt Ds Kievit: „Alle lijnen der historie staan in verband met Hem en in Hem tot den Vader en den Geest. Hij is dan ook de spil, waarom de geheele openbaring in Oud en Nieuw Verbond zich beweegt in voortgaande ontsluiting en ontvouwing van den heilsraad Gods, tot glorie van Zijn Naam". Omdat Christus op deze wijze het middelpunt van Gods Woord is, moet Christus ook het middelpunt der prediking zijn. Dat spreekt vanzelf. De prediking toch moet zijn uit 't Woord en naar het Woord. Hier is voor menschelijke willekeur geen plaats. De prediking is niet een spreken over alles en nog wat, terwijl een enkel woord over Christus als aanhangsel aan het gesprokene wordt toegevoegd. Dit is eene verhouding, welke niet is naar de Schriften. De gemeente mag eischen dat de haar gebrachte prediking den Christus tot middelpunt heeft. Maar dan in schriftuurlijken zin. Wanneer wel eens geroepen wordt: de prediking moet Christus-prediking zijn, dan krijgt men soms de indruk, dat men zich wat af wil maken van b.v. onze algeheele verdorvenheid, om maar vlug over te stappen naar een zekere „Jezus prediking", waardoor dan als 't ware gezegd zou worden : maak u maar niet ongerust, het komt wel in orde. Dit is evenzeer in strijd met de Schrift. De Christus moet in het middelpunt staan, alles moet met Christus in verband gezet worden, zooals de Heilige Schrift dat ook zelf doet. Hij moet aan zijn eer komen. Daarin wordt juist de Vader grootgemaakt. Want de Christus is de Zone Gods, van den Vader gezonden. Wanneer dit in de prediking wordt gemist, dan ontbreekt de goede reuk, n.l. de reuk van Christus. Dan wordt de Vader aangetast in Zijn eer en de Zoon niet minder. Terwijl dan ook bet werk des Geestes niet tot zijn recht kan komen. De Heilige Geest doet toch komen door Christus tot den Vader. „Niemand komt tot den Vader dan door Mij". In het geestelijk leven wordt dit aldus gekend. Ook hierin is de Christus maar niet een aanhangsel, doch middelpunt.

De Heilige Geest richt de wet op in het hart als een tuchtmeester tot Christus. Deze Christus wordt door den Geest verheerlijkt, uit het Zijne neemt Hij om het Gods Kerk te verkondigen. De ware discipelen zijn als ranken in den wijnstok, in Hem ingeplant. Hun levenssappen betrekken ze uit Hem. {Joh. 15). Als Zijn schapen hooren ze Zijn stem en ze volgen Hem. (Joh. 10). Hij is hun vrede. (Efeze 2). Hij is het brood, dat ze eten, en de drank, welke ze drinken. Want Zijn vleesch is waarlijk spijze en Zijn bloed is waarlijk drank. (Joh. 6). Den geloovigen is Hij dierbaar. (1 Petr. 2 vs. 7). Zij) zijn met Hem gestorven en ze gelooven dat ze ook met Hem zullen leven. (Rom. 6). Met een Paulus bidden ze : Opdat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens. Zijnen dood gelijkvormig wordende : Of ik eenigszins moge komen tot de wederopstanding der dooden. (Filipp. 3).

Christus in de Schrift geen aanhangsel, maar middelpunt.

Christus in de prediking naar de Schrift geen aanhangsel, maar middelpunt.

Christus in het door Gods Geest gewerkte nieuwe leven geen aanhangsel, maar middelpunt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Geen aanhangsel, maar middelpunt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's