De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging

16 minuten leestijd

beroepingswerk e.d.

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Beroepen te Norg J. Oosterhuis te Wirdum (Fr.) — te Terwispel J. M Roelofsen te Pingjum en Zurich — te Britsum (Fr.) P. A. Stapert te Ruinen (Dr.) — te Dordrecht J. W. V. d. Linden te Kootwijk — te Etten (Gld.) (toez.) A. A. de Bruyn te Witmarsum — te Zevenhoven (toez.) eand. J. D. Stoppelaar, thans hulppred. te Amsterdam — te Deersum- Poppingawier cand. A. Verstraaten te Leiden — te Rijsoord P. A. Lefeber te Exmorra en Allingawier — te Oterdum en Heveskes S. H. de Groot, emer. pred. te Bilthoven.

Aangenomen naar Noordwolde cand. H. N.

Bierman te Voorschoten — naar Baflo cand. W. C. Molenaar te Groenekan (Utr.) — naar Oterdum en Heveskes S. H. de Groot, emer. pred. te Bilthoven — naar Terwispel en Tijnje J. M. Roeiofsen te Pingjum en Zurich — naar Gaast en Ferwoude cand. C. W. Wagenaar te Leeuwarden.

Bedankt voor Dalen P. N. Kapteijn Jr. te Schagen — voor 's-Grevelduin-Capelle J. T. Doornenbal teKesteren — voor Eext (Dr.) cand. A. Verstraaten te Leiden.

Gereformeerde Kerken.

Tweetal te Mijdrecht : J. van Nieuwkoop te Anna Paulownapolder en F. Pijlman Jr. te Hoek (Zeel.).

Beroepen te Montfoort cand. W. A. Krijger, thans hulppred. te Abbenes.

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Tweetal te Arnhem : M. Baan te Bussum en J. C. van Minnen te Huizen (N.-H.).

Hulppredikers.

De kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Maasdijk benoemde cand. C. van der Vliet te Rijswijk tot hulpprediker. Cand. v.d. Vliet heeft deze benoeming aangenomen.

De kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Lunteren, benoemde cand. A. L. van der Smit, te Veenendaal, tot hulpprediker.

Afscheid, bevestiging en intrede.

Ds F. M. Kooyman, te Austerlitz, die het beroep naar Bussum (Evang.) aannam, doet op 7 Dec. a.s. intrede te Bussum, waar hij door Prof. Dr H. Th. Obbink, van Utrecht, bevestigd wordt.

Cand. A. Bekius deed Zondag j.l. te Kimswerd zijn intrede, na door Ds J. van Veen, van Tzummarum, bevestigd te zijn,

Cand. W. de Bruyn, te Ederveen, deed op 2 Nov. intrede te Otterlo, na door Ds J. C. Stelwagen, van Opheusden, bevestigd te zijn.

Cand. J. van der Haar, van Genemuiden, die te Poederoyen en Loevestein beroepen werd, deed Zondag aldaar intrede, tekst 2 Cor. 5 vers 11a en 14, na door Ds Th. H. Oostenbrug, van 's-Grevelduin-Capelle, bevestigd te zijn ; tekst Lukas 5 vers l0b.

Ds A. van Wensveen overleden.

In den ouderdom van 43 jaar overleed te Kethel Ds A. van Wensveen, Ned. Herv. pred. 2 aldaar. Ds Van Wensveen aanvaardde in 1934 te Kethel en Spaland het predikambt.

Algemeene Synodale Commissie.

Op 11 Nov. a.s. begint te 's-Gravenhage de najaarszitting van de Alg. Synodale Commissie der Ned. Hervormde Kerk. O.a. zullen de reglementen, regelend de rechtspositie en de salarieering der predikanten, in behandeling genomen worden.

Jeugdraad.

De kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Zutphen heeft een Jeugdraad in het leven geroepen. Het doel van dezen Jeugdraad is het bevorderen van het contact tusschen de Kerk en de verschillende Jeugdvereenigingen.

Interkerkelijke samenkomst.

De kerkeraad der Gereformeerde Kerk van Bergen op Zoom heeft het initiatief genomen om met de orthodoxe Evangelisatie en de Evang. Lutlh. gemeente, beiden ter plaatse, een interkerkelijke samenkomst ter herdenking ; van de Hervorming te organiseeren, waartoe in beginsel overeenstemming verkregen werd.

