De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Offert Gode dank

5 minuten leestijd

„Offert Gode dank en betaalt den Allerhoogste uwe geloften". Psalm 50 vers l4.

Offert Gode dank

Op het erf der kerk treft men allerlei soort van menschen aan : werkheiligen, die in hun werken de oorzaak van zaligheid zoeken ; voorts christenen, die altijd roemen in dankbre lofigezangen en a.h.w. van het ééne „goede werk" op het andere springen om toch maar zooveel mogelijk tot „eere Gods" te verrichten, terwijl ze vreemd zijn aan het „ik, ellendig mensch" van den apostel Paulus. Daartegenover zijn er weer anderen, die we vandaag en gisteren en tien jaar geleden hoorden zeggen, dat ze „van nature krank zijn ten doode toe", maar nooit kwamen tot een hartelijk vertrouwen op den hemelschen Medicijnmeester ; zij achten het een vrome, wijze voorzichtigheid, om toch maar vooral niet te spoedig te spreken van verlossing in Christus. En kom bij dezulken vooral niet aan boord met den eisch der dankbaarheid en der goede werken ; dit wekt onmiddellijk hun wantrouwen. Zij weten het u onmiddellijk te zeggen, dat wij onmachtig zijn om goede werken te doen.

Als zulke menschen consequent waren, zouden ze ook wantrouwend moeten staan tegenover Gods Woord, want indien ergens, dan vinden we daarin van dankbaarheid en goede werken gesproken. De apostel Paulus, die toch wel terdege goed geleerd had, dat de zaligheid niet is uit de werken, dringt er in zijn brieven bij de gemeenten zoo nadrukkelijk op aan Gode te leven in dankbaarheid des harten.

O zeker, indien ge van een doode verwacht, dat hij spreken en zich bewegen zal, dan verwacht ge iets onredelijks. Maar van een levend mensch moogt ge werkzaamheden verwachten, die bij het leven behooren.

Zoo is het ook met de dankbaarheid. De rechte dankbaarheid is een door Gods Geest in den zondaar gewerkt levensbeginsel, waaruit opbloeien het prijzen van God en het wandelen voor God. „Dankbaarheid", zegt Kohlbrugge, „is Gods daden in gedachtenis houden".

„'k Zal gedenken, hoe vóór dezen Mij de Heer' heeft gunst bewezen".

Dit zal vanzelfsprekend niet anders kunnen dan op grondslag eener hartgrondige belijdenis onzer ellende, een bedenken onzer zonden en vervloeking, opdat wij onszelven mishagen en ons voor God verootmoedigen. Als het in den weg der ontdekking waarlijk nood wordt voor de ziel, zoodat zij het leven niet bij zichzelf kan vinden, en oprecht belijden gaat :

Zoo Gij in 't recht wilt treden O Heer' en gadeslaan Mijn ongerechtigheden, Ach ! hoe zal ik bestaan "

dan zal zij, door de barmhartigheid des Heeren getrokken, toch tot Golgotha komen, en eens geknield bij Christus' kruis in verwondering stamelen :

Maar neen, daar is vergeving Altijd bij U geweest; Dies wordt Gij, Heer', met beving recht kinderlijk gevreesd".

Gelukkig, als we de zaligheid buiten onszelf leeren zoeken en ze ook vinden mogen in de vrijmaking door Christus. Dat vrijmaken van Christus is wel Zijn werk buiten ons, doch Christus' werk buiten ons leidt tot Christus' werk in ons.

Immers, wat doet Christus met de Zijnen ?

Hij wederbaart en bekeert ze niet slechts, maar Hij vernieuwt ze ook tot Zijn evenbeeld, door Zijn Heiligen Geest.

Hij geeft ze aanvankelijk terug, wat ze in het Paradijs hebben verloren, n.l. Gods beeld. Toen God den mensch schiep naar Zijn beeld, was dat, opdat de mensch zijn Schepper rechl kennen. Hem van harte liefhebben zou, om Hem te loven en te prijzen, dus dankbaar zijn zou. Was het hoogste doel der schepping alzoo dankbaarheid, het hoogste doel der verlossing is eveneens dankbaarheid. Door het vernieuwen tot Christus' evenbeeld bereikt God wederom Zijn eer. Zijn doelstelling met den mensch, een beelddrager Gods, Gode dankbaar.

't Gaat dus in het stuk der ellende, der verlossing en dankbaarheid niet allereerst om ons en onze zaligheid, maar 't gaat om Gód. Indien we dat in de practijk beter verstonden, stonden we zélf, met onze bevinding wat meer terzijde, en de Heere stond in het centrale punt van alles.

Nu zullen we juist hier, in het stuk der dankbaarheid, ons zoover „beneden de maat" bevinden, zoo weinig nog beantwoordend aan het doel Gods. We zullen ons met de dankbaarheid a.h.w. weer in het stuk der ellende zien terugvallen ; doch uit de droefheid over ons schuldig tekort kiemt toch weer op het teere uitspruitsel van een naar God zich uitstrekkend leven.

Recht dankbaar zal alleen hij zijn, die weer ingeleid werd in zijn namelooze ellende en in de wondere verlossing, die daar is in Christus Jezus. Hij gevoelt in zich de begeerte, voor die genade méér dankbaar te kunnen leven en het is zijn gedurige bede :

„Och, of nu al wat in mij is Hem prees !"

Geachte lezer, kent ook gij iets van deze zaken ? Zij, die van de wereld zijn, kennen nóch hun ellende, nóch de verlossing, nóch de dankbaarheid ; echter die God vreezen zijn er geen vreemdeling van.

Moge de Heilige Geest toch krachtig werken in de harten der geloovigen, opdat zij meer en meer betoonen het evenbeeld van Christus te zijn. Dan zal Sion bloeien als in vorige dagen ; ze zullen zich verblijden in Gods groote daden ; ze zullen het elkander vertellen en tot roem van Gods genade luide uitroepen : „deze en die is in Sion geboren".

Moet ge nog klagen over uw onvruchtbaarheid in dezen, dan drijve u dit maar uit naar Hem, Die door Zijn Geest u vernieuwt. Ook voor het leven der dankbaarheid hebben we Christus noodig. Alleen uit Hem en door Hem kan de christen vruchten des geloofs dragen. Laat ons maar in diepe afhankelijkheid van Hem, heilbegeerig opzien tot Hem, om te leven in nauwe gemeenschap met Hem.

Eenerzij ds verstaan we steeds beter : „uit u geen vrucht in der eeuwigheid", voor zoover onze oude natuur aangaat. Doch daar blijve het niet bij. Neen, anderzijds worde het steeds meer beseft, hoe God verheer lijkend het is, wat Hijzelf den Zijnen verzekert : „Uw vrucht is uit Mij gevonden".

Bedenkt : „Gij zijt duur gekocht ; zoo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uwen geest, welke Godes zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1942

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1942

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's