De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

4 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 104)

't Was op zoo'n mooien Herfstavond : daar hing nog een zwoele lucht over het veld vanwege de uitstralende warmte. Alleen het stervend groen en de reeds verdorde bladeren, welke aan Pier Boukes elken dag volop arbeid gaven om het kerkpad schoon te houden, verkondigden, dat de vergankelijkheid hierop haar zegel had gedrukt en het daarbuiten den winterslaap tegen ging.

In de luwte van de hooge schuur, onder den breed getakten pereboom, waar Tamme Visser voor kort het tentje had afgebroken, waarin Mini zoo langen tijd haar gezondheid gezocht en gelukkig ook gevonden had, zaten moeder en dochter te genieten van de landelijke rust.

Wat lag daar een wonderlijke kalmte over het mooie landschap ! Vlak bij huis liep het melkvee in het malsche gras, zoo juist door het dienstvolk en Tjerk gemolken. In de verte sprong het jong vee in dartele vroolijkheid. Op het heem was Melle bezig op te ruimen wat in de drukte van den dagarbeid vaak achteloos heengeworpen werd. Langs den sintelweg reed Jacob met den melkwagen, om de versche waar af te leveren aan de fabriek en op den terugweg de noodige spoeling mede te nemen voor de varkens. Met de emmers aan een juk ging Tjerk naar „de Fenne'' om de kalveren te drenken.

De andere huisgenooten waren, als gewoonlijk, afwezig. Boer Santema was aanstonds na het eten op stap gegaan om in de stad een conferentie te hebben met een commissie uit het buitenland, die kwam, om namens een corporatie fokvee op te koopen, en Gabe was al een paar dagen met de auto van huis, om in Holland eveneens zaken te doen. Maaike had een uitnoodiging van een vriendin uit Westergoo aangenomen, waar het kermis was en vanwaar Loving haar tegen den avond terug zou halen. Verwacht kon worden, dat deze niet eerder thuis kwam dan wanneer reeds een nieuwe dag was begonnen.

't Breiwerk in den schoot, staarde de boerin over de wijde verte en liet haar gedachten vrij spel. Zoover het oog hier in den omtrek zien kon, was dat alles het eigendom der familie, en toch voelde zij zich zoó arm. Daar was iets in haar gebroken. Daar werd op „Donia-state" wat gemist. Bij al den overvloed, welke zij bezaten, was daar 'n innerlijke leegte, die om vervulling riep en door al het goed der wereld niet bevredigd worden kon. Hoorde zij Melle daar niet zingen? Wonderlijk was het. Zoo'n arme jongen woonde in 'n eenvoudig kamertje en verdiende slechts een schraal loon, waarvoor van den morgen tot in 't late avonduur gewerkt moest worden, en eigenlijk was hij veel gelukkiger dan zij.

En om dit laatste ging ; het toch maar. Daar stond elk mensch naar, en daarin lag het leven, en wie dit miste, onverschillig of hij een koning of bedelaar was, had niets. Hoe dwaas van den mensch, te meenen, dat men rijk moest wezen aan geld en goed, om tevreden en blij te kunnen zijn, en toch was dit het streven van vélen om het te worden. Om altijd maar meer te verzamelen, terwijl de maat nooit vol kwam. Was het niet waar, wat zij onlangs op den kalender gelezen had : „Onze rijkdom is onze onrust en ons bezit is onze smart en toch houden wij hieraan krampachtig vast en willen het tegen elken prijs bewaren, om het uit te schreien als het ons ontnomen wordt"? Zóó voelde zij het ook, niet het minst in deze dagen van vereenzaming, nu het was alsof een deel van het gezin steeds verder van haar verwijderd werd en het onmogelijk scheen den band tusschen deze te leggen, die noodig zou zijn om het huis in waarheid te bouwen. Stond „Donia-state", niettegenstaande den vetten bodem, niet op een zandgrond? Was het niet gelijk aan die woning, waarvan in het Evangelie gesproken werd, die geen fundament had, zoodat, toen de slagregens kwamen en de winden begonnen te waaien, deze viel, en derzelver val was groot. Wat zou het een groote val zijn, als „Donia-state" eens van boven kwam en een angstig voorgevoel kon haar bekruipen, als zij dacht aan de toekomst. Had Nero onlangs niet zulke klagende geluiden uitgestooten, net als iemand, die in nood of in groote droefheid zat, en toen al maar om haar heen geloopen, om bij haar bescherming te zoeken ? En hadden ook een drietal zwarte raven niet een kringvlucht om de boerderij gemaakt onder heftig gekrijsch? Neen, zij was niet bijgeloovig, maar van huis uit was haar menigmaal gezegd, dat zulke dingen niet op-zich-zelf staan en gewoonlijk iets betekenen.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's