Thans kwam (bij den kerkeraad — aldus Pro ) Ecclesia — een schrijven in van het bestuur der Evangelisatie, houdende het voorstel om in afwijking van het eerste schrijven van dit bestuur, zich met een verzoek tot samenwerking te wenden tot den kerkeraad der Ned. Herv. gemeente van Bergen op Zoom.

De kerkeraad besloot de Evangelisatie te antwoorden, dat hij, zooals reeds eerder medegedeeld, aan dit voorstel om principieele redenen geen gevolg geven kan, terwijl het bestuur der Evangelisatie alsnog zal worden gevraagd of het tot samenwerking bereid blijft. Wij mogen hieraan toevoegen, dat de Ned. Herv. gemeente van Bergen op Zoom modern is en dat de beslissing van den kerkeraad der Gereformeerde Kerk uiteraard daarom niet vreemd is.

Wat is een attestatie ?

Ds H. W. Engelkes schrijft in het „Kerkblaadje" der Gereformeerde Kerk te Meppel : „Er is bij vele menschen een eigenaardige gedachte over wat een attestatie of doopattest is. Men meent dan, dat van ieder lid of dooplid van de Kerk een soort lidmaatschapskaart aanwezig is, welke kaart, die men dan officieel attestatie of doopattest noemt, bij verhuizing opgevraagd wordt en in de andere Kerk, waar men toe behooren wil, ingediend wordt. Zoo gebeurt het b.v. wel, dat iemand, die om een of andere reden met de Kerk, waartoe hij hehoort, breekt, zijn attestatie terug vraagt. Hieruit blijkt wel heel sterk, dat men over het begrip attestatie of attest een geheel verkeerde gedachte heeft.

Een attestatie is niets anders dan een getuigenis of een getuigschrift, waarin de eene kerkeraad aan den anderen iets verklaart over een lid der gemeente, dat naar elders verhuist.

Als iemand uit onze gemeente gaat verhuizen naar een andere plaats, zal hij zich in de meeste gevallen weer willen aanmelden als lid van de Gereformeerde Kerk in zijn nieuwe woonplaats. Maar daarvoor heeft hij een getuigenis, een attestatie noodig van de Kerk, waartoe hij behoord heeft. In die attestatie staat, dat hij lid der gemeente was en wordt een verklaring gegeven over zijn belijdenis en  wandel. Van die attestatie neemt de kerkeraad  in zijn nieuwe woonplaats kennis. Op grond daarvan wordt de betrokken broeder of zuster ingeschreven in het lidmatenregister van de Kerk, waartoe hij of zij behoort en daarmede ; heeft de attestatie of het doopattest haar of zijn dienst gedaan.

Het gaat hier dus niet om een document, dat ergens veilig bewaard blijft en wat een lid der gemeente weer terug kan vragen. Neen, een attestatie is een briefje van den eenen kerkeraad aan den anderen, dat, als het zijn dienst gedaan heeft, vernietigd kan worden.

Als dat duidelijk is, kan men ook begrijpen, dat men maar niet bij wijze van spreken vandaag „zijn attestatie" kan opvragen en die morgen mee kan nemen. Sommige menschen schrijven wel eens, enkele dagen na de opvrage van hun attestatie of doopattest, waar die nu toch hlijft. Natuurlijk, als die attestatie een soort document was, dat men even uit een kast kan halen en dan wegsturen, dan was dat onbegrijpelijk, dat daar een week of vier soms overheen ging. Maar er bestaat geen attestatie op zichzelf. De kerkeraad moet een getuigenis afleggen over een vertrekkend lid of dooplid der gemeente en wanneer men nu zulk een attestatie vraagt, b.v. één dag nadat de kerkeraad juist vergaderd heeft, dan duurt het precies een maand, vóór de kerkeraad weer bijeen is en zulk een attestatie kan afgeven.

Wil men dus graag, dat men bij aankomst in zijn nieuwe woonplaats zich dadelijk met een attestatie tot de Gereformeerde Kerk daar melden kan, dan doet men verstandig tijdig een attestatie aan te vragen. Dat kan misschien niet altijd, maar meestal zal dat toch zeer goed mogelijk zijn.

Wanneer begint de dienst ?

In de Kerkbode der Ned. Herv. gemeente te Winterswijk stelt Ds J. W. Roobol de vraag: „Wanneer begint de dienst ? " Hij bedoelt dat niet in den zin, of het om 9 uur is of om 10.30, maar wèl, wanneer voor den kerkganger de dienst een aanvang neemt.

