Kerkeraad of kiescollege
Het is bekend, dat de stemgerechtigde leden der Hervormde Kerk eens in de tien jaar worden opgeroepen om uit te maken, of de beroeping van predikanten en de benoeming van ouderlingen en diakenen zal plaats hebben door den kerkeraad of door een kiescollege. Het is ook bekend, dat de stemming van 1941 werd uitgesteld en dat deze in dit jaar zal plaats hebben.
Wij zullen daarvan niet veel zeggen. Wie zegt, dat de verkiezing van ambtsdragers aan de gemeente is, kan zich op de Schrift beroepen. Dit sluit echter geenszins uit, dat de kerkeraad deze zaak behartigt. Men kan dit niet onschriftuurlijk noemen, want deze is de wettige vertegenwoordiging der gemeente. Zeg het der gemeente (Matth. 18 : 17).
De hoofdzaak, waarop alle nadruk moet vallen is, dat de gemeente des Heeren de leiding en het voorbeeld der apostelen voor oogen houdt. Zij hebben het fundament der kerk gelegd, de gemeenten verzorgd en geleid in hum levende tegenwoordigheid en hebben ons hun woord nagelaten niet zonder den wil des Heeren, maar opdat de kerk de leiding der apostelen niet zou ontberen, nadat zij gestorven zijn. De Vader heeft Zijn Woord den Zoon gegeven. Deze heeft het den apostelen gegeven en zij hebben het der kerk gegeven, opdat zij het als Gods Woord ontvange, onderhoude en beware.
De reformatorische kerkorde hier te lande heeft dan ook in de vrijheid der kerken gelaten of de verkiezing bij de gemeente of bij den kerkeraad zou zijn. Dit toch is een zaak van uitvoering, wijl zij in een welgeordende gemeente en bij gezond kerkelijk leven in beginsel een en dezelfde is.
Feitelijk heeft zoowel de eene als de andere wijze van verkiezing niets met een kiescollege uit te staan. Indien men toch met recht van een gemeente kan spreken, d.w.z. van een in gemeenschappelijk geloof naar de gemeenschappelijke belijdenis verbonden vergadering, zou b.v. de uitgebreidheid der gemeente een aanleiding kunnen zijn om het werk der verkiezing te vergemakkelijken door aan een kleiner getal, dat een college vormde, over te dragen, wat aan de gansche gemeente toekomt.
Uit een oogpunt van beginsel zouden wij zeggen, als de gemeente zoo groot wordt, dat zij haar taak in deze niet wel kan vervullen, was dan de tijd niet reeds eerder rijp geweest om een zelfstandige gemeente af te zonderen met eigen predikant en kerkeraad ?
Indien toch de uitgebreidheid der gemeente aanleiding zou moeten zijn voor de verkiezing van een soort kiescollege, zou dit slechts een halve maatregel zijn en de moeilijkheid slechts ten deele overwinnen, omdat de gemeente dan toch weer de leden van het kiescollege zou moeten stemmen. Waarom kan de gemeente dan wel opgeroepen worden om deze mannen te verkiezen en niet ter wille van de keuze der ambtsdragers ?
Het gaat ook bezwaarlijk aan om de stemgerechtigde leden wel bekwaam te achten om de mannen te kiezen, die op hun beurt de ambtsdragers kiezen, en niet om zelf die keuze te bepalen.
Men komt er op deze wijze niet uit, wat de verkiezing zelf betreft. En daarom gaat het toch. Wil men beredeneeren, dat een kleiner college beter geschikt is om in zake de beroeping van predikanten en de benoeming van ouderlingen en diakenen te beslissen, zoodat men daarom een kiescollege zou wenschen, dan is er gegronde reden om te vragen, waarom men deze dingen niet in handen van den kerkeraad zou leggen.
Men vergete niet, dat de kerkeraad altoos begint met de door hem voorgedragenen aan de gemeente voor te stellen. De gegronde bezwaren van slechts één lid der gemeente zijn voldoende om een benoeming van den kerkeraad te wraken.
Weliswaar staat het met de beroeping van een predikant wat anders, doch daarbij komen ook argumenten in het geding, die er voor pleiten deze aan den kerkeraad over te laten.
Zoo blijven wij bij de stelling, dat bij een gezond kerkelijk leven, geen aanleiding voor een kiescollege kan zijn.
