NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)110)
2 „Als u mij nu maar volgen wilt. Natuurlijk hebt u niet uit het oog te verliezen, dat het een ernstig ongeluk was. 't Hoofd is nog al geschonden, en ook méér nog dan dat".
Toen ging men, als in een droom, de lange gangen door, de trappen op, om eindelijk te staan bij de krib van den lijder. Ternauwernood herkende men hem. Wat moest hier wel niet zijn gebeurd !
Weenend liet vrouw Santema zich op een aangeboden stoel neervallen en verborg haar gelaat in den zakdoek. Nog nooit hadden vreemden haar tranen gezien ; hier gaf zij deze den vrijen loop.
Ook Tjerk was ontroerd. Zou hier nog redding mogelijk zijn ? Dan mocht er wel een wonder gebeuren. Zacht streelde de moeder 't voorhoofd van den kranke. Ach, zij wist nog niet wat het dek verborgen hield. Als hij maar eens even de oogen opsloeg. Haar een enkele maal herkende.
„Gabe !" fluisterde zij aan zijn oor. En toen nog eens : „Gabe".
Was 't niet alsof hij tot bezinning kwam ? Trokken zijn wenkbrauwen zich niet samen, als van iemand, die tracht zich iets te herinneren ? En nog eens lispelde zij : „Gabe".
Met belangstelling volgde Zuster Ina elke beweging. Waarlijk, daar kwam verandering. 't Was alsof de omfloersde geest door die aanraking en dat woord langzaam van een heel langen toom terugkeerde. Toen kwam er een trilling in de oogleden, en zag hij. Nog niet als een die wist, maar als iemand, die zocht. Daarop scheen hij weer in te sluimeren.
Zoo kwam de operatie-dokter bij dit tooneel en vernam de verandering. Een lichtglans kwam over zijn gelaat. „Gelukkig ; misschien, dat hij het nu haalt. U blijft hier natuurlijk voorloopig en hebt geen haast, 'k Zou, zeggen, als u nu eens in de wachtkamer of in den tuin u gingt verfrisschen, en bijvoorbeeld nu en dan eens even terug komt ; we kunnen dan zien, hoe het verloop verder zal zijn".
Daarop gaf hij de Zuster een wenk, die nu met zachte hand vrouw Santema van bij de lijdenssponde deed opstaan en haar naar een rustige kamer bracht.
„En nu zal ik eens een kopje koffie voor u laten komen, wat u zeker goed vindt". Weer werden moeder en zoon getrokken door deze verschijning. Zulke menschen ontmoette men zeldzaam.
Deze Zuster had iets over zich, dat onwillekeurig de aandacht boeide en daarbij deze overeenkomst met die dorpsgenoote. Ook vrouw Santema was de gelijkenis dadelijk opgevallen, maar méér nog haar stem.
Toen zij het verhaal deed, moest zij dan niet telkens herinnerd worden aan dien achtermiddag, toen Nienke Huitema zoo lang naast het rustbed van Mini gezeten had, om met deze te spreken over hooge, geestelijke dingen ? Neen, men had nog geen enkel woord in die richting van haar gehoord, doch het leed geen twijfel, of deze verpleegster had ook kennis aan de Waarheid, en vreesde God. Dat sprak uit heel haar doen en laten en voelde men, ook zonder dat het gezegd werd.
Langzamerhand kwam men weer op zijn gemak. De vrees van te laat te zullen komen, was geweken ; de kans met Gabe nog eens te kunnen spreken, nam toe en hoewel dokter met een bedenkelijk gelaat gezegd had, dat het ernstig was, kreeg men toch alle hoop op herstel. Haar man zei immers altijd, dat de dokters ook wel eens een geval zwaar gingen inzien, om later des te meer geroemd te worden als het goed ging. Hé ja, wat had de Zuster ook weer van Liesbet gezegd ? Dat zij geloofde aan de beterschap van Gabe. Wat zou zij die Liesbet Paulussen nu graag eens willen spreken. In Zevenhuizen zou zij niet naar haar omzien. Evenmin als die Priester en die Leviet omzagen naar dien zekeren mensch aan den weg van Jeruzalem naar Jericho, maar hier in Amsterdam en dan nog wel in het Ziekenhuis, was het iets anders. Hier zou elk bekend gezicht haar welkom zijn, al was het dan ook van Antje bolleloopster of desnoods een van die zwervers, die soms tegen den avond kwamen om een onderdak voor den nacht te vragen. „Zouden wij Liesbet Paulussen niet eens even kunnen zien ? " vroeg zij, toen Zuster Ina gereed stond hen alleen te laten, omdat de arbeid weer riep.
„Zeker wel ; alleen het is misschien beter van niet aanstonds", voegde zij er veelbeteekenend bij. „Maar u blijft hier natuurlijk voorloopig. Is er al logies besteld ? Neen ? Zal ik het even voor u doen ? Als ik maar weet, waar u wezen wilt. 't Leidsche plein is bijvoorbeeld dicht bij. Mocht er iets komen, zoo bent u aanstonds bij de hand".
„Is het Damrak ver af ? " — vroeg Tjerk. „Mijn broer logeerde veel in het hotel Van Gelder, waar gewoonlijk veel Friezen zijn".
„Ook geen bezwaar ; met een trammetje is men in een paar minuten de stad door".
Daarop werd voor moeder en zoon een nachtlogies besteld. Tevens werden de huisgenooten per telegram in kennis gesteld met het voornaamste feit, dat Gabe nog leefde, doch de toestand ernstig was.
Die nacht werd een nacht van angstig zorgen. Van slapen kwam niet veel, alleen deed de oververmoeidheid soms de oogen sluiten, om in een onrustige sluimering te vallen. Nog even was men vóór het vertrek naar het hotel aan het ziekbed geweest, doch zonder door den kranke te zijn herkend. „Ik vrees, dat wij hem niet weer levend zien", had vrouw Santema tegen Tjerk gezegd, om daarop snikkend door de Zuster te worden weggeleid, die ook niet veel hoop kon geven. Daarop was men door de vriendelijke zorg van een uit het personeel naar de tram gebracht, om zoo op het Damrak af te stappen. Ja, daar waren méér kennissen uit de provincie, zoodat men in eigen taal kon zeggen, wat hoofd en hart bezighield. Het deed werkelijk goed in zoo'n vreemde omgeving, waar men zich heelemaal niet thuis voelde, menschen te ontmoeten, met wie men spreken kon, en die belangstelling toonden voor hetgeen oorzaak was van zooveel verdriet. En de familie Santema was zoo wijd en zijd bekend !
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's