Gezamenlijke schuld
Volgens het rapport van „Gemeenteopbouw" ziet zich deze werkgroep voor de taak gesteld een advies uit te brengen over een normaler verhouding van de Kerk en de verschillende Evangelisaties. Niet ten onrechte spreekt zij het besef uit, dat wij tegenover één der beschamendste en pijnlijkste ziekteplekken der Kerk staan. Het rapport ziet het bestaan der verschillende Evangelisaties als een gevolg van de gezamenlijke schuld van de heele Kerk en van alile richtingen en groepen, daar de opdracht der Kerk en de nood der wereld niet brandend genoeg zijn geweest in onze zielen, in de verantwoordelijke organen der Kerk en in de verschillende groepen.
Wij willen daarop niets afdingen en zeker niet toegeven aan de neiging van het menschenhart om als 't aan de schuldvraag komt, eerst naar anderen te zien. „Wij en onze vaderen hebben gezondigd". Deze profetische belijdenis zij geen ijdele klank, maar waarheid in het binnenste. „Wij en onze vaderen", dit woord stelt ons tegenover God als schuldenaars aan de gemeenschappelijke schuld. Zal dat echter een waarachtig belijden zijn, dan moet die schuld worden gezien, als een last op het hart worden gedragen en voor God worden beleden.
Het rapport wijst naar de opdracht der Kerk en den nood der wereld. Twee dingen, die nauw met elkander saamhangen, want het Evangelie is van God gegeven om den nood der wereld. De opdracht der Kerk : „Predikt het Evangelie aan alle creaturen", gaat naar de wereld uit, is op den veelvuldigen nood der wereld, waarin zij door de zonde is gedompeld, gericht. Christus is een Licht tot verlichting der heidenen. Hij is gekomen om de wereld te behouden. Hij heeft Zijn Kerk geroepen om van het Licht te getuigen, om Zijn heil te verkondigen, opdat de zegen Zijner menigvuldige genade worde verspreid. Hij heeft haar Zijn Woord toebetrouwd. Zijn Geest in haar midden doen wonen. Bn de historie getuigt, dat Zijn Woord niet krachteloos is, maar dat het werkt; Het is de diepe verborgenheid der Heilige Schrift, dat zij werkt en haar goddelijke kracht openbaart.
De opdracht der Kerk om het Evangelie te prediken, sluit dan ook onmiddelilijk de roeping in dat Woord te bewaren.
En nu wordt hier gezegd : de opdracht niet brandende genoeg in onze harten. Daartegen valt niets in te brengen. Het voorbeeld der apostelen en