De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bouwen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bouwen

5 minuten leestijd

Men spreekt over bouwen : gemeenteopbouw, kerkopbouw. Inderdaad zijn dit, zooals wij gezien hebben, woorden, die Schriftuurlijken zin kunnen hebben. (Zie 1 Cor. 2). Een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe. Dat is de zaak, waarop het aankomt. Allen, die bij de kerk zijn, hebben te bouwen op dat fundament en toe te zien, hoe zij daarop bouwen. Men kan goud, zilver, kostelijke steenen, maar ook hout, hooi en stoppelen bouwen.

De kerk is er en zij staat op het fundament der apostelen en profeten. Deze mannen hebben dat fundament gelegd krachtens hun goddelijke roeping. Zij konden dat, omdat God het fundament heeft gelegd.

De grondsteenen der apostelen en profeten rusten niet in de aarde, maar in Christus. In Hem vinden zij de hemelsche draagkracht, zoodat zij niet wegzinken. Dat is het wonder der kerk. Daarom is zij er nog en verzinkt zij nooit in de aardsche moerassen, 't Mag zijn, dat de menschen allerlei bouwsels op dat fundament oprichten, die hout, hooi en stoppelen zullen blijken, hetwelk door het vuur verteerd wordt, maar het fundament ligt vast. Zoodra daarop goud, zilver en kostelijke steenen worden gebouwd, vertoont het weer de vastigheid van het werk.

Zie toe, want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Christus Jezus.

De apostel ziet door het apostolisch fundament heen. Dat is slechts een fundeering voor de aardsche openbaring der kerk, een behulpsel in het groote werk der toebrenging. Wij hebben dit ernstig te nemen, zijnde door Christus alzoo beschikt, maar het fundament der apostelen en profeten is van kostelijke steenen, het is doorzichtig, zoodat daardoor heen het eigenlijke fundament Jezus Christus door den apostel wordt gezien.

Daaraan herinnert hij de bouwlieden: Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt ? (1 Cor. 3 : 17). Bouwlieden, denkt er aan, het is Gods gebouw. Niemand bedriege zichzelven. (vs 18)

Een tweeledige vermaning gaat van deze woorden uit. Ten eerste : gij moet bouwen. Gij allen, die van de kerk zijt en die bij de kerk zijt. Gij staat, of gij het weet, of niet weet, op het fundament, dat de apostelen en profeten hebben gelegd. Gij moet op dat fundament bouwen en gij bouwt op dat fundament. Gij bouwt, omdat gij bij de kerk zijt. Gij bouwt in eigen leven, in uw gezin, in de kerk. Wij maken niet uit, wat gij bouwt en hoe gij bouwt, wij beoordeelen dat niet, maar gij bouwt.

Misschien bouwt gij ijverig en begeerig om iets te bouwen, maar weet, dat het werk zal worden beproefd. Niet door menschen, maar door den hemelschen Bouwmeester.

In de tweede plaats komt de vermaning, dat dit onder ons oog wordt gebracht, opdat wij het bestek van den Bouwmeester niet ongebruikt laten liggen of in onze eigene wijsheid willen verbeteren. Paulus spreekt van wijsheid en dwaasheid, van roemen op menschen en roemen in Christus.

Derhalve komt het apostolische Woord, Gods Woord door de apostelen (en de profeten) gesproken, op den voorgrond. Alle bouwende arbeid wordt gewezen op de leiding der apostelen, omdat dit is naar den wil van Christus. Hij heeft aan hun Woord Zijn gezag geschonken en om Zijnentwil zijn wij geroepen dat waar te nemen en te bewaren. Hij is het die door Zijn apostelen ons Zijn wil heeft bekend gemaakt. Het is Zijn bevel en Zijn Woord, gelijk zij in Zijn werk hebben gediend.

Daarin heeft Hij de zorg voor Zijn kerk geopenbaard. Niet den mensch Paulus en Cefas of wie der apostelen, maar de apostelen van Jezus Christus, Zijn gezondenen om dit alles door den drang en onder de leiding van Zijn Heiligen Geest te doen, hebben wij te hooren, opdat wij daarin onszelven gehoorzame discipelen en dienstknechten des Heeren betoonen.

Alle bouwsel, dat zich als zoodanig aandient en niet aandient, valt alzoo onder den toets van de Heilige Schrift, zijnde Gods Woord. Daartoe heeft God aan de kerk Zijn Woord toebetrouwd. Niemand kan dus bezwaar maken, dat men wil bouwen, maar de vermaning blijft : een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwt.

Het huis des Heeren kan heden niet anders gebouwd worden dan in de dagen der apostelen en naar het richtsnoer van hun woord. In het huis des Heeren kan geen andere orde dienen dan de huisorde zelf. Ambten en bedieningen zullen beantwoorden aan hun bestemming, zoo zij vervuld worden naar het apostolische Woord. In dat opzicht is de kerk conservatief. Zij is gebonden aan de goddelijke huisorde en wie zich daarin niet kan voegen, zal zich hebben te bezinnen over het allervoornaamste punt in dit verband :  nl. dat de kerk niet een instelling van menschen, maar Christus' kerk is.

Daarop wordt door den apostel met nadruk gewezen : Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. Nog altoos staat de kerk onder de leiding van het Woord, hetwelk ons door de apostelen en profeten is toegekomen door de zorg des Heeren.

Met de kostelijke steenen des Woords zullen wij hebben te bouwen, met het goud en zilver, de waarheid en de oprechtheid des geloofs, welke in gehoorzame onderwerping aan het Woord vertrouwen mag op den Heere, die niet laat varen het werk Zijner handen.

Bouwen is dienen in het groote werk der bediening van Christus, dienen op de plaats en in de roeping, waarin wij zijn gesteld, dienen met de gaven en krachten, welke de Heere geeft en met een volvaardig gemoed. Eén is uw Meester, n.l. Christus, die aan de kerk Zijn Woord heeft gegeven om onze zwakheid. Die zwakheid komt allermeest aan den dag, zoo wij Zijn Woord verlaten, doch Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht, indien wij in Zijn wegen wandelen en de gehoorzaamheid zoeken, welke God van ons vordert. Wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. (Joh. 8 : 12).

Mogen wij dan de vermaning ter harte nemen van den apostel : Zoo dan, mijne geliefde broeders, zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere. (1 Cor. 15 : 28).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Bouwen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1941

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's