De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Verootmoediging

7 minuten leestijd

„ en door uw verootmoedigen hebt gij mij groot gemaakt". 2 Samuel 22 vers 36b.

Ootmoed is de sierlijkste vrucht der Kerk. Hij is de mirte, die in de stilte geurt en Christus, die tusschen de mirten wandelt, verlustigt zich  in zijn nederige bloei.

Een wondere plant is de ootmoed. Hij groeit zoowel op de hoogten met het uitzicht op den Hemel, waar de zon van Gods genade helder schijnt, als in de diepte, waar de schaduw is. De ootmoed vindt gij in de diepte, waar de klacht tot den Heere stijgt : „Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Aanzie mijne ellende en mijne moeiten en neem weg al mijne zonden". Gij vindt hem evenzeer, waar de Heere zich in Christus aan de ziel openbaart en Immanuëls licht het hart verblijdt. -

Een wondere plant is de ootmoed. Hij groeit zoowel wanneer Gods beproevingen het hart vernederden, als wanneer Gods zegeningen de ziel verteederen, in de grond, die dor en mat van droogte brandt, waar niemand lafenis kan krijgen, als aan de beek der genietingen Gods, waar de ziel zich in den Heere verlustigt.

Er is één plaats, waar de ootmoed niet groeit, in de steenachtige grond van het onherboren hart. Want ootmoed is de houding van volstrekte onderworpenheid aan den Heere, in het diepe besef, dat de Heere onze Maker is en wij als leem in Zijne handen zijn.

En zal men zulke onderworpenheid vinden bij een Adamskind, dat zich van God heeft losgescheurd en van nature in opstand tegen den Heere leeft ?

Ootmoed is de eerste vrucht van Gods genade in het hart. Want waar God door Zijn Geest in het hart werkt, zet Hij den mensch op zijn plaats. Van het hooge voetstuk, waarop de mensch zichzelf geplaatst heeft, wordt hij neergeworpen en tot een verloren menschenkind gemaakt, dat alleen door vrije genade behouden kan worden.

En waar de Heere voortwerkt, wordt de mensch altijd weer opnieuw op zijn plaats gezet, want altijd opnieuw moeten wij leeren wie de Heere is in Zijne souvereine grootheid en wie de mensch is in zijn verlorenheid, onwaardigheid, steile afhankelijkheid. Terecht werd daarom op de vraag, welke de eerste vrucht der bekeering was, geantwoord : „ootmoed", en de tweede ? „ootmoed !" en de laatste vrucht ? „ootmoed !"

Davids levenswandel was met deze vrucht der waarachtige bekeering gesierd. Hij zingt er van ten dage, als hij uit de hand van al zijne vijanden verlost was. En hij erkent, dat de Heere de werkmeester van deze deugd is geweest : „door uw verootmoedigen hebt Gij mij groot gemaakt". Evenzeer dat deze deugd — al was het in een weg van zware beproevingen — David tot grootheid heeft gebracht.

Het eerste mogen wij wel goed opmerken. In deze geweldige dagen komt herhaaldelijk de oproep, ons voor God te verootmoedigen temidden van Zijne oordeelen. Op de klank af, lijkt dit prachtig. Heeft het woord „verootmoedigen" niet in onze kringen reeds een vertrouwde klank ? Is het dan niet verheugend, van heel verschillende zijden de oproep tot verootmoediging te hooren ?

Het komt er maar op aan, wat men onder verootmoediging verstaat. Verootmoediging is niet in een vrome opwelling van het gevoel zeggen, dat het toch eigenlijk lang niet goed was met ons gebed, ons dienen van den Heere, onzen ijver voor Gods Koninkrijk enz., en de bekentenis dat het toch eigenlijk anders moet worden, om dan weer tot de orde van den dag over te gaan. Gij gevoelt toch, dit is een bespotting van de ware ootmoed.

Aan de ware ootmoed ligt altijd ten grondslag de kennis van onze volstrekte verlorenheid, van onze algeheele verdorvenheid, van onze onmacht onszelf uit deze ellende op te heffen èn de kennis van Gods rechtvaardigheid en vlekkelooze heiligheid. Een levende kennis, die ons neerwerpt, die ons vasthoudt om ons niet weer los te laten.

