De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten

5 minuten leestijd

De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten

Hoofdstuk IV.

De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7.

 Zoo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon. Vers 7.

We hebben hier te doen met een bevestiging en een conclusie.

Het is, als wil de apostel zeggen : wanneer het vast staat, dat wij door het Evangelie den Heiligen Geest ontvangen hebben, door welken wij roepen : „Abba, Vader !'', dan staat het evenzeer in den hemel vast, dat wij geen dienstbaarheid meer kennen, doch staan in de vrijheid. Wij zijn dan aangenomen tot kinderen en zijn geen dienstknechten meer.

Wie of wat bewerkstelligt deze vrijheid ?

Antwoord: ons zuchten. Op welke wijze ?

Antwoord : De Vader biedt mij krachtens Zijn belofte Zijn genade aan; Hij geeft mij de zekerheid, dat Hij mijn Vader zijn wil. Er blijft dus niets anders over, dan dat ik dit alles aanneem.

Vader en kind komen hier tezamen ; er wordt een soort huwelijksovereenkomst gesloten ; zonder pracht en praal en uitwendigheden, dat wil zeggen : wetsbetrachting en goede werken worden hier niet vereischt. We hebben hier slechts te doen met een Vader, die Zijn belofte geeft en mij om Christus' wil als Zijn kind aanneemt.

Er wordt hier dus niets gevorderd; alleen wordt het zuchten van een kind vernomen, dat in zijn ellende moed grijpt en spreekt: Gij, o Heere, Gij hebt mij Uw belofte geschonken ; Gij noemt mij Uw kind om Christus' wil; ik aanvaard dat, en noem U mijn Vader.

Zoo wordt men kind : zonder eenig werk onzerzijds. Zonder persoonlijke ervaring kunnen deze dingen niet begrepen worden.

Paulus gebruikt hier het woord „dienstknecht", doch hij doet dat anders dan in hoofdstuk 3 vers 28, toen hij zeide : daarin is noch dienstknecht, noch vrije.

In ons vers heeft de apostel een dienstknecht der Wet op het oog, die aan de Wet is onderworpen, gelijk ook vers 3 zegt : toen wij nog kinderen waren, zoo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld.

Naar Paulus' meening is men een dienstknecht, wanneer men onder de Wet, den toorn Gods en den dood gevangen zit. Volgens hem is men een dienstknecht, wanneer men God niet ziet als een barmhartig Vader, maar als een wreker, een vijand en een tiran.

Ziet men God niet als een barmhartig Vader, dan leeft men inderdaad in dienstbaarheid en in een Babylonische gevangenschap ; men wordt dan wel op z'n gruwelijkst gemarteld.

De Wet maakt namelijk niet vrij van zonde en dood; zij openbaart die juist en vermeerdert de zonde; zij werkt voorts toorn.

Deze knechtschap, zoo zegt Paulus, heeft opgehouden ; zij drukt en benauwt ons niet meer.

In Christus is geen dienstbaarheid, maar kindschap. Wanneer het geloof komt, houdt het knecht-zijn op, gelijk ook in hoofdstuk 3 vers 28 staat.

Wanneer wij dus door den Geest van Christus kinderen Gods zijn, en niet meer dienstknechten, dan volgt daaruit zonder meer, dat wij niet alleen van de gruwelen van den paus, alsmede van goddelooze menschelijke inzettingen bevrijd zijn, maar ook van de heerschappij der Wet en van alle rechten, die zij op ons heeft.

Wij moeten dan ook op geenerlei wijze toelaten, dat de Wet in ons gemoed heerscht; en we moeten dat nog veel minder dulden van den paus met zijn dreigementen en verschrikkingen. Weliswaar brult hij als een leeuw, dreigende, dat een ieder, die zijn wetten niet gehoorzaamt, den toorn van den almachtigen God op zich laadt, maar Paulus troost ons door te zeggen, dat wij in Christus geen dienstknechten meer zijn, maar vrijen.

Grijp dezen troost in het geloof aan, en spreek aldus : Wet, uw tirannie heeft op den troon, waarop Christus gezeten is, geen vat. Hij is mijn Heer. U hoor ik dus niet, want ik ben vrij en een kind Gods, dat geen knechtschap meer kent, of aan eenige wet dienstbaarheid verschuldigd is. Het kindschap Gods brengt met zich Christus' eeuwig Rijk en de hemelsche erfenis.

Hoe groot en heerlijk deze gave is, kan het menschelijk gemoed in dit leven niet beseffen, evenmin uitspreken. We zien dit alles in een duistere rede. We beschikken slechts over een zwak zuchten en een klein geloof, dat alleen steunt op de prediking van Christus en het geluid van Zijn stem. Hij toch heeft ons Zijne beloften geschonken.

Voor ons gevoel ervaren we van de gave van het kindschap Gods maar een klein tipje; in werkelijkheid is zij echter oneindig, groot en veelomvattend.

Een christen beschikt derhalve over een onmetelijk groote. zaak, die echter voor zijn bewustzijn en wat het aanzien daarvan betreft, gering en klein van omvang is. Daarom moeten wij een en ander niet afmeten naar menschelijke overwegingen en onze gevoelens, maar naar anderen maatstaf, namelijk naar de belofte Gods.

Gelijk God oneindig is, zoo is ook Zijn belofte oneindig.

Wij zien er maar het uiterste buitenkantje van ; maar eens zullen we haar aanschouwen in vollen omvang en wijdheid.

Thans blijft ons niets over, dat ons gemoed aanklagen, verschrikken en gebonden houden kan. Want dienstbaarheid is er voor ons niet meer: alleen maar kindschap Gods.

En dit kindschap Gods brengt ons niet alleen bevrijding van de Wet, van zonde en van dood, Jtnaar zij bezorgt ons ook de erfenis des eeuwigen levens, „want indien gij een zoon zijt, zoo gijt gij ook een erfgenaam van God door Christus".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's