Uit de historie
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten
Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten Vers 8—11.
Hoofdstuk IV.
Vervolg vers 9.
Het is derhalve uitgesloten, dat zij, die ten opzichte van hun zaligheid bij de Wet raad willen zoeken, werkelijk rust zullen vinden. In den grond van de zaak stapelen zij wettische voorschriften op wettische voorschriften, waarmede zij zichzelf en anderen kwellen, en bovendien hun geweten zoodanig bezwaren, dat velen door overmatige zielsbenauwenis ontijdig sterven.
Eén Wet houdt namelijk tegelijk tien andere voorschriften in, en zoo gaat het door tot, in het oneindige. De vele uitleggingen der Wet zijn daar, om zulks te bewijzen.
Om kort te gaan : wie het onderneemt, om door de Wet gerechtvaardigd te willen worden, die streeft naar iets, wat hij nimmer zal kunnen volbrengen.
In dit verband is ook van toepassing, wat in de geschiedenis als vergeefsche moeite is voorgesteld, te weten het scheppen van water in een zeef, enz.
Ik meen, dat de vaderen door het aanwenden van verhalen uit de oudheid, hebben willen aantooneh, dat zij, die van de genade afvallen, zich weliswaar inspannen en het zich moeilijk maken, maar dat hun werk tevergeefsch is.
Van hen, die zich in dit opzicht zonder resultaat inspannen, kan terecht gezegd worden, dat zij een steen den berg oprollen, die echter weer naar beneden valt, wanneer de top bijna bereikt is. Ook zijn ze als de dochters der Danaïden, die veroordeeld werden, om in de onderwereld ten eeuwigen dage een bodemloos vat met water te vullen.
Ik zou wel willen, dat gij, die studeert in de theologie, uit deze voorbeelden leering trokt, opdat gij het onderscheid tusschen Wet en Evangelie goed zoudt verstaan, en dat ge, wanneer ge iemand ontmoet, die door middel van de Wet gerechtvaardigd wil worden, hem duidelijk zult maken, dat zulks hetzelfde is, als wanneer iemand uit een ledige beurs wil betalen, of van ledige borden eten wil. Ook staat de poging, om door de Wet gerechtvaardigd te worden, gelijk met iemand, die honderd geldstukken wil betalen, doch wiens beurs ledig is ; voorts kan zij vergeleken worden rnet de onmogelijkheid, om een naakte uit te kleeden, enz.
Wie had ooit kunnen gelooven, dat de Galaten, die de zuivere en ware leer vernomen hadden door een man als Paulus, zoo spoedig van dezelve zouden afvallen, en het oor zouden leenen aan de valsche apostelen ?
Het is dan ook niet voor niets, dat ik u telkens weer inscherp, dat de mogelijkheid, om van het Evangelie af te vallen, zeer licht aanwezig is. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat zelfs godvruchtige lieden niet genoegzaam bedenken, welk een kostelijke en broodnoodige schat in de rechte kennis van Christus gegeven is. Daarom geeft ge u niet voldoende moeite, om deze dierbare schat te verkrijgen en u toe te eigenen.
De meeste menschen, die het Woord hoeren, worden niet door het kruis geoefend ; zij worstelen niet met zonde, dood en duivel, maar leiden liever een leven zonder strijd.
Omdat dezulken echter niet door Gods Woord tegen de listige aanvallen van Satan gewapend zijn, worden zij door aanvechtingen ook niet geoefend, om beter stand te kunnen houden. Daarom ook ervaren zij de kracht des Woords niet.
In tegenwoordigheid van hun voorgangers praten dergelijke menschen hun woorden maar wat na, terwijl zij zichzelf paaien met de gedachte, de zaak der rechtvaardigmaking werkelijk te kennen. Maar zoodra hun leeraars weg zijn, en wanneer er wolven in schaapskleeren komen, dan gaat het hen als de Galaten, die spoedig afvielen en gemakkelijk verleid werden, om weder te keeren tot armzalige en elementaire beginselen.
Paulus houdt er een eigenaardige manier van uiteenzetten op na, welke door de andere apostelen niet is gebruikt. Want geen hunner betoogt, dat de Wet een zwak en arm beginsel is, dat ongeschikt is voor het verkrijgen van gerechtigheid. Alleen Paulus spreekt zoo.
Ik voor mij zou het ook niet wagen, om de Wet aldus te kwalificeeren, maar zou het houden voor een godslastering, om zoo over haar te spreken, wanneer de apostel mij echter niet in een en ander aldus was voorgegaan.
Wanneer nu de Wet Gods reeds zwak en nutteloos is vopr het verkrijgen der rechtvaardigheid, — hoeveel te meer geldt dit van de wetten van den paus ! Dit wil geenszins zeggen, dat ik al zijn inzettingen zonder meer en zonder eenige uitzondering verwerp en veroordeel, want vele zijn nuttig met het oog op een uitwendige tucht, welke bevordert, dat in de kerk alles ordelijk toegaat, en er voor waakt, dat er geen vijandelijkheden of tweedracht ontstaan, gelijk ook de wetten van den keizer nuttig zijn. De paus is echter met deze lofprijzing zijner wetten niet tevreden. Hij verlangt bovendien, dat wij zullen gelooven, dat wij door het houden zijner inzettingen gerechtvaardigd en zalig zullen worden. En daarop zeggen wij : neen !
Met hetzelfde vertrouwen en met dezelfde zekerheid, als waarmede Paulus tegen de Wet optrad ten overstaan van de Galaten, houden wij ten opzichte vaa de pauselijke decreten, inzettingen en wetten staande, dat zij niet alleen zwakke en arme beginselen zijn, die nutteloos zijn, wanneer het gaat over het verkrijgen van gerechtigheid, maar wij beweren voorts, dat zij vervloekt en duivelsch zijn, omdat zij Gods genade lasteren, het Evangelie verdraaien, het geloof vernietigen en Christus wegnemen.
Wanneer de paus van ons het houden zijner inzettingen als noodzakelijk voor onze zaligheid verlangt, dan is hij in dat opzicht de anti-christ en de stedehouder van Satan ; en allen, die hem aanhangen, en deze gruwelijkheden en lasteringen bevorderen, in de meening verkeerend, daardoor vergeving van zonden te verdienen, — die allen zijn, zeg ik, knechten en dienaren van den antichrist en den duivel.
Het leerstuk, dat de apostel hier behandelt, is buitengewoon belangrijk. Wij mogen er dus wel aandacht aan schenken en bedenken, dat zij, die van de genade terugvallen tot de Wet, de kennis der Waarheid volledig verliezen. hun zonden niet zien, en noch God, noch zichzelf, nodh den duivel waarlijk kennen. Ook verstaan zij de wezenlijke beteekenis en strekking der Wet niet, hoewel zij hoog van hun kennis dienaangaande opgeven.
Zonder kennis der genade, dat is : zonder kennis van het Evangelie van Christus, is het onmogelijk om te verstaan, dat de Wet een zwak en arm beginsel is, dat nimmer tot rechtvaardigheid leiden kan. Alleen door Hem wordt de gerechtigheid ons geschonken !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's