Tot het wezen van de ootmoed behoort daarom een gruwen van de zonde, dat naar buiten treedt in een hartelijke bekeering van de zonde.

Een donker gezicht zetten, klagende, dat de afval zoo groot is, is dan ook geen verootmoediging, als de hartelijke bekeering tot God niet gezien wordt in een breuk met het rustige, welverzekerde, buiten den levenden God omgaande vrome leven, dat de dood in de pot was.

De ootmoed begint niet bij den mensch, maar begint bij den Heere, in diens genadige bearbeiding van de ziel.

Ootmoed wordt geboren, waar de Heere den mensch aanspreekt met den Geest, die in alle waarheid leidt.

Ootmoed wordt gewerkt, waar God werkzaam is met den mensch en de mensch werkzaam wordt met den Heere.

Zoo spreekt David niet van zijn ootmoed, maar van „uw verootmoedigen". „Gods" verootmoedigen werkte in David een heilzaam werk uit, David kwam er door in grootheid.

Dit is het tweede, dat wij moeten opmerken. Ootmoed is niet een gevoel of een inzicht, maar een levenshouding, die in 't leven iets uitwerkt, een vernieuwing van levenswandel tot stand brengt. Voor den Heere allereerst. Ook voor de menschen.

Vele middelen gebruikte de Heere voor David tot dit doel. Wat heeft de Heere niet een diepe wegen gebruikt om David eerst met de menschen, maar allermeest met zichzelven bedrogen te laten uitkomen. Om met God niét bedrogen uit te komen. O neen. Eeuwig is het David meegevallen, hoe eindeloos de Heere in geduld is om de Zijnen te helpen en te steunen. Hoe onuitputtelijk de Heere in middelen is om de Zijnen door wonderen te bevrijden. Hoe oneindig de Heere in trouw is, niettegenstaande zijn ontrouw. Ja ook, hoe grenzenloos Gods genade is in het vergeven van duistere zonden.

Gansch Davids verblijf aan 't hof van Saul en de daarop volgende achtervolging, waarin David als een korhoen over de bergen vlood, zonder rust te vinden onder het hol van zijn voeten, was een leerschool in de ootmoed om te weten te komen hoe zwak de mensch is, hoe dicht hij bij den dood leeft, hoe onbegrijpelijk duister Gods wegen zijn met Zijne gunstelingen.

Was het niet verootmoedigend voor David als de gezalfde des Heeren zich in een hol te moeten verschuilen tegen Saul, dien hij gediend had met zijn snarenspel?

Neen, hoe meer wij den wonderlijken gang van Davids leven nagaan, hoe meer wij Gods verootmoedigende daden opmerken.

Denk eens aan het verlies van zijn kind en aan de opstand van Absalom.

In al deze wegen is David op zijn plaats gebracht. Hij heeft geleerd groot van den Heere te denken en klein van zichzelven. Hij heeft geleerd van zichzelven af te zien en alleen naar den Heere op te zien. Hij heeft geleerd de diepte van zijn val en de hoogte van Gods gunstbewijzen. Al de deugden Gods heeft hij in deze wegen leeren liefkrijgen, alle zonde van zichzelf en ook van anderen leeren haten.

Zóó heeft de Heere David groot gemaakt.

Groot in kennis van den Heere en Zijne deugden. Groot in kennis van Gods verlossingswerk in den gezalfden Zoon zijns huizes.

Groot in overgave aan den Heere.

Ook groot voor de oogen der menschen in eer en macht en aanzien. Want den ootmoedigen geeft de Heere genade. (1 Petrus 5:5).

Ootmoed heeft ook een vrucht voor het tijdelijke leven ! „Door uw verootmoedigen hebt Gij mij groot gemaakt". Groot gemaakt door David eerst heel klein voor God en de menschen te maken.

De wetten in het Koninkrijk der Hemelen zijn nu eenmaal gansch tegenovergesteld aan de wetten dezer wereld.  

Bunschoten                                                                                                                                                                                                              

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's