Ds Roobol gaat dan verder : „Is daar dan verschil tusschen ? Ja, zeker, want ik geloof, dat bij zeer vele kerkgangers nog de verkeerde meening zetelt, dat de dienst begint wanneer de dominee op den kansel verschijnt. Inderdaad, dan begint de officieele dienst feitelijk en behoort ieder zijn plaats te hebben ingenomen. Storend is het voor den predikant èn voor de gemeente, wanneer daarna nog menschen binnenkomen — hun plaats moeten zoeken, waarbij anderen, die reeds rustig zaten, worden gehinderd, doordat zij moeten opstaan of doorschuiven.

Dat ieder dus in de kerk, op zijn plaats, aanwezig is als de predikant op den kansel komt, is niet meer dan kerkelijk fatsoen. Tóch begint de dienst eigenlijk reeds vóór dat oogenblik.

Iemand zei eens : de dienst vangt aan, wanneer men de kerk binnenstapt. Dan heeft men de wereld buitengelaten — de sigaar is gedoofd — 't gesprek van den dag is verstomd.

Is dat in werkelijkheid altijd het geval ? Wordt soms het gesprek van buiten niet in de kerk voortgezet ? Of wordt soms niet een nieuw gesprek aangeknoopt met degene, naast wie men zit ?

O, dat praten in de kerk!! Zeker, men doet het zoo zacht mogelijk, maar dat valt niet altijd mee — het orgel immers spreekt óók een toontje mee en om zich dan verstaanbaar te maken, moet men wel eens was luid spreken. O wee, wanneer dan juist op dat oogenblik het orgel zwijgt of veel zachter gaat spelen. Dan hoort men de menschelijke stem er boven uit met de een of andere banale, wereldsche opmerking, die in de kerk — tijdens de dienst — niet te pas komt.

Ja, tijdens den dienst ! Want ook al is de predikant er nog niet — de dienst is reeds begonnen, zoodra men het kerkgebouw binnentrad.

„De gemeente zwijge in het huis des Heeren !", zoo leest men in verschillende kerken wel eens. Een overbodige opmerking, die eigenlijk een aanklacht inhoudt.

Stil zijn in de kerk — stil voor anderen — stil voor zichzelf — dat is wel één van de eerste vereischten. Want : laat ons niet vergeten, dat het toch eigenlijk een groote overgang is om van buiten de kerk binnen te komen. Men komt in een heel andere wereld — de wereld van den géést — men komt in een heel ander „gezelschap" — men wil immers een Godsontmoeting hebben.

In het Oude Testament lezen we vaak — vooral in de verhalen over de omzwerving in de woestijn — dat Mozes met God een ontmoeting heeft op den berg Sinaï of elders.

Niet alleen hij zelf — maar het gansche volk moet zich daarop dan voorbereiden, wat met allerlei reinigingen en ceremoniën gepaard ging. Men kon immers God, den Heilige, niet „zoo maar" tegemoet gaan !

Zoo is ook eigenlijk het overschrijden van den kerkedrempel een geweldig iets : van de wereld der zichtbare, stoffelijke dingen, komen wij in de wereld van den geest : de wereld van de onzienlijke dingen — de wereld van God.

Te weinig wordt dat over 't algemeen beseft, wat niet anders als schadelijk kan zijn voor de ontvankelijkheid tijdens den dienst. Teveel wordt het van den predikant alléén verwacht. Die moet de juiste stemming bewerken door zijn woord. Maar dat is teveel gevergd — dat is een bovenmenschelijke taak. Men moet zélf beginnen, in de juiste stemming te komen, door te beseffen waar men is en waarom men daar komt.

Voor die stemming is wel een rustige, stille bezinning noodig — wij zijn toch geen machines, die men even met een handle kan overschakelen : vooruit of achteruit — van de korte op de lange golf — van de wereld op den géést ! Laten wij, als kerkgangers, verstaan, dat de dienst aanvangt, wanneer wij in de kerk komen. Ja, ik zou nog verder willen gaan : vanaf  het oogenblik, dat wij ons op weg begeven naar de kerk, begint de dienst al! — moeten onze gedachten in die richting gaan. Zou er vaak niet heel veel ontbreken aan de ware stemming — de echte ontvankelijkheid — wanneer wij de kerk binnenkomen ? Hoe was ons afscheid van onze huisgenooten ? Welke gesprekken voerden we onderweg ? Waarmee waren onze gedachten vervuld ?

