Verantwoordelijkheid
„Gemeenteopbouw" geeft in haar advies een rechting aan. Zij verwacht vooreerst goede vrucht van samenspreken en overleg. Natuurlijk, er zal gesproken moeten worden.
Zij heeft ook gevoeld, dat die vrucht niet van samenspreking zonder meer kan worden verwacht. Het is duidelijk, dat ieder zijn inzicht en overtuiging medebrengt. Het verschil der richtingen wortelt bovendien dieper en laat zich met wegpraten.
Het rapport van Gemeenteopbouw ziet dat trouwens wel in. „God zelf kan ons alleen tot die diepte brengen, van waaruit een nieuw spreken en een nieuw waarlijk-Christelijk samengaan of uiteengaan mogelijk wordt." Dit ernstig bedoelde woord verdient respect. In de verdeeldheid der richtingen kan alleen Gods wondere macht verandering brengen.
Intusschen is daarin een beroep op Gods gezag verborgen, dat nader aan den dag treedt in den eisch der gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. Ook spreekt daarin een zin voor de werkelijkheid als naast een nieuw waarlijk-Christelijk samengaan van uiteengaan wordt gerept. Het is niet anders, waar Gods Woord tot zijn recht komt in gemeenschap en scheiding, waar het geen gehoorzaamheid vindt, is verwarring. Dit raakt alles aan de krankheid der Kerk. Zij is geroepen tot die gehoorzaamheid en, indien zij die niet brengt, wordt zij een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is.
Dan teekent het rapport onder ten 3e. deze verdeeldheid onder het aspect van wederzijdsche negatie meer in het bijzonder van kerkeraden en evangelisaties. Bedoeld is klaarblijkelijk, dat evangelisaties handelen als ware daar geen kerkeraad en dat kerkeraden zich weinig of niets laten gelegen liggen aan de evangelisaties. Ieder gaat om zoo te zeggen zijn gang. Nu gelooven wij, dat er in practijk meer rapport is dan hieruit wel zal blijken, hoewel die betrekkingen veelal niet verheffend zijn. Wij laten dat echter rusten. De zaak, waarom het gaat is juist : de verhoudingen, zooals zij zich voordoen, deugen niet.
Nu doet het rapport verder een beroep op de verantwoordelijkheid voor elkander op grond van onzen doop en het antwoord bij onze belijdenis gegeven en ons organisatorisch vereenigd zijn in één kerkelijk lichaam. Hoezeer wij mogen verschillen, wij zijn verantwoordelijk voor elkander.
Dan gaat een appel uit tot de kerkeraden, waarbij zij worden herinnerd aan „hun taak de gemeente van Christus te verlegenwoordigen en vervolgens tot de besturen der evangelisaties, die naar het Evangelie het geheel en niet den eigen kring alleen behoor en te willen.
In dit alles zijn ernstige en toehartenswaardige argumenten en toch is er bij alle waardeering voor de goede bedoeling, waaruit dit opkomt, aanleiding tot vragen.
Is nu in de eerste plaats het beroep op de veraniLwoordelijliheid voor elkander hier aan de orde ?
Of ligt achter dit beroep eigenlijk een appèl op de gemeenschappelijke verantwoordelijkheidheid van allen, die tot de Kerk behooren, om met alle krachten mede te werken, opdat de gemeente zich openbare als gemeente van Christus ? |'
Zoo ja, dient dan niet hierop de nadruk tel vallen ? |
Wanneer men van de verantwoordelijkheid] jegens elkander gewaagt, denken wij aan den^ catechismus, die leert, dat een iegelijk schuli-! dig is zijn krachten te geven ten, beste en tot zaligheid van den naaste aan te wenden. i
\\at deze verantwoordelijkheid voor elkander medebrengt en hoeveel wij daarin te kort sehieten, ook in onze vroomheid, is niet met een enkele zinsnede te zeggen. Zonder twijfel 1^ dit sluk oqk hier in geding, maar het accent v: i!l jn (Ie cersle p'aals op de openbaring der •Aciiieenle.
Doch dan staan wij weer voor de gemeenschapp'elijke sbhuM en voor dten éenigen uit weg : de gehoorzaamheid aan de Heilige Sciirift, wenKe de Kerk ais openbaring van Ciiristus' gemeente Iieefl te brengen, afstand van onzen eigenwilligeil godsdienst, opdal wij ons aan Zijn VV oord onderwerpen
Dan valt allereerst üe verantwooiueiijKneid op de leeraren en opzieners, op de kerkeraden, in Jiet algemeen op de leiüslieüen. Alle verantwoorüeiijkheid is wen persoonlijk, maar alle verantwoordelijkheid is nog niet gelijk. Zij hangt ook samen met de belrekking, waarin wij staan. En hier geldt allereerst de verantwoordelijkheid als ambtsdragers, die geroepen zijn om de gemeente des Heeren te regeeren. En aangezien zij allen geroepen zijn'in den dienst van denzelfden Heere, die ook het Hoofd is Zijner gemeente, zuhen zij dezelfde gehoorzaamheid hebben te brengen. Zij zullen eensgezind hebben te zijn in den dienst, want overal, waar de kerk tot openbaring komt, is het Zijn Kerk, welke Hij door Zijn Woord en Geest regeert.
Het is dus wel aangewezen om bij de Kerkeraden te beginnen en het daarheen te leiden, dat zij naar denzelfden regel handelen en eensgezind en eenstemmig zijn in de prediking en onderhouding des Woords, naar het voorbeeld der Apostelen en volgens de overeenstemming des geloofs, zooals die in de reformatorische belijdenis is uitgedrukt.
Een kerk, die haar belijdenis en orde niet in eere houdt, moet wel aan allerlei verwarring ten prooi vallen. Doch wanneer zij wederkeert van haar dwaling, zullen ook de gevolgen daarvan verdwijnen. Daarom komt het ons voor, dat allereerst daarnaar moet worden gestreefd, dat de Kerkeraden hun roeping verstaan en zich van [hun verantwoordelijk
heid bewus-t worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's