NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 114)
En zoo was het. Toen hij zijn vrouw met Tjerk had weggebracht, kon boer Santema 't nergens vinden. Hij liep van den stal naar den schuur, en vandaar in de kamer, om zijn troost bij de kinderen te zoeken, en dan weer het land in om afleiding te vinden bij het vee, of bij ouden Jacob, die met Melte bezig was de greppels voor de afwatering uit te diepen, doch overal scheen hij niet te vinden, wat gezocht werd. Een enkele maal kwam de begeerte bij hem boven, om, gelijk in den laatsten tijd telkens, bij de bittertafel in „De Duitsche Adelaar" of in „De Zwaan" afleiding te zoeken, doch telkens schrok hij hiervan terug, alsof een inwendige stem hem zeggen ging, dat Gabe juist in dien weg zijn verderf was tegengegaan. Tegen den avond kwam Thijs Sangers, tot wien het gerucht reeds was doorgedrongen, dat op „Donia-state" 'n slechte tijding ontvangen was en die het nu zijn collegiale plicht achtte, zijn belangstelling te toonen en meteen nader op de hoogte te worden gesteld. Met tegenzin zag Mini hem naderen. Was het niet die man, door wiens invloed en omgang „Donia-state" veel van haar heerlijkheid en luister verloren had en door allerlei listen en kunstgrepen haar vader had weten te verdringen van de plaats, die hij eenmaal met zooveel eer en voordeel in de handelswereld innam ?
„'k Hoop niet, dat vader hem in huis vraagt", had zij nog gezegd, maar Thijs wachtte deze uitnoodiging niet af. Hij was al binnen, vóór hij gevraagd werd. Daarop volgde allereerst een nauwkeurige ondervraging, hoe zich alles met Gabe had toegedragen, doch waarop slechts een kort, onzeker antwoord kon gegeven worden. En toen duurde het niet lang of weldra waren de mannen weer in den handel verdiept, waarbij opnieuw uitkwam, hoe Thijs relaties had weten aan te knoopen met mannen, die voorheen op „Donia-state" kwamen om zaken te doen en hij met een zekere overmacht boer Santema over stag wist te zetten. Gelukkig, dat de komst van Loving, die met Thijs op niet al te besten voet stond, het bezoek korter deed zijn dan wellicht het voornemen was. 't Kwam ditmaal niet aan de drankflesch toe, waardoor ook de gesprekken meer bij den grond bleven. Telkens dwaalden aller gedachten naar degenen, die afwezig waren en toen tegen achten het telegram ontvangen werd, waaruit mocht worden afgeleid, dat het onheil in elk geval niet aanstonds den dood tengevolge had, doch de toestand wel zeer ernstig was, stelde Mini plotseling haar vader voor, om morgen met dezen eveneens naar Amsterdam te gaan. Want Gabe leefde nog, dat was zoo goed als zeker, doch tevens scheen hij er ernstig aan toe te zijn, omdat geen geruststellende verklaring kwam, gelijk was afgesproken, wanneer het meeviel. Wat zijn dochter betrof, had Santema er even tegen geageerd. Dan was het beter, dat Maai meeging, maar deze verklaarde heelemaal niet tegen zulke narigheden te kunnen. Zij zou het beslist op haar zenuwen krijgen, als zij in dat groote ziekenhuis kwam en daar al die ellende zag. Ook was het, met het oog op de boerderij, beter, dat zij thuis bleef. Zij kon met Swopk en Jacob melken. Mini was tegenwoordig zoo best : als men over Stavoren—Enkhuizen reisde, met die prachtige en geriefelijk ingerichte salonboot, dan kwam het er feitelijk niets op aan. Per auto kon men zich desnoods naar de boot laten brengen en dan was het maar een hanestap meer.
Zoo kwam het, dat vader en dochter zich den volgenden morgen vroeg op weg begaven om na een voorspoedige reis dezelfde poort binnen te gaan, den vorigen dag door de boerin en Tjerk met zooveel vrees ingetreden. Weldra waren de huisgenooten vereenigd. De ontmoeting was hartelijker dan het afscheid van den vorigen dag. Wat leek het lang, dat men elkaar niet gezien had en toch was sindsdien nauwelijks 'n etmaal verstreken. Oogenblikkelijk zag Mini, dat moeder veel geleden had en de zorgen nog niet geweken waren. Eerst nadat de hoop was uitgesproken, dat het leven nog als een buit zou worden uitgedragen, kwam de mededeeling van die vreeselijke verminking voor het gansche leven. Als gebroken zat boer Santema bij het hooren hiervan neer. „Voor altijd ongelukkig !" — kreunde hij en knelde zijn beide handen tot vuisten, waarop de boerin, niet zonder verwijt in haar stem, liet volgen : „En dat alles tengevolge van den drank ! En omdat wij hem den vrijen teugel gaven !"
Thans achtte zij haar tijd van spreken gekomen. Als molensteenen vielen op hem de beschuldigingen, hoe zij altijd gewaarschuwd had tegen de eenzijdige opvoeding van haar oudsten zoon en meermalen had gewezen op het tuchtelooze leven van Gabe, die mocht doen en laten wat hij verkoos. Hier werd gemaaid, wat lange jaren was gezaaid, en zoo iemand hier te zwijgen had, dan was het haar eigen man, die zijn kind op dit hellend vlak had gebracht om hem daar nu zélf te volgen, 't Was alsof in haar de gerechtigheid ontwaakte. Vergeten was alle vermoeiïng en het persoonlijk doorworsteld leed, doch met des te meer vuur wees zij op de diende, die over een leven kwam, waarin de paden des rechts verlaten werden en sprak zij het vonnis over allen, die in deze wegen wandelden. Allen luisterden vol verbazing toe. Nog nooit hadden Mini en Tjerk hun moeder zóó hooren spreken. Haar oogen leken vuurvonken, haar woorden waren als puntige pijlen en Santema boog het hoofd, als iemand, die zich schuldig wist.
En nog was het einde niet. Want toen de machtige eigenaar van „Donia-state" zoo was geraakt in de lichamelijke verminking van den eersteling zijner kracht, toen kwam nog dat andere, waardoor zijn trots totaal vernederd en stuk geslagen werd.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's