Wanneer begint de dienst ?

Des Zondagsmorgen, op hetzelfde oogenblik waarop de gedachte in ons opkomt : wij willen naar de kerk gaan ! Zóó wordt de ware stemming gekweekt — zóó zal de zegen niet uitblijven".

De Gereformeerde Kerken in de laatste vijftien jaren.

Het bureau voor de kerkelijke statistiek te Amersfoort deelt het volgende mede :

Na 1926 de 600ste jonge predikant. Wanneer alle candidaten, die onlangs een beroep ontvingen, nog dit jaar in hun eerste gemeente hun intrede doen (thans nog 15 in getal), kan vóór 1 Januari a.s. de 600ste candidaat (gerekend vanaf 1 Jan. 1926) worden tegemoet gezien, die zich als predikant aan zijn eerste gemeente zal verbinden.

Vacature van vóór 1900 vervuld. Het is ongetwijfeld een verheugend feit, dat nog dit jaar enkele kerken, na langen tijd vacant te zijn geweest, straks hun vacature mogen zien vervuld. Zoo ontvangt binnenkort Geersdijk (sinds 1864 vacant), haar eigen predikant; evenzoo Munnekeburen (vanaf 1899 vacant) en Olst (vanaf 1919 vacant), terwijl Sloten (Fr.) (vanaf 1891 vacant) en Wieringen (vanaf 1912 vacant), reeds eenige maanden hun eigen predikant hebben.

Aantal kerken thans 800. Door de institueering van de kerk van Wassenaar-Zuid is 't getal der kerken onlangs tot 800 gestegen, terwijl men overweegt voorts nog vier kerken te institueeren, zoodat nog vóór 1 Jan. a.s. de 800 gepasseerd wordt. Op 1 Jan. 1926 bedroeg het aantal kerken 743.

Honderdste nieuwe predikantsplaats. Sedert 1 Jan. 1926 zijn er 75 nieuwe predikantsplaatsen gesticht, terwijl er thans nog 23 kerken overwegen hun aantal predikanten uit te breiden. Men mag dus aannemen, dat binnen niet al te langen tijd de l00ste nieuwe predikantsplaats (vanaf 1926) is gesticht.

In deze l00 zijn niet begrepen de vanaf 1 Jan. 1926 62 geïnstitueerde kerken en de 9 kerken, die gecombineerd waren, maar in den loop der jaren (1930—1941) zelfstandig werden en hun eigen predikant ontvingen.

Volkskerk en eenheid.

In het Hervormd Weekblad „De Gereformeerde Kerk" schrijft Ds H. G. Groenewoud, van Wageningen :

„Volkskerk en eenheid behooren bij elkaar. Tegenover afscheidingsgezindheid en separatistisch welbehagen in een veelheid van kerken is de volkskerkgedachte de behoedster der eenheid. Men vergete echter niet, dat de eenheid der volkskerk een echt kerkelijke eenheid is ; het is niet een eenheid, een samenvoeging van menschen zonder meer ; deze eenheid is kerkelijk gestempeld. Het is evenmin een eenheid om de eenheid op zichzelf, maar eenheid des geloofs om Christus' wil.

De eenheid van de volkskerk staat in het teeken van geloof in en belijdenis van den Heere Jezus Christus.

Eenheid van geloof en belijden. Daarnaast zal juist in de volkskerk een groote mate van verscheidenheid bestaan. In de volkskerk toch treffen we aan de rijke veelvoudigheid van het zeer gevarieerd volksleven.

Het komt ons nu voor, dat er tegenwoordig in onze Nederlandsohe Hervormde Kerk eenerzij ds een streven naar veelzijdigheid, anderzijds een streven naar eenheid gaande is, die beide in strijd zijn met het karakter der volkskerk.

Er is een streven naar veelzijdigheid ten aanzien van geloof en belijdenis. Men beroept zich daarvoor op de veelzijdigheid van de Heilige Schrift. Petrus, Paulus, Jacobus en Johannes, om slechts enkelen te noemen, zijn van geheel verschillende geaardheid. Deze apostolische, bijbelsche verscheidenheid mag en moet zich ook in de Kerk van heden doorzetten. Het is waar. Doch men mag zich hierop niet beroepen, wanneer het om tegenstrijdige opvattingen van de heilswaarheden gaat. Het geloof van alle apostelen, hoe verschillend geaard, berustte op dezelfde heilsfeiten ; en hun prediking, hoezeer verscheiden, was verkondiging van den zelfden Christus. Dit zullen we heden geen oogenblik mogen vergeten. De volkskerk is Kerk van en door den Christus der Schriften. Zij heeft een bepaalde belijdenis van dezen Christus.

