De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een stap vooruit of achteruit?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een stap vooruit of achteruit?

7 minuten leestijd

In het „Weekblad van de Nederlandsche Hervormde Kerk" van 20 Sept. 1941 kwam eene mededeeling voor over de besprekingen van den vrijzinnigen kerkeraad te Donkerbroek—Haule en de Evangelisatie-vereeniging in die plaats. Terwijl tevens het resultaat van deze besprekingen wordt vermeld. Bij den kerkeraad was een verzoek van de Evangelisatie-Vereeniging binnengekomen om afzonderlijke doop- en avondmaalsdiensten, te leiden door een rechtzinnig predikant. De kerkeraad heeft gemeend, dit verzoek te moeten afwijzen, o.m. op grond van deze overweging „dat onze Nederlandsche Hervormde Kerk noch vrijzinnig, noch rechtzinnig is, maar in haar huidigen vorm in zich vereenigt belijders van onderscheiden schakeering en dat daarom bij de bediening van de sacramenten, inzonderheid bij dat van het Avondmaal, slechts mag worden uitgegaan van de woorden van de H. Schrift zelve, zonder toevoeging, van welken aard ook, die aan die woorden een zeer bepaalden uitleg zouden geven, eigen aan slechts één kerkelijke richting. Bij het Avondmaal behoort de gansche gemeente zich te kunnen scharen om de tafel des Heeren ; bij de instelling van een „rechtzinnige" naast een „vrijzinnige" viering zou de eenheid der gemeente voorgoed verloren zijn gegaan".

Hieruit lezen we, dat het verzoek werd afgewezen. De kerkeraad echter stelde aan het Evangelisatie-bestuur voor, zich met den kerkeraad over deze dingen te beraden. Dit is geschied. De principieele zijden van deze zoo belangrijke aangelegenheden zijn besproken Hierbij werd erkend, dat de misstand van verscheuring der Kerk een gevolg is van een gezamenlijke schuld ; aan beide zijden bestond het verlangen een oplossing te zoeken in gehoorzaamheid aan den Heere der Gemeente, Jezus Christus. Het resultaat der besprekingen was de volgende regeling :

1. tweemaal per jaar wordt een gezamenlijke Avondmaalsdienst gehouden, overeenkomstig een liturgie, die is opgesteld aan de hand van het Avondmaalsformulier der Kerk. Het bijbelwoord staat in deze liturgie in het middelpunt ; een predikatie wordt niet gehouden ;

2. eens per maand zal, beurtelings in Donkenbroek en Haule, een rechtzinnig predikant in een kerkdienst voorgaan. Naar behoefte kan in deze diensten de H. Doop worden bediend ;

3. de Evangelisatie-Vereeniging staat aan den kerkeraad haar lokaal in Haule af, voor het houden van catechisaties en jeugdwerk.

Sinds deze regeling „in gehoorzaamheid aan de H. Schrift en op den bodem van de belijdenisgeschriften der Ned. Hervormde Kerk tot stand kwam, is een jaar verloopen.

Wanneer we dit bericht lezen, dan kunnen we ons niet ontveinzen, dat een zekere toon van voldaanheid over het bereikte wordt beluisterd. Men is inderdaad van meening, de eenheid der gemeente voor ondergang te hebben bewaard niet alleen, maar deze ook een flink eind vooruit te hebben gebracht. Er is immers gemeenschappelijke Avondmaalsviering ? Men zit toch, rechtzinnig en vrijzinnig, gezamenlijk om den eenen disch des Heeren ? Men heeft nu toch een oplossing gevonden „in gehoorzaamheid aan den Heer der gemeente, Jezus Christus ? " 't Lijkt inderdaad zoo prachtig. En 't is waar, bij het Avondmaal toehoort de gansche gemeente zich te kunnen scharen om de tafel des Heeren. Maar diezelfde gansche gemeente behoort zich ook te kunnen scharen om een en dezelfde prediking. Dezelfde gansche gemeente behoort zich ook te kunnen scharen om een en hetzelfde doopvont. Wanneer dit niet kan, wanneer het ééne deel der gemeente een geheel andere prediking wenscht dan de andere  — wat moet dan die gansche gemeente rond die ééne Avondmaalstafel ! We moeten hier toch wel oppassen voor zelfmisleiding. Als daar die gemeente dan op de bovenvermelde wijze wordt samengebracht, dan is er toch van ware eenheid geen sprake. Dan is die gemeenschappelijke Avondmaalsviering door en door onwaarachtig. Evenals de geheele toestand der Kerk, waarin zooiets mogelijk is. Het Heilig Avondmaalsformulier spreekt toch zeker geen onduidelijke taal. En de Catechismus toont ons goed, waar het bij de Avondmaalsviering om gaat. Lees maar eens hoe de Avondmaalsganger den Christus in de viering des Avondmaals zal gedenken. Wat dan gezegd wordt, is niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. De Kerk belijdt ook in dit formulier. Beide, Woord en Sacrament, wijzen ons op den eenigen grond onzer zaligheid, n.l. Jezus Christus, n.l. het slachtoffer, dat Hij aan het kruis volbracht.

