De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waardeering en bedenking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waardeering en bedenking

8 minuten leestijd

Veel meer dan in voorbijgegane jaren het geval is geweest staat thans de discussie over de waarde en het gezag der drie formulieren, der belijdenisschriften onzer Kerk in het middelpunt. Algemeen wordt beseft, dat men hieraan niet zoo maar, zonder meer, voorbij kan gaan. Het is daarom goed in dezen tijd nog eens te luisteren naar stemmen uit het verleden. Stemmen, welke ons over deze formulieren wat hebben te zeggen. In zijn „Ongeloof en Revolutie" merkt Groen van Prinsterer op dat hij geen vijand is der formulieren. Integendeel. Hij is er een voorstander van. Hij erkent „dat ze noodig zijn, als geloofsuitdrukking en kenmerk der Gemeente, ter handhaving van eenheid en orde." Gaarne en herhaaldelijk heeft Groen zijn handteekening gezet onder niet voorbarige protesten tegen de verwoesting onzer Kerk. In een van zijn geschriften, „Proeve over de middelen waardoor de waarheid wordt gekend en gestaafd" heeft Groen een naschrift gevoegd, waarin hij o.m. ook wijst op de beteekenis der Formulieren. Hij zegt het volgende :

Vooreerst; leeraars eener kerk zijn aan haar Formulieren, zoolang het tegendeel niet uitdrukkelijk verklaard is, uit den aard der zake, gehouden.

De Formulieren der Nederlandsche Gereformeerde Kerk zijn niet afgeschaft; hebben in 1815 door een Synode, dat hiertoe geenerlei bevoegdheid had, niet afgeschaft kunnen worden ; de invoering van het overeenkomstig Gods Woord, indien hieronder voorbedachte dubbelzinnigheid lag, zou eene onwaardige kunstgreep zijn geweest om onder de hand te verkrijgen, waartoe men, zelfs toen, niet ligt een synodaal voorstel zou hebben gedaan.

Ten anderen, de Formulieren, zijn uitmuntend erfgoed van een christelijk voorgeslacht.

Of ik dan goedkeur de veranderingen die anno 1618 zijn gemaakt ? Ik erken dit onderwerp niet genoeg onderzocht te hebben om een onvoorwaardelijk antwoord te geven ; doch geloof dat er toen niets veranderd en een enkel punt nader vastgesteld is.

Van Alphen, bevoegd regter, daar hij aan christelijk geloof ongemeene bedaardheid en gematigdheid heeft gepaard, getuigt dat „de Kerkvergadering eene voor de „nakomelingschap, ja voor het gansche Protestantsche wezen zeer nuttige daad gedaan heeft."

Voor hen die de geschriften van Mr v. d. Kemp niet lezen, te bevreesd voor het eenigszins wrange der schaal om de voedzame kern te genieten, voor hen inzonderheid, maar ook voor allen die in de toenmalige geschillen uitsluitend een twist over de bekende vijf artikelen zien, plaatsen wij deze woorden van Van Alphen.

„Zij die den geheelen loop der geschillen en procedures uit de bronnen hebben nagegaan, zullen zijn overtuigd dat het eigenlijk oogmerk der Remonstranten van dien tijd niet slechts was verdragen te worden nopens die artikelen, maar den grond te leggen tot eene onbepaalde verdraagzaamheid. De verdraagzaamheid omtrent die artikelen zou achtervolgd geweest zijn van die omtrent vele andere leerstukken der Hervormde leere ; en het slot zoude geweest zijn zoodanig eene onvastigheid in de leere, welke natuurlijkerwijze den wasdom der kennis verhindert, en niet zelden het vertrouwen der gemeente, op elkander en op hunne leeraars, wankelend maakt."

Deze woorden hebben thans dubbel gewigt, vermits dezelfde aanmerking ook nu geldt, en sommigen, gelijk met het woord mysticisme alle godsdienst van het hart, zoo met de woorden Synode van Dordi, alle gereformeerde, alle christelijke rechtzinnigheid naar den achtergrond en weldra ook van den achtergrond af zouden schuiven ; hierom is het niet overbodig zich nu en dan te binnen te brengen dat de geloofsbelijdenis en de Catechismus heerlijke gedenkstukken zijn van echtchristelijke wijsheid, waarin men de geloofskraclit herkent die, in de zestiende eeuw, zoo vele geloofshelden, bij kloekmoedig trotseren en standvastig ondergaan van den smadelijke marteldood, heeft bezield.

Ten derden : de Formulieren zijn menschelijk werk, moeten altijd aan den Bijbel getoetst, kunnen, indien men het noodig acht, overeenkomstig den Bijbel worden herzien.

Maar dan geve , men op welke wijzigingen men bepaaldelijk wenscht, welke verbeteringen men meent uitgevonden te hebben. Savigny heeft over de bevoegdheid of liever onbevoegdheid onzer tijden om wetboeken te maken een teregtwijzende brochure geschreven ; er zou over de onbevoegdheid onzer tijden om christelijke formulieren te herzien, een gansch niet overbodig boekske het licht kunnen zien.

Tot zoover enkele woorden van Groen.

Woorden, die we telkens gaarne flink hadden willen onderstrepen. Denk maar eens hieraan, dat leeraars uit den aard der zaak aan de Formulieren der Kerk gebonden zijn, zoolang het tegendeel niet uitdrukkelijk is verklaard.

