De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de historie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de historie

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten

4 minuten leestijd

De innige band tusschen Paulus en de Galaten. Vers 12—20.

De innige band tusschen Paulus en de Galaten. Vers 12—20.

Vervolg vers 17.

De ergernis, welke het Evangelie teweegbracht, deed den apostelen ondanks alles toch veel leed.

Het ging hun namelijk zeer aan het hart, dat het volk, om wiens wil Paulus wel Verbannen wilde zijn van Christus, met al zijn weelde ten verderve geleid werd.

Zij zagen, dat groote beroeringen en veranderingen in diverse koninkrijken het gevolg waren van hun prediking. En het was hun bitterder dan de dood, vooral Paulus, om te constateeren, dat nog tijdens hun leven allerlei secten ontstonden.

Voor Paulus was het een treurige tijding, te vernemen, dat de Korinthiërs, om van andere dingen nog maar te zwijgen, de opstanding der dooden in twijfel trokken en loochenden.

Ook stemde het hem droef, dat gemeenten, welke door zijn dienst gesticht waren, verwoest werden, en dat het door hem gebrachte Evangelie door valsche apostelen vervalscht werd, terwijl gansch Azië en vele vooraanstaande lieden hem ontrouw werden.

Hij wist echter, dat niet de door hem verkondigde leer de oorzaak van de ergernis en het ontstaan der secten was.

Daarom liet hij den moed niet zinken ; hij liet zijn roeping niet varen, maar zette door, wetende, dat het Evangelie, hetwelk hij predikte, een kracht Gods was tot zaligheid, een iegelijk, die gelooft, hoezeer het ook door heidenen en joden als een dwaze en ergernis verwekkende leer werd gehouden.

Ook wist de apostel, dat zij zalig worden, die zich aan de woorden des kruises niet ergeren, gelijk ook Christus zegt in Mattheüs 11 vers 6.

En ten slotte wist Paulus met groote stelligheid, dat degenen, die zijn leer veroordeelden, als zijnde dwaas en kettersc, zelf veroordeeld waren.

Daarom zegt hij in vol vertrouwen op zijn geloofsverzekerdheid, gelijk Christus eens in Mattheüs 15 vers 14 : „Laat ze varen ; want het zijn blinde leidslieden, die blinden leiden".

Hetzelfde, wat eens Paulus en de andere apostelen moesten hooren, beluisteren ook wij heden ten dage.

Men zegt, dat de leer der Evangelies, welke wij brengen en belijden, de oorzaak van veel ellende en onheil is, en dat er oproer, oorlog, secten en ontelbare ergernissen uit voort komen. Alles wat er aan beroering en wanorde in de wereld gevonden wordt, wrijft men ons aan !

Maar wij zaaien geen ketterij. Wij brengen geen Goddelooze leer.

Doch wij prediken het Evangelie van Christus, verkondigende, dat Hij onze Hoogepriester en Verlosser is.

Onze tegenstanders zullen, wanneer zij de waarheid willen spreken, ons toch moeten toegeven, dat wij door hetgeen wij leeren in het minst geen aanleiding gegeven hebben tot hetgeen men ons toedicht.

Integendeel hebben wij geleerd, dat men op grond van Gods gebod de overheid heeft te dienen en te eeren. Wij zijn dan ook niet de oorzaak der ontstane ergernissen, maar het feit, dat Goddelooze lieden zich aan onze leer ergeren, vindt zijn oorzaak niet in ons, maar in henzelf.

Wij hebben ons gehouden aan het gebod Gods, die eischt, dat wij de leer des Evangelies prediken zullen, zonder er acht op te slaan, dat er menschen zijn, die zich daaraan ergeren.

Omdat Gods Woord alle Goddelooze leeringen en alle afgoderij van onze tegenstanders veroordeelt, daarom worden zij geprikkeld en geërgerd.

Ook Christus leerde en predikte Zijn Evangelie, en stoorde zich er niet aan, of er al lieden waren, die zich daaraan ergerden, zooals vooral het geval was met de joden.

Hoe meer de hoogepriesters den apostelen later verboden, om te leeren in den Naam van den Heere Jezus Christus, des te meer legden zij er getuigenis van af, dat deze Jezus, welke door de joden gekruisigd was, de Heere en Christus is. En allen, die Hem aanroepen, zoo verkondigden zij, zullen zalig worden ; en onder den hemel is geen andere naam gegeven, door welken men de zaligheid deelachtig kan worden, aldus leerden zij.

In hetzelfde vertrouwen leeren ook wij op den huidigen dag Christus.

Wij slaan geen acht op het geschreeuw der papisten en al onze verdere tegenstanders, die ons aanklagen en beschuldigen wegens oproer en Godslastering.

Toen Christus en de apostelen predikten, ontstond er eenzelfde rumoer, hetwelk verwekt was door de goddelooze joden. En niet lang daarna kwamen de Romeinen, om hun land in bezit te nemen en het volk uit te roeien, hetgeen geschiedde overeenkomstig hun eigen voorzeggingen en uitspraken. (Johannes 11 vers 48 : „Indien wij Hem laten geworden, zoo zeiden de Farizeen, „zij zullen allen in Hem gelooven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk."

Ook heden ten dage mogen dus de vijanden der Waarheid Gods toezien, opdat niet eenmaal over hun hoofd kome, wat zij zelf geprofeteerd hebben.

De valsche apostelen, zegt Paulus, ijveren wel, maar ze doen dat niet recht.

Zoo zijn ze dus zelf de oorzaak van het ontstaan der secten, die door alle tijden heen de zuivere leer onderstboven keeren en den wa­ren vrede verstoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Uit de historie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's