De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de historie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de historie

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten

5 minuten leestijd

Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten Vers 8—11.

Hoofdstuk IV.

Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten Vers 8—11.

Vervolg vers 8.

In dit vers spreekt Paulus over het niet kennen van God, en tegelijk over het dienen van God. Hoe is deze tegenstrijdigheid op te lossen ?

Ik antwoord hierop : alle menschen hebben van nature een algemeene Godskennis. Men zie Romeinen 1 vs. 19 en 20. God kan gekend worden, voorzoover Hij zich geopenbaard heeft. Alle godsdiensten en religies der heidenen bewijzen genoegzaam, dat alle menschen een zekere Godskennis hebben. Of deze van nature, dan wel door overlevering van de zijde hunner ouders hun deel is, wil ik op 't oogenblik niet bespreken en uiteenzetten.

Mogelijk werpt iemand mij hier tegen : wanneer dus alle menschen God kennen, waarom zegt de apostel dan, dat de Galaten Hem door de prediking van het Evangelie niet gekend hebben ?

Hierop antwoord ik : Er is tweeërlei kennisse Gods : een algemeene en een bizondere. De algemeene openbaring kennen alle menschen ; zij bestaat daarin, dat er één God is, die hemel en aarde geschapen heeft, die rechtvaardig is, en alle menschen straft. Hoe God echter over ons denkt, en hoe wij van zonde en dood vrij worden, en hoe wij de zaligheid kunnen deelachtig worden, in de wetenschap waarvan de eigenlijke Godskennis bestaat, dat weten niet alle menschen.

Het kan voorkomen, dat ik iemand van gezicht ken, doch niet persoonlijk ; ik weet dan ook niet, hoe hij over mij denkt. Zoo weten de menschen van nature, dat er een God is, maar wat Hij wil of niet wil, dat weet men niet.

Wat heeft het dan eigenlijk voor nut, wanneer men wel weet, dai er een God is, maar niet, hoe Hij u gezind is ? De een kan dit, de ander dat denken.

De joden beelden zich in, dat het Gods wil is. Hem te dienen overeenkomstig de Wet van Mozes. De Turken meenen, dat zij de voorschriften van den Koran houden moeten. Een monnik houdt het er voor, dat hij zijn kloosterregels naarstig moet betrachten.

Deze allen zijn echter ijdel in hun overleggingen, omdat zij niet weten wat God behaagt, en wat niet. Daarom aanbidden zij inplaats van den eenig waren God, een droomneeld des harten, dat in den grond der zaak niets te beteekenen heeft.

Uit het feit, dat alle mensehen gelooven, dat er één God is, is alle afgoderij ontstaan, welke zonder kennis van God niet in de wereld zou gekomen zijn.

Omdat nu alle menschen een algemeene kennis omtrent God hebben, zijn zij buiten het Woord om, en in tegenspraak daarmede, ijdele en goddelooze gedachten over Hem gaan huldigen, welke zij hielden voor de waarheid ; zoo stelden ze God anders voor, dan Hij in werkelijkheid is.

Velen maken van God een verdichtsel des harten. Maar de val van de genade tot de Wet is niet minder groot, dan die van de genade tot de afgoderij. Buiten Christus is nu eenmaal alles afgoderij, hetzij de Wet van Mozes, hetzij een inzetting van den paus, hetzij de voorschriften van den Koran, enz.

Daarom zegt Paulus : „En nu, als gij God kent, ja veel meer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen ? " Vers 9.

Het is, als wil de apostel zeggen : Het is wel zeer te verwonderen, dat gij lieden, die God door de prediking des geloofs hebt leeren kennen, zoo plotseling van de ware kennis omtrent Hem afvalt. Ik verkeerde namelijk in de meening, dat gij zóó vast stondt in uw geloof, dat voor afval daarvan geen vrees behoefde te bestaan.

Vervolgens verwondert het mij, dat gijlieden gehoor geeft aan het woord van de valsche apostelen, om u weder te begeven tot zwakke en arme beginselen.

Uit mijn prediking hebt ge kunnen opmaken, dat het de wil Gods is, dat alle volkeren gezegend zullen worden : niet door de besnijdenis of door het houden van de Wet, maar door Christus, die aan Abraham, reeds is beloofd.

Wie deze dingen gelooven, zullen met den geloovigen Abraham zegen ontvangen, en zijn kinderen Gods. Van hen zeg ik : zij hebben God gekend.

Wanneer Paulus tot de Galaten zegt : „ge zijt van God gekend", dan is dat een aanvulling van het voorgaande, toen hij zeide : ge hebt God gekend. Uit vrees echter, dat de Galaten God geheel uit het oog zouden verliezen, zegt hij thans : ge zijt van God gekend.

Het staat nu helaas zoo, aldus gaat de apostel voort, dat ge God niet recht meer kent, omdat ge teruggekeerd zijt van de genade tot de Wet. Maar niettemin kent God u nog.

Onze kennis van Hem is dan ook inderdaad meer een lijdelijke, dan een dadelijke, dat wil zeggen : we worden meer van Hem gekend, dan dat wij Hem kennen. We moeten God in ons laten werken. Hij geeft ons Zijn Woord. Grijpen wij dit in het geloof aan, dan worden wij kinderen Gods.

De woorden : „gijlieden zijt van God gekend", hebben dus dezen inhoud : Hij is met Zijn Woord tot u gekomen. Ge zijt begiftigd met het geloof en den Heiligen Geest, waardoor ge vernieuwd zijt.

Ook aan de Wet wordt het schenken van gerechtigheid onttrokken : ook wordt ontkend, dat de waardigheid onzer werken zouden leiden tot de kennis Gods.

„Niemand kent den Vader, dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren". (Mattheüs 11 vers 27). En in Jesaja 53 vers 11 lezen we : „Door Zijne kennis zal Mijn knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken".

De kennisse Gods is dus lijdelijk van aard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Uit de historie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's