Dat is toch inderdaad vanzelfsprekend en geheel in overeensteanming met den aard, het wezen, de roeping der Kerk en eveneens met het wezen van het ambt van herder en leeraar.

Als wij in dienst staan der kerk, als wij in dienst staan van den Koning der Kerk, dan hebben we maar niet te prediken, te catechiseeren wat wij nu eens meenen en denken. Neen, dan moet de verkondiging in overeenstemming zijn met de belijdenis der kerk. En 't is toch dwaasheid om in één kerk samen te willen houden en in vrede te doen leven menschen, die zelfs wat de kernpunten betreft ver uiteenliggende overtuigingen hebben. Zulk een eenheid heeft met ware eenheid niets te maken. Hier is niet meer sprake van één geloof. Weet ge, wat we hier krijgen ? Wat de Remonstranten wilden. Een grond leggen voor „onbepaalde verdraagzaamheid".

Dat lijkt zoo mooi. Maar 't is verderfelijk, kerkverwoestend ; in strijd met het wezen der kerk. Over de geheele linie, met betrekking toit alle leerstukken, krijgen we dan de grootste onvastheid en verwarring. Zou op deze wijze de kudde geweid kunnen worden, die aan onze zorgen is toevertrouwd ? Geen sprake van. We hebben daarop te letten. Want evenals in Groen's tijd, zijn er ook in alle tijden geweest, die met de woorden Synode van Dordt alle gereformeerde, alle Christelijke rechtzinnigheid geheel wilden wegwerken. Dat is niet meer op de hoogte van den tijd, enz. Maar met Groen mogen we wel zeggen : breng u maar eens te binnen wat deze Formulieren zijn. En herken er de geloofskracht in, waardoor velen de brandstapel zijn opgegaan.

Heeft Groen dan in 't geheel geen bedenkingen ? Jawel. Maar dan gaat het niet tegen de Formulieren, wél tegen de wijze, waarop aan die Formulieren werd vastgehouden. In zijn „Ongeloof en Revolutie" wijst Groen hierop. In het hoofdstuk over : Hervorming vraagt hij, of op dezen bevoorrechten bodem geloofsijver en liefde minder spoedig dan elders was verflauwd. De boetpredikaties leggen getuigenis af van den evangelischen ernst der godsgezanten, maar tevens van den geringen invloed der beloften en bedreigingen Gods. Met erkenning van alle gaven Gods bespeurt Groen echter een doode rechtzinnigheid. Een vasthouden aan de letter der belijdenis, een woordenzifterij, een kerkelijke lichtgeraaktheid, een tot hoofdzaak maken van punten van ondergeschikt belang, waarbij het waarachtig geloof ontbreekt, de kracht van dat geloof niet meer wordt hespeurd, het Woord niet meer wordt ontdekt, dat een oordeeler is der gedachten en overleggingen des harten.

Daarom vraagt Groen niet meer, waarom twijfelarij en zedenbederf bij velen de overhand verkreeg. Het bevreemdt hem niet meer, waarom zulk een doode rechtzinnigheid op kerkelijk terrein krachteloos was in de tijden des gevaars. — Ook dit woord is nog niet verouderd. Doode rechtzinnigheid is ook nog niet verouderd. Er kan een zweren zijn bij de belijdenis, een ijveren er voor, maar zonder het waarachtig geloof. Zonder het leven te kennen van hen, die in vroeger eeuwen hun bloed voor deze belijdenis veil hadden. Dan is er wel een spreken over de vaderen, maar het wordt vergeten dat deze vaderen uit God geboren waren. Daar ligt ook de grondoorzaak van zwakte en krachteloosheid in onze dagen.

Van zedenbederf en verwatering. De belijdenis wordt in eere gehouden als een eerbiedwaardig stuk uit het verleden, 't Is er dan mee, zooals iemand zijn houding weergaf ten aanzien van de Ned. Hervormde Kerk. Daarnaar gevraagd, was het antwoord : Neen, ik kom daar niet meer. Ik veracht die kerk niet. Ik beschouw die kerk als een vaas van vader of moeder gekregen, die op de schoorsteenmantel staat en die ik niet weg wil werpen. Waaraan ik altijd nog gehecht blijf. Wat dunkt u : Is het zoo ook niet vaak met de belijdenis, en het roepen over de belijdenis ? Met de belijdenis in de hand staat men, maar niet met de belijdenis in het hart. Het Woord wordt niet gekend als een kracht Gods tot zaligheid. De verkiezende genade is niet de troost en de stuwkracht des levens. We hebben met deze dingen tot onszelf in te keeren. Eén troost is er slechts : De Geest des Heeren is nog niet verkort. Deze kan nog ontdekken. Nog vernieuwen. Nog leven schenken. Nog aangorden met kracht van boven. Daarom rijze dan het gebed op. Voor onze kerk, voor ons volk. Het gebed van Jesaja worde neergelegd aan den troon der genade :

Gij zijt toch onze Vader ; want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet ; Gij, o Heere ! zijt onze Vader, onze Verlosser vanouds af is Uw naam.

Heere ! waarom doet Gij ons van Uwe wegen dwalen ? Waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vreezen ? Keer weder om Uwer knechten wil, de stammen Uws erfdeels. (Je­saja 63 vers 16, 17).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Waardeering en bedenking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's