NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 116)
Een zware zucht kwam als eenig antwoord uit de breede borst van boer Santema. De gróóte man was klein geworden. Het hoogmoedige hart werd verbrijzeld ; de trots was gebroken.
„Laten wij samen hem nu opzoeken, terwijl Tjerk en Mini hier blijven", sprak de boerin, en stond op. Werktuigelijk volgde Santema haar wat leek hij in die korte oogenblikken verouderd. Heel zijn wezen, de uitdrukking zijner oogen, de trekken van zijn gelaat, gansch zijn gestalte scheen veranderd. Dat was niet meer de groote, sterke, rijke heer van „Donia-state", voor wien alles buigen of breken moest, dat was een man, over wien het „schuldig' werd uitgesproken en die, aangeraakt door Hoogere macht, gegrepen in de zenuw zijner kracht, als Jacob na den nacht van Pniël, hinkende door het leven zou gaan.
Dat was eene ontmoeting, daar aan dat lijdensbed van Gabe. Op verzoek van vrouw Santema had hij een afzonderlijke kamer gekregen, waar hij het lijden van anderen niet behoefde te zien en deze geen getuigen behoefden te zijn van wat zich hier reeds had afgespeeld en ook verder nog afspelen zou. De Zusters hadden er zich over verwonderd en tegen elkaar er over gefluisterd, dat die jongeman uit Friesland van dat auto-ongeluk hier zoo bijzonder verzorgd en opgepast werd, en vooral trok het de aandacht, dat Zuster Ina, de onvermoeide, ook hier weer zoo buitengewoon hare krachten en talenten ten koste gaf. Doch de meesten harer kwamen niet verder dan tot de opmerking, dat hier het kapitaal aan het woord was. Van al het leed, 't welk daarachter lag, wist men niet en opzettelijk werd dit voor haar verborgen gehouden.
Zwijgend plaatste boer Santema zich naast zijn zoon en zwijgend drukte deze hem de hand.
Niet één, die den moed had een woord te spreken. Elk was bezig met eigen gedachten, en toch kruisten zij elkaar. Tot vrouw Santema de stilte verbrak en vroeg, hoe het met de pijn ging. Een smartelijke trek over het gelaat en een heenwijzing naar het geamputeerde been was het antwoord. Daarop brak de kranke in hevig snikken uit. „Rampzalig !" was het eenige, wat hij zeggen kon. 't Sneed het ouderhart door merg en been.
En nóg had Dirk Santema geen woorden, evenmin als tranen, want ook deze kende hij niet. Maar aan het beven van zijn lippen en 't wringen zijner handen was 't te zien, welk een diepte van leed er gevonden werd in zijn hart. Stond hij zélf niet mede schuldig aan het ondergaan van dit jonge leven ? Had hij door zijn slappe, eenzijdige opvoeding, zijn zoon niet gesterkt om voort te gaan op dezen gevaarlijken weg en had hij hem daar zelf niet gevolgd ? Door wiens toedoen was Gabe zoo menigmaal gansch alleen naar Holland gegaan, zonder dat ooit eenige controle op zijn doen en laten werd uitgeoefend ? Wie had 't goed gevonden, dat hier met geld was gespeeld en nooit voor hoogere dingen geleefd werd, maar enkel voor de bloot stoffelijke ? Was hij het niet, boer Santema, heer van „Doniastate", die zoowel bij zichzelf als bij zijn huisgenooten alle betere gevoelens, alle hoogere idealen, alle geestelijke verlangens en begeerten zocht te onderdrukken en uit te bannen, enkel om daardoor vrij baan te geven aan den zinnelijken hartstocht naar geld en goed, naar eer en roem ? En dat nu zijn zoon, Gabe, voor dat alles boeten moest ? O, als hij nu eens stierf ! Wat was hij veranderd en verouderd, sinds hij gezond de ouderlijke woning verliet. Toen Mini indertijd zoo ernstig ziek was, wilde hij dit niet erkennen, maar hier móést hij het zien. Gabe lag aan den rand van het graf en de dokter had nog niet zoo van harte gezegd, op beterschap te hopen. Wat zou hij nu niet willen geven, als hij daarmede slechts het leven van zijn kind kon redden ! Wat hinderde hem in deze oogenblikken al dat andere : de geschiedenis met Liesbet Paulussen en wat daar aan vast zat, waar hij nog niet aan denken moest, doch 't welk ook op den achtergrond gedrongen werd door de wroeging van eigen geweten en de aanschouwing van dit levensleed.
Zacht streelde vrouw Santema het gelaat van haar zoon, gelijk alleen een moederhand dat vermag te doen.
