De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eén geheel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén geheel

8 minuten leestijd

Telkens hebben wij over de belijdenis de confessie, het geloof der kerk gesproken. 

Dat is eigenlijk nog wat, anders dan de Drie Formulieren. Het geloof is een levende zaak. De Drie Formulieren zijn daarvan een getuigenis. Het geloof, de belijdenis ligt evenzeer in de Ned. Geloofsbelijdenis als in den Catechismus; Bezaten wij niet anders dan de Ned. Geloofsbelijdenis, dan konden wij evengoed spreken van de belijdenis. Zoo ook, indien wij niet anders bezaten dan den Catechismus.

Van de Leerregels tegen de Remonstranten geldt dat echter niet. Dat ligt trouwens reeds in den titel. Zij bewegen zich op een bijzonder stuk des geloofs, n.l. de eeuwige verkiezing en de aangelegen vragen. De belijdenis der kerk is hierdoor vollediger geworden, maar men kan niet beweren, dat de kerk vóór 1618/19 geen belijdenis had. Zelfs toen alleen de 37 Artikelen als zoodanig waren aanvaard en vastgesteld, had de kerk haar belijdenis.

Zoo is het dus zeer wel mogelijk, dat nog nieuwe belijdenisgeschriftten ontstaan. Dat is zelfs te verwachten, indien de kerk eenmaal naar haar belijdenis levende, de vraagstukken aangrijpt, die daartoe aanleiding zullen geven. Zij zal zich ter eeniger tijd moeten rekenschap geven van de Schriftcritiek, om een voorbeeld te noemen.

Want al is niet te verwachten, dat de kerk zal afstaan van haar belijdenis, dat de Heilige Schrift Gods Woord is en dat zij haar als zoodanig ontvangen heeft en aanneemt, zij zal toch ook zichzelf rekenschap hebben te geven van dit geloof.

Daartoe zal zij als kerk nota nemen van de ontwikkeling der Oude- en Nieuw-Testamentische wetenschap, van de beschouwingen en methoden, waarvan deze is uitgegaan, van de resultaten, die zij bracht.

Dat beteekent geenszins, dat zij op het standpunt van deze of gene wetenschappelijke beschouwing overgaat, want zij staat op het fundament des geloofs en zal deze van uit haar geloof beoordeelen en waardeeren. Zij ontvangt de Heilige Schrift uit Gods hand, zij wordt door Gods Geest in de Waarheid geleid en heeft geen behoefte aan een anderen maatstaf, dan die, welke haar is gegeven en waarbij zij ook leeft. Haar criterium is in het geloof in den Christus der Schriften gegeven. Geen andere wetenschap dan de wetenschap des geloofs is bevoegd om over deze dingen te oordeelen.

Dat neemt echter niet weg, dat de kerk zich zal hebben te verstaan met wat men op het breede terrein der theologische studiën aandient. Aan de kerk is het beslissende woord niet over dien wetenschappelijken arbeid op zich zelf, maar over hetgeen haar raakt krachtens haar roeping in de wereld.

Zoo ga men niet uit van de meening, dat die arbeid geen vruchten zou afwerpen, welke zij dankbaar en uit Gods hand heeft te ontvangen. Dat is niet alleen reformatorisch, maar volgt ook uit haar geloof in de Voorzienigheid Gods. Zij belijdt met de Schrift, dat ook de gaven der wetenschap goddelijke gaven zijn.

Daarom maakt zij onderscheid tusschen wetenschap en bespiegeling en laat zich ook daarbij door Gods Woord leiden. Niets staat verder van het waarachtig geloof dan de verachting der wetenschap. Dat heeft men noch uit de Schrift, noch van de reformatoren geleerd. Wat anders is de wijsheid, die uit den geest der wereld is, wat anders de kennis, welke vrucht van wetenschappelijke onderzoekingen is. De wijsheid der wereld is naar den geest der wereld en de wijsheid Gods is uit God.

Zoo is b.v. de talenkennis en de kennis der handschriften en van de volkeren, die in de Heilige Schrift genoemd worden, niet blijven staan bij de kennis, waarover de reformatoren konden beschikken.

En ofschoon het vóór alles waar is, dat het Evangelie der Schriften bij alle sedert verkregen kennis niet verandert en het geloof hetzelfde blijft, omdat het leven en de weg der zaligheid niet veranderen, zoo moet men nochtans niet meenen, dat die kennis zonder nuttigheid is. En nu bepalen wij ons vooral bij dat alles, wat de Heilige Schrift zelf betreft.

Het geloof der reformatoren en het geloof der waarachtige Christenen van onzen tijd is hetzelfde geloof, openbaring van het zelfde leven, gewekt en onderhouden door denzelfden Geest.

De reformatoren hebben dat verkregen bij het licht der Schrift, hetwelk God hun schonk en de geleerde onderzoeker van de Schrift, toegerust met al de wetenschap, welke hij zich eigen maakte, zal nochtans alleen in datzelfde geloof zalig worden, waarin ook de ongeleerde zijn eeuwige behoudenis vindt.

Alle wetenschap op het gebied der Heilige Schrift bij elkander, kan de eenigheid des geloofs door alle eeuwen heen niet doorbreken, omdat daar is één geloof, één doop, één Heere.

