De dag Zijner toekomst
Uw Koninkrijk kome, de adventsbede der gemeente. Het is de bede der verwachting Zijner toekomst, de hoop der voleindiging, geboren uit het heimwee naar vervulling van de heerlijkheid Gods, waarvan de voorsmaak genoten wordt in het waarachtig geloof. De ware Godsvrucht schouwt met verheuging en verwondering in de werken Gods. De apostelen verkondigen de groote werken Gods en zij leven daarin ; zij zijn daarbij betrokken. Op een bescheidene wijze is dat zoo met alle kinderen Gods, want zij zijn betrokken in den dienst en dienen met blijdschap. Zij zien ook hun eigen leven in het licht van het Koninkrijk en de toekomst des Heeren, zoodat de bede levend wordt : „Uw Koninkrijk kome". Zij verheugen zich in de heerlijkheid des Konings, in Zijn volheid, omdat het alles om Zijn eere gaat en alle dingen Hem onderworpen zullen zijn in de ongebroken harmonie van den eeuwigen vrede.
Men heeft van een tusschentijd gesproken, en met zeker recht. Daarmede ziet men op de tijdruimte, waarin wij verkeeren tusschen de hemelvaart en de wederkomst des Heeren. Het is de tijd van het Koninkrijk, dat nabij is, van het komende Koninkrijk, de tijd, die naar de volheid gaat en naar de voleindiging. In zooverre leeft de kerk op aarde in een voortschrijdend advent. Van nu aan zult gij den Zoon des menschen zien komende op de wolken des hemels. Heel sterk leefden de eerste Christenen in deze verwachting, zoodat velen Hem in hun dagen hebben verwacht. En naarmate de kerk zich meer en meer in de wereld thuis ging gevoelen, naarmate zij meer en meer gelijkvormig aan de wereld werd, werd die verwachting flauwer. Het Maranatha verstomde, de ontroering werd zeldzamer, zij burgerde in en verwisselde de tent met een vaste woning. Het beeld van den vader der geloovigen verflauwde. Hij toch was een vreemdeling op aarde en verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.
Zoo verkreeg het kerkelijk leven overeenkomst met de Oud-Testamentische kerk, die nog wel haar Simeons en Anna's, haar Zachariassen en Elisabeth's telde, maar overigens zoó was ingesluimerd, dat zij den Messias verwierpen, toen Hij gekomen was.
In dat licht verstaan wij de prediking van Johannes den Dooper : Bekeert u, want het Koninkrijk Gods is nabij gekomen. Het is op handen. Het wordt haast openbaar. Bekeert u. Dat is een ontstellende prediking. Want als het Koninkrijk Gods zoo nabij is, zal Zijn ge rechtigheid heerschappij nemen. Hoe zal de Koning worden ontvangen ? Hoe zal men voor Hem bestaan ? Wat zal er van den zondaar worden, als de Koning zich opmaakt in Zijn heerlijkheid ? Daarom, bekeert u, want de tijd is nabij.
Voor ons, die Bethlehem achter ons hebben, wijst de profetie van het Koninkrijk der hemelen op de toekomst des Heeren. Komst en wederkomst liggen in het profetische Woord vlak bij elkander. Het is één. Van nu aan zult gij den Zoon des menschen zien komende op de wolken. Advent beteekent : Maranatha, de Heere komt. Zijn Koninkrijk is nabij.
Daarom is er aanleiding om te wijzen op het ontstellende in de adventsprediking van den Dooper : Bekeert u. Daarom gaat een roep uit tot de kerk, die zich in deze wereld zoozeer op haar gemak gevoelde en wegzonk in een gevaarvolle verwereldlijking. Een kerk, die in nood kwam, omdat zij haar roeping verzaakte.
Men spreekt van herontdekking der kerk, en inderdaad heeft de kerk noodig aan haar aard en wezen ontdekt te worden. De roep ter bekeering treft haar in de eerste plaats. Het Woord roept. De tijden roepen. De toekomst des Heeren roept : Bekeert u.
Indien de Zoon des menschen wederkomt, zal Hij geloof vinden ? De ernst van deze vraag kan ons ontroerend treffen, indien wij opmerken, hoe diep het kerkelijk leven kan wegzinken. En als Hij komt, zoekt Hij geloof, geloof in Zijn Naam, geloof in Zijn Woord, dat Hij den apostelen heeft gegeven, opdat zij het der kerk zouden overgeven om het te bewaren. Beschaamd zal zij staan in den dag Zijner toekomst, als zij Zijn Woord niet bewaard heeft.
En het is toch zoo, dat zij, die het advent predikt, ook uit de verwachting Zijner toekomst zal leven. En indien niet, zoo is haar prediking ijdel, en zij veroordeelt zich zelf. Daar kan geen kracht van haar uitgaan vanwege haar ongeloof. Geen kracht op een wereld, die in nood is, geen kracht op de wereld, die binnen in haar is. Hoe zal zij anderen de vertroosing des Evangelies en de heilvolle verwachting van de toekomst des Heeren prediken, zoo zij is als de dienstknecht, die de wacht zijns Heeren niet waarneemt.
Er zal een zegen voor de kerk en de wereld in zijn, als de roep ter bekeering weerklank vindt in de harten van velen, zoodat het Woord heerschappij neemt over degenen, die Christus met den mond roemen, en de hope wordt vernieuwd in de verwachting van de toekomst des Heeren.
Het advent heeft twee kanten. Het Koninkrijk komt. De Koning komt. Hij komt als de Rechter der gansche aarde. Zijn oordeel is te vreezen door allen, die Hem niet hebben aangenomen en den roep tot bekeering, de belofte des Evangelies hebben veronachtzaamd. De dag des Heeren is een dag des gerichts. Doch zij, die in Zijn Naam gelooven en deel hebben aan het Woord der genade, verwachten Hem met blijdschap en zien verlangend uit naar den dag Zijner toekomst.
Uw Koninkrijk kome.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1941
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's