In dit opzicht is er geen eenheid tusschen rechtzinnig en vrijzinnig. In dit opzicht is er óók geen schakeering. Het is niet zoo, dat er wel wat onderscheid is, maar dat we in den diepsten grond toch gelijk denken. Geen sprake van. Dat is een totale miskenning van de stand van zaken. Waaruit niet anders dan de fataalste gevolgen kunnen voortkomen. Er gaapt een klove tusschen „vrijzinnig" en „rechtzinnig". En dit wordt door het bovenvermelde geenszins weggenomen. Men doet dan „alsof" .. . . . . Daarom vinden we dit allerminst een stap vooruit, maar een stap achteruit. Op deze manier werken we terug. Zoo krijgen we bijbelwoorden, waarmee ieder het zijne doet. Vooral geen uitleg. Vooral geen bepaalde uitleg, 't Is buitengewoon fraai. Maar op deze wijze zinken we al verder weg in het kerkelijk moeras. Want de zaak, waar het om gaat, wordt in geen énkel opzicht opgelost. Is dit nu de werking van „in gehoorzaamheid aan de heilige Schrift en op den bodem van de belijdenisgeschriften van de Ned. Hervormde Kerk ? " Die gehoorzaamheid wordt hier juist, naar de belijdenis der Kerk zelve, gewoonweg op zij geschoven. En het „op den bodem der belijdenisgeschriften" is hier dan toch zeker uitgelegd zooals „Kerk en Wereld" dit heeft gedaan en wij in een onzer vorige nummers reeds vermeldden. Dit is een „oplossing", waarin het „anti-Confessioneele" Kerkbegrip zegeviert. Van „herstel" der Kerk kan zoo nooit sprake zijn. Hier wordt het Kerkafbraak. We kunnen het niet anders zien. Wat wil Gemeente-opbouw nu feitelijk ?

In de „Gereformeerde Kerk" schrijft Ds Groenewoud : „Nu is het voor ons nog altijd een vraag, waar we geen antwoord op hebben kunnen vinden, of Gemeente-opbouw in dit opzicht de Kerk zelf haar weg wil daten vinden, of min of meer bewust aanstuurt op een zekere onverschilligheid ten aanzien van de belijdenisgeschriften en dus van een anti-Confessioneel Kerkbegrip uitgaat, dan wel geleidelijk de Kerk tot hare belijdenisgeschriften wil terugbrengen ? " Ds G. is soms geneigd aan te nemen, dat hier verschil van meening is bij de mannen, die meewerken. Maar terecht eischt hij, dat de Kerk er behoefte aan heeft en er recht op heeft te weten, waar ze aan toe is.

Inderdaad hebben we daar recht op. En bij alles wat er geschiedt, hebben we op onze hoede te zijn. We hebben niet critiekloos ons met de stroom mee te laten voeren. Of ons te laten overrompelen door een groote activiteit. We moeten in de Kerk goed weten, waar we aan toe zijn. Terecht merkt Ds Gr. op, dat wij bij het herstel der Kerk toch zeker niet uit mogen gaan van een geheel verkeerde organisatie, maar dat we uit hebben te gaan van de grondslag der Kerk, van hare belijdenis. „Evenals in de vorige eeuw, willen de vrijzinnigen nog heden hun Kerkbegrip aan de geheele Kerk opleggen. Hun Kerkbegrip, dat onverschillig is ten aanzien van de belijdenis". De eenheid te Donkerbroek—Haule gaat tenslotte ten koste van de waarheid. Aan zulk een eenheid werken we in geen geval mee. „Wij mogen — aldus Ds Gr. — om des gewetens wil, niet meewerken aan het bevorderen van een eenheid, die onze Kerk van haar karakter berooft, die ook de belijdenis van den Christus der Schriften vervangt door de belijdenis van allerlei eigen opvattingen". We hebben al onze krachten in te spannen en op te komen voor een eenheid naar Schrift en belijdenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Een stap vooruit of achteruit?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's