Of dan de openbaring in Christus door de vleeschwording des Woords niet veel rijker is dan die b.v. aan Abraham ten deel viel ? De Schrift zelf geeft hier het antwoord en nochtans heeft Abraham uit hetzelfde Evangelie en uit hetzelfde geloof geleefd.

Dolen wij echter niet verder af. Het onderwerp is van genoegzaam belang om er nog eens nader bij stil te staan, en zal ook de aandacht wel vragen, maar het ging nu niet over de verhouding van de kerk en de wetenschap, maar over de eenheid des geloofs en den saamhang der belijdenis.

Wij wilden slechts opmerken, dat de kerk niet onverschillig kan staan tegenover de wetenschappelijke ontwikkeling op het terrein van godsdienst en theologie. Dat kan nog te minder, indien de invloeden daarvan op het erf der kerk worden ervaren en daaruit leeringen voortkomen, die met Schrift en belijdenis in strijd zijn. Met name, wanneer een en ander de waardeering en de uitlegging van de Heilige Schrift raakt, is de zaak der kerk in het geding.

Zoo volgt daaruit, dat de kerk deze dingen onder het oog heeft te zien en haar standpunt duidelijk zal formuleeren.

Dat was nu juist onze opmerking. In zulk een geval zal weer een geloofsformuleering omtrent de in het geding zijnde stukken worden vastgesteld.

De belijdenis des geloofs blijft echter, zoo de kerk getrouw is, dezelfde, zooals die ook dezelfde is gebleven na de vaststelling der Dordtsche canones tegen de Remonstranten. De kerk toch kan alle voorkomende stukken slechts in het licht van haar belijdenis, die naar de Schrift is, waardeeren. En dat kan niet anders, omdat de belijdenis des geloofs één samenhangend geheel is. Daarom wezen wij er telkens weer op, dat er slechts één Evangelie is, en dat Abraham door hetzelfde geloof is gerechtvaardigd, waarin allen, die van Christus zijn, gerechtvaardigd worden.

Wanneer nu dat geloof gaat getuigen, getuigt het altoos van dezelfde zaak, n.l. van het leven in Christus Jezus door genade alleen. De kennis van het geloof kan zeer verschillen, gelijk ook de openbaring in Christus goddelijk licht heeft geschonken over dingen, die door de eeuwen heen verborgen zijn geweest. 

Daaruit volgt, dat ook het getuigenis rijker wordt, maar het wordt niet een ander getuigenis, uit een ander soort geloof. Petrus zegt van zijn medeapostel Paulus, dat hij vele dingen geschreven heeft, die zwaar zijn om te verstaan, maar zij getuigen beiden uit hetzelfde geloof in denzelfden Christus. 

Wie den Catechismus leest, leest het reformatorisch getuigenis, wie eenige andere reformatorische belijdenis leest, leest het reformatorisch getuigenis. Zij mogen op zekere punten verschillen, maar het getuigenis aangaande het geloof in den Christus der Schriften, het Evangelie, is hetzelfde.

Wie b.v. de Nederlandsche Geloofsbelijdenis onderzoekt, zal ontdekken, dat de artikelen niet los en zonder verband naast elkander staan, maar dat zij één samenhangend geheel vormen, uit één geloofskennis; voortvloeien. Zooals het leven der kerk één geheel, één gemeenschap in Christus is, in Wien het zijn wortel heeft, en de kerk één lichaam met Hem is, zoo is het ook één belijden uit de Waarheid, waarin de: Heilige Geest de kerk leidt.

Moet men de mogelijkheid stellen, dat de; reformatoren in eenig punt niet het klare licht hebben gehad, hetwelk daarover later opging, dan ligt daarin een tekort, een gebrek, zoo men wil, een vergissing. Zij zouden Gods Woord niet hebben verstaan of misverstaan.

Doch ook in dat geval zou de zaak, welke dit zou betreffen, niet op zich zelf komen te staan, om de eenvoudige reden, dat er geen ding zou kunnen worden genoemd, dat niet raakt aan het geloof in den Christus der Schriften..

Zoo staan ook de Dordtsche canones, al houden zij zich met de leer der uitverkiezing bezig, niet los van het geloof en de belijdenis der kerk. Integendeel, zij hangen daarmede onmiddellijk samen, zooals men uit Art. XVI der Geloofsbelijdenis kan weten en geven daaromtrent nader rekenschap des geloofs.

Deze dingen zijn niet alleen van belang voor de beoordeeling der belijdenisgeschriften, maar dienen ook overwogen te worden bij de bepaling van zijn standpunt.

Zelfs ook, indien men bezwaar meent te hebben tegen eenig stuk of zijn formuleering, mag men wel bedenken, dat dit deel uitmaakt van een organisch geheel: het geloof der kerk.

Afgezien van eenig formulier, is er een geloof, dat het geloof der kerk is, en als dat geloof gaat getuigen, is er de belijdenis der kerk. Wanneer dan de kerk zulk een getuigenis als juist en overeenkomstig haar geloof in de religie van Christus aanvaardt, is dat een formuleering van het geloof der kerk. 

Daaruit volgt dan vanzelf, dat zij, die uit datzelfde geloof leven, dat terugvinden en door die belijdenis nader worden onderricht.

En daar volgt ook uit, dat de kerk van Christus, staande in datzelfde geloof, de confessie, in een vroegere eeuw geboren en vastgesteld, alleen naar waarde kan schatten en aan den regel des geloofs kan toetsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Eén geheel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's