Men kan daaruit de conclusie trekken, dat een kiescollege een teeken van kerkelijke ongesteldheid is. Daarover behoeft niet veel gezegd, omdat de practijk dit duidelijk aantoont. Achter het kiescollege staan de kerkelijke kiesvereenigingen, of eigenlijk past hier het woord kerkelijke niet. De kerk des Heeren kent geen kiesvereenigingen. In de practijk worden zij richtingsvereenigingen. Gezien in het licht der historie zeer verklaarbaar, maar daarom nog niet goed te keuren. Haar bestaan bewijst slechts, dat de kerk zich niet openbaart naar haar roeping. Het is een aanklacht en onvereenigbaar met de apostolische orde.
Wat moet men dan ? Het beste antwoord is heel gemakkelijk gegeven. Men moet de gehoorzaamheid zoeken, die aan de kerk als openbaring van het lichaam van Christus past. Allen, die bij de kerk zijn, zijn schuldig en geroepen om daartoe al hun krachten in te spannen. Men kan het kerkelijk leven geen grooter schade doen dan, wanneer men Christus van het Zijne wil berooven. Het is Zijn kerk en Hij heeft haar Zijn Woord gegeven om het te bewaren.
Velen zullen dit niet weerspreken, en er zijn er zonder twijfel, die naar hun beste weten het goede voor de kerk zoeken en die daarom in de eene gemeente vóór een kiescollege en in de andere gemeente vóór den kerkeraad stemmen. Dat hangt samen met de plaatselijke gesteldheid in de een of andere gemeente. Ziedaar een moeilijkheid, die niet met een enkel woord is weg te praten.
Om met het gemakkelijkste te beginnen, in gemeenten, die de belijdenis der kerk wenschen vast te houden en geen kiescollege hebben, omdat de kerkeraad zijn taak voor zooveel de omstandigheden dat mogelijk maken, getrouw tracht te vervullen, ligt het voor de hand, dat men niet naar verandering streeft, welke bovendien geen verbetering kan zijn.
De moeilijkheid schuilt in den strijd der richtingen. De practijk heeft uitgewezen, dat het kiescollege wordt aangegrepen als een middel om den invloed der richtingen op den gang van zaken te bevorderen, zoo mogelijk dien te beheerschen. In sommige gemeenten heeft dit tot een soort van compromis geleid, b.v. een z.g. evenredige vertegenwoordiging. De ervaring heeft geleerd, dat door links en rechts het kiescollege als een strijdmiddel werd aangegrepen en het behoeft nauwelijks gezegd, dat het kerkelijk besef daardoor bezwaarlijk kan worden verhoogd.
Men gewende aan toestanden, die in de kerk des Heeren alzoo niet mogen zijn. En er kan ook geen verwachting zijn, dat het op die wijze beter zou worden. Want inderdaad staan in dezen strijd menschelijke opvattingen tegenover elkander, die ieder op haar beurt zouden willen bepalen, hoe de kerk van Christus moet geregeerd worden. Zoo wordt de Chris tus van Zijn eere beroofd en Zijn Woord veracht. De kerk wordt een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, hetwelk niet kan bestaan.
In gemeenten, waar eenmaal een kiescollege is, zal ook de kerkeraad een gemengd beeld en een weerspiegeling der richtingen vertoonen, hetgeen aan de behartiging der geestelijke belangen in de gemeente uitteraard niet ten goede kan komen. In zulk een situatie zien de minderheden zich voor de keuze gesteld door middel van een kiescollege nog eenigen invloed uit te oefenen, of als een genegeerde groep buiten de zaken en zonder de geestelijke verzorging te blijven, waarop men terecht of ten onrechte aanspraak meent te mogen maken.
In het laatste geval neemt men niet zelden zijn toevlucht tot oprichting van een z.g. evangelisatie, hetgeen, voor zoover men aan het woord vasthoudt, evangeliseeren in een bepaalde richting beteekent. Ook dit verschijnsel komt bij de verschillende richtingen voor. In werkelijkheid dragen zij het karakter van een soort bijkerkjes of richtingskerkjes. De officieele gemeente wordt geregeerd door de bovendrijvende richting, waardoor zij eveneens een soort richtingskerk is geworden.
Hoe verder men op het vraagstuk kerkeraad of kiescollege ingaat, hoe meer men stuit op de richtingskwestie om daarin de ernstige krankheid van ons kerkelijk leven te ontdekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's