„Vergeving", stamelde de lijder. En als een hemelsche vertroosting kwam het over hare lippen, zooals alleen weer een moeder dat zeggen kan : „Wij hebben je alles vergeven, mijn jongen".
„Niet waar, vader ? " vroeg zij en wierp daarmede haar man een blik toe, waarin lag een wereld van smart, maar ook een wereld van liefde.
Toen boog Dirk Santema zich over de legerstede van Gabe en sprak met klanklooze stem : „Ja jongen, wat voorbij is, dat is voorbij en daar zullen wij nooit weer over praten ; als je maar weer beter worden mag", 't Was het eerste woord van toenadering, 't welk hij sprak. In de moeder welde stille blijdschap. Zij wist, wat daar onder die schijnbaar losse woorden lag en dat hij ze nimmer herroepen zou, Als dat laatste nu maar gegeven mocht worden. Doch ook haar viel het op, hoe bleek de lijder zag en hoe diens borst hijgde.
„Is hier niet iemand, die voor mij bidden kan ? " fluisterde hij met zwakke stem. Nieuwe zorg. Wie moest men in dit groote Amsterdam hiervoor vragen ! In Zevenhuizen bad Ds Buitenveld bij de zieken, zooals indertijd menigmaal voor Mini ; maar wat wist men hier van een zieleherder ? En zélf had boer Santema nog nooit ten gehoore van anderen gebeden.
„Zullen wij de Zuster vragen ? " sprak moeder. En zonder het antwoord af te wachten, liet zij vader en zoon alleen, om op zoek te gaan naar die wonderlijke verschijning, die de raadselen hier vermenigvuldigen deed. 't Viel niet mee, haar in dat groote huis te vinden. Alle verpleegsters waren druk aan den arbeid ; van de eene werd zij naar de andere gewezen, tot de Directrice bereikt werd, die evenwel zeggen kwam, dat Zuster Ina door bijzondere omstandigheden voor vandaag vrijaf gevraagd en zich in eigen kamer teruggetrokken had, met verzoek door niemand te worden gestoord.
„Maar het gaat om het leven van mijn zoon, die zoo graag had, dat iemand voor hem kwam bidden, en als die Zuster het wist, zou zij dit zeker doen", pleitte vrouw Santema. Een oogenblik was de Directrice met zichzelf in tweestrijd. „Zuster Ina heeft zelf zoo'n groote behoefte aan rust, en als wij haar hier moesten missen, dan zou ik niet weten, wie hare plaats moest innemen", sprak zij als tot zichzelf.
,,Maar als u zeggen wilde, dat ik het zoo dringend vraag".
Een kwartier later zat Zuster Ina naast Gabe. Wat scheen zij, sinds den morgen, veranderd ! Met verbazing, zonder een woord te zeggen, staarde boer Santema haar aan. Wat was dat een andere verschijning dan van de meeste menschen. Kwam dat enkel van haar verpleegsterscostuum ? Maar immers, hij had in de weinige oogenblikken, dat men hier was, al zoovele van dergelijke meisjes gezien, zonder evenwel dien indruk op hem te maken, die van déze Zuster uitging. Zoo iemand, dan zou déze hier het woord kunnen spreken, waarnaar Gabe verlangde.
„Zullen wij samen bidden ? " — vroeg zij zacht. En daarop hare handen vouwend, bracht zij zoó gewoon, zoó vertrouwend, zoó kinderlijk, maar ook zoó roerend en teer dit jonge teven voor het aangezicht Gods, dat allen onder de kracht kwamen van hare voorbede. Hier was een geheiligd kind des Heeren, 't welk zélf langs moeilijke wegen den toegang tot het Vaderhart Gods had leeren vinden, pleitend voor een médezondaar en worstelend om zijn behoud. Zoo'n gebed had macht bij God. Nog nooit had boer Santema, voor wiens eigen bewustzijn de geestelijke wereld op zulk een verren afstand was, zóó iets gehoord. Het was als het spreken van een vriend met zijn vriend. Niets werd vergeten. Al de zonden van het leven werden beleden, en 't was, alsof zij deze allen kende, maar dan ook de verzoening van Golgotha over dit schuldig verleden ingeroepen en de Borggerechtigheid van Christus, om daarmede te worden gedekt. Om tenslotte te vragen, of het in den raad des Heeren bestaan mocht, dat dit leven niet in het midden der dagen werd weggeroepen, maar nog gesteld tot een wonderteeken van Gods bijzondere genade en ter verheerlijking van Zijnen Naam.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's