MEDITATIE
Vertrouwt op Hem te aller tijd, o gij volk; stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een toevlucht. Psalm 62 vers 9.
David heeft het wel eens heel moeilijk in zijn leven gehad. Moeilijk, als hij moet vluchten voor Saul, of als zijn zoon Absalom tegen hem opstaat, of als zijn hart onder geestelijke aanvechtingen in hem overstelpt is. Maar David heeft steeds weer in alle verwarring den weg tot de rust gevonden. Deze rust lag nooit in den mensch, maar steeds in de trouw des Heeren. Daarom kan David een goede raad geven aan allen, die het moeilijk hebben. Vertrouwt op Hem te aller tijd. Dit is echt een woord voor onzen tijd. Men hoort overal de klaagzang. Inderdaad, er was veel, dat ons aangenaam was en dat wij nu moeten missen. Maar het wordt nu toch ook wel heel duidelijk, dat wij met al onze christelijkheid allervreeselijkste materialisten zijn. Voor velen is het de allesbeheerschende vraag : wat zullen wij eten en drinken en waarmede zullen wij ons kleeden ?
Zeker, het is te begrijpen, dat deze vragen zich aan ons opdringen. Het spook van den honger komt zoo hier en daar om den hoek kijken. Het is materieel en geestelijk een tijd vol verwarring en chaos. In dit alles is de ergste kwaal, dat er geen Godsvertrouwen is. De een ziet naar rechts en de ander naar links, en zweert, dat vandaar de redding komen zal, en men wil niet inzien, dat men bezig is zijn betrouwen op een gebroken rietstaf te stellen, welke een ieder door de hand zal boren, die er op steunt. Vertrouwt op Hem. Op God vertrouwen, dat is zich op Hem verlaten met al onze zorg en al onze moeiten. Dit sluit in een zich veilig weten, een zich rustig gevoelen in alle ellende en verwarring. Werpt al uwe bekommernissen op Hem en Hij zal het maken. Hoe kunnen wij daartoe komen ? Door het nu eens niet meer zelf voor elkaar te willen brengen. Door alles over te geven in de hand des Heeren. Door te gelooven, dat de Heere het wèl zal maken. Wij belijden het in, onzen Catechismus, dat ook tegenspoed ons wordt toebedeeld uit Gods Vaderhand. Maar gelooven wij het nog wel ? Ook nu wordt ons leven door een Vaderhand bestuurd. En daarom kan er veel met ons gebeuren, maar als wij dit werkelijk gelooven, kan ons niets overkomen. Op God vertrouwen. Dat is beter dan onze hoop te stellen op een mensch of op de machten dezer wereld. Bij dezen God zijn alle volkeren der aarde minder geacht dan niet en ijdelheid. Hij heeft toch alles gemaakt en bestuurt alle dingen naar Zijn wil, zou Hij dan ook u niet kunnen geven wat gij nu juist noodig hebt? Wie op God vertrouwt, staat op vasten bodem.
David wil aansporen te aller tijd op God te vertrouwen. Niet alleen als de Heere het zoo ongeveer precies doet als wij het willen hebben. Dan is het eigenlijk ook wel gemakkelijk te zeggen, dat de Heere het goed doet. Maar juist in moeilijke dagen moet het Godsvertrouwen ons kracht geven. Als de toestand voor David heel hopeloos schijnt, kan hij zich door dit vertrouwen sterken in den Heere zijn God. Waar geloofsvertrouwen is, zal 't juist in donkere dagen worden, ervaren, wat wij aan God hebben.
David spreekt hier een volk toe. Welk volk ? Het volk, dat de Heere heeft liefgehad met een eeuwige liefde. Dat volk werd getrokken uit de duisternis tot Zijn licht. Dit volk wordt niet bepaald door afkomst, maar door de verhouding tot den Christus. Dit volk leerde eigen armoede en ellende door de verlichting van den Heiligen Geest. Het leerde, dat het in zichzelf niets heeft om voor God te kunnen bestaan. Dat het arm en ellendig is. Behoort ook gij door genade tot dit volk ? Dan moet gij den Heere vragen te mogen toenemen in het geloof, zoodat gij uw vertrouwen alleen op Hem leert stellen. Nu moet juist de Kerk des Heeren schijnen als een lichtend licht met de belijdenis : wij zullen niet vermelden van paarden en wagenen, maar van den Heere, onzen God.
Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht. Het is niet mogelijk overal en altijd de diepste gedachten van ons hart uit te spreken. Maar wij mogen met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade en daar mogen wij alles zeggen. Voor den Heere mogen wij ons innerlijk laten zien. Dat is juist geloof, als wij niets voor Hem verbergen, als wij ons voor God stellen precies zoo wij zijn. Voor den Heere mogen wij uitstorten de nooden van volk en vaderland. Maar ook vooral onze eigen nooden. En dat volk des Heeren kent persoonlijke nood. De nood van zonde en schuld. Immers als wij met het recht Gods te doen kregen, zagen wij ons schuldig aan al de geboden Gods. Dan wordt de nood uitgekermd met de woorden van den dichter :
Ik ben, door Uwe wet te schenden, Krom van lenden. Vol van kommer en verdriet.
Het is een heerlijk werk, het hart voor God uit te storten. Menschen begrijpen meestal onze nooden niet. En als zij er iets van begrijpen, zijn zij meestal niet in staat ons te helpen. Maar de Heere weet het beter dan wij het Hem kunnen voorleggen. Hij weet wat wij noodig hebben, Hij kent de diepste roerselen van ons hart. En de Heere wil hooren en verhooren.
Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht. Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht.
David heeft het wel eens zoó moeilijk in zijn leven gehad, dat hij volkomen was vastgeloopen. Dan was er geen uitweg meer, dan was het aan alle zijden afgesneden. Al Gods kinderen hebben wel eens van die oogenblikken, dat alle hoop hun ontvalt, omdat niemand zorgt voor hunne ziel. En dan is er altijd nog één weg open. Dat is de weg naar God. David heeft dit rijkelijk mogen ervaren. Daarom zegt hij : de Heere is ons een toevlucht. Een toevlucht om heen te vlieden in de dagen van nood en zorg. De Heere is een sterke toren, waar de rechtvaardige zal heenvlieden. Wie deze toevlucht kent, weet zich veilig onder het grootste gevaar. Hier toch wordt de rust en de troost ervaren in alle nood en ellende.
Het geloof leert zeggen : de Heere is mij een toevlucht. Kent ook gij deze plaats der rust ? Dan kent gij den Heere als een troost in nooden.
Zoo steken wij het hoofd omhoog en belijden ook in deze moeilijke dagen : de Heere is mijn toevlucht.
(Rijssen)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's