De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVE

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 103)

Zoo kwam 't, dat in Zevenhuizen groote bedrijvigheid heerschte en van den morgen tot in het avonduur op veld en akker gewerkt werd met lust. Natuurlijk regelde de arbeid zich naar den zonnetijd en niet naar die nieuwe uitvinding van de stadsmenschen, waarbij men zoo maar even de klok naar eigen willekeur ging verzetten, alsof men over de natuur te beschikken had en deze zich daaraan zou storen. Toen deze nieuwigheid het eerst in de wereld kwam, waren hier en daar harde woorden gevallen, vooral toen van hooger hand bevolen werd, de torenklok een uur vooruit te zetten. Ds Buitenveld had bij het huisbezoek daar nogal een en ander over moeten hooren, omdat hij een voorstander was van wat sommigen een bedenkelijk teeken van den modernen tijd noemden, waarbij God uitgeschakeld werd en de menschen meenden Hem het werk uit handen te kunnen nemen. Pier Boukes had geweigerd in den bewusten nacht de wijzers van de klok in één klap een slag in het rond te doen gaan, waardoor het drie uur moest heeten, toen het in waarheid nog maar twee was, zoodat de veldwachter er aan te pas moest komen om het voor hem te doen. En Antje bollenloopster, die veel van den dominee hield en met hem door „dik en dun" ging, zooals de menschen zeiden, had er heel wat onaangenaams door beleefd, dat haar ook in de portemonnaie kwam. Want toen zij na dien eersten fatalen aanslag op het wereldregeer en het natuurleven haar klanten bezocht, werd zij hier en daar plotseling voor de vraag gesteld of zij voor het oude of het nieuwe was, en als het goede mensch dan den moed had om te zeggen: „voor het nieuwe", dan kon zij maar „ophoepelen'' en was men van haar komst niet meer gediend.

't Luwde langzaam wel. Men wende aan de toestanden ; alleen wanneer het vóór of najaar weer in het land was en de tijd kunstmatig veranderd werd, zooals men zei, gaf dit soms aanleiding tot eenige wrijving. Voor de rest had men hier zijn eigen tijd, evenals vroeger, en alleen wanneer gereisd moest worden, voelde men den hinder.

Ook op „Donia-state" was hierover nog al gekibbeld. Boer Santema had eerst neiging om, evenals zijn collega's, met kracht tegen deze nieuwigheid op te komen en de boerin had niet minder heftig haar ongenoegen te kennen gegeven over de dwaasheid van die Haagsche heeren, uitgezonderd dan boer Braat, die verstandiger was geweest, omdat hij het léven kende! Het was maar beter, dat die stadsmenschen minder „pierlewaaiden" en 's avonds een uur vroeger naar bed gingen, om dan des morgens eerder op te staan. Men kon de klokken zoover vooruit zetten als men dat wilde, maar daar rekende de zon niet mee, en het vee ook niet, en de vrucht op het veld ook niet. Die dit nieuwtje uitgevonden had, moesten zij.... en toen kwam er niet veel lieflijks. Doch weldra scheen men op „Donia-state" een andere meening te zijn toegedaan. Gabe en Maaike vonden het wat heerlijk en rekenden, bij hun uitgaan, geregeld met den stadstijd, zoo zij het noemden, vooral wanneer dit in hun voordeel was en Santema zelf scheen het voornamer te vinden welhaast met de andere boeren over dit punt van opinie te verschillen. Weliswaar had hij het moeten verliezen, toen hij het bedrijf zoodanig zocht te hervormen, dat de gevolgen hiervan in de boterfabriek gevoeld werden, omdat men hem vrijwel alleen liet staan en vasthield aan het oude. Maar des te meer zocht hij nu op eigen terrein, waar hij als een koning heerschte, te laten uitkomen, dat hij een verlichte boer was, die met zijn tijd mee ging. Helaas, dat hij óók in ander opzicht dit meende te moeten doen. Het scheen alsof een kwade geest hem bezielde en al meer uitdreef van huis. Naar 't gold, voor zaken en vanwege den handel, meest in gezelschap van Thijs Sangers, doch om dan niet zelden thuis te komen op een uur, als er geen zaken meer gedaan werden.

Voor vrouw Santema en de jongste kinderen werd het een huis-kruis, waardoor zij echter nauwer dan ooit aan elkander verbonden werden. Heel de boerderij dreef voor verreweg het grootste deel op Tjerk, gelijk de huishouding voornamelijk door de boerin en Mini bestuurd werd. Mijnheer Loving bracht gewoonlijk al zijn vrijen tijd op „Donia-state'' door en wist dan altijd wel iets uit te denken, waarom de auto moest worden uitgereden uit de garage, als tenminste Gabe haar niet gebruikte. De buitenwacht begon het hoofd te schudden of mompelde. Eerst natuurlijk zacht en bedekt, maar langzamerhand luider en meer in 't oog loopend. Hadden onlangs de jongens van de H.B.S. aan Wimpie, die ook zoo langzamerhand begon aan te komen, niet verweten, dat zijn vader „kachel" was geweest, zoodat het maar een haar had gescheeld, of de politie had hem ingerekend ? En was 't niet waar, dat hij meermalen in een toestand thuis kwam, waarvan hij zich later weinig meer herinnerde en waarbij het maar goed was, dat „Bles" het pad kende ?

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's