En deze belijdenis is de band van haar eenheid. Neem deze belijdenis weg, en onze Nederlandsche volkskerk is niet meer ; ze valt uiteen, ze verandert van karakter.

Dat is evenzeer het geval, als men naast deze belijdenis plaats opeischt voor verschillende andere opvattingen. Men krijgt dan een andere Kerk.

Zij, die in dit opzicht een verscheidenheid van leer en belijden wenschen, die ook ruimte heeft voor opvattingen, die van de belijdenis der Kerk afwijken, hebben een ander kerkbegrip dan dat van de Nederlandsche, Gereformeerde volkskerk. Men zou haast kunnen zeggen : ze zijn meer lid van een kerk naar hun begrip, dan van de Gereformeerde volkskerk — en de doorvoering van hun beginselen zal na verloop van tijd een andere Kerk doen ontstaan, zal ons onze Gereformeerde volkskerk ontrooven.

Daarom is het zaak, tegen dit streven beslist partij te kiezen. Hier staan hooge belangen op het spel.

Anderzijds is er een streven naar vrij strenge eenheid groeiend. We bedoelen de pogingen om te komen tot eenheid inzake de catechese en de roep om eenheid in de liturgie.

Hier nu zouden wij, hoezeer het betrekkelijk goede van dit streven erkennend, een goed woord voor verscheidenheid willen spreken, mits die verscheidenheid gebonden zij laan de belijdenis en de orde der Kerk.

Wat de catechese betreft : het maakt een groot verschil of men te doen heeft met de jeugd uit de stad of van het dorp ; met jonge menschen, die den geheelen dag óf zwaren lichamelijken arbeid verricht hebben, óf met scholieren ; met kinderen uit kerkelijk meelevende gezinnen, óf met kinderen uit gezinnen, die aan den zelfkant van het kerkelijk leven staan, enz. enz. Hier komt een verscheidenheid uit het volle leven op de Kerk af, die niet onder één methode te vatten is, waar dan nog bij komt de persoonlijke geaardheid van den catecheet. Daarom is het niet mogelijk één methode voor allen te gebruiken. Het is zelfs mogelijk, dat dezelfde catecheet voor verschillende leerlingen zich van uiteenloopende methodes bedient. Het is denkbaar, dat iemand, die beslist de methode van het zelfwerken der leerlingen voorstaat, voor een bepaalde groep niet anders kan dan de ouderwetsche vragen en antwoorden gebruiken.

De meest aanbevelenswaardige methode is misschien nog wel die, welke het minst „methode" is, het minst een bepaalden methodischen stempel draagt en welke dus den catecheet de meeste mogelijkheden biedt om die naar zijn behoeften te gebruiken, om er die methode van te maken, die hij voor die en die bepaalde leerlingen noodig heeft.

In zekeren zin geldt dit alles ook voor de liturgie. De Kerk is de plaats van de liturgie. D.w.z., dat er een band moet zijn aan de belijdenis der Kerk, aan het kerkelijke liturgische formulier, aan het kerkelijke liederenboek. Geen willekeur hier. Maar de eene gemeente zal zich liturgisch in een anderen vorm uiten dan de andere ; zoo is 't ook met groepen van gemeenteleden. Veel hangt hier af van aanleg, milieu, inzicht. Niet de vorm, maar de geest geeft hier den doorslag. Een uiterst sobere dienst des Woords in een dorpsgemeente kan liturgisch zuiverder en sterker zijn dan een volledige en volkomen verantwoorde liturgische dienst in een stadskerk. Hier geldt zeker, dat men de Kerk de ruimte en de vrijheid van beweging moet laten om dien liturgischen vorm te gebruiken, die voor haar den meesten zin heeft.

Conclusie : in de volkskerk moet eenheid in het noodige, n.l. de belijdenis zijn ; maar dan ook verder omtrent de bijzaken geen nivelleerende eenvormigheid, doch de rijke verscheidenheid, de veelkleurigheid en levendige afwisseling, die het charisma zijn van de volkskerk.

Wil men heerschende verwarring doen ophouden, best ; maar laat het dan de verwarring omtrent den inhoud zijn, die men door eenheid vervangt en niet die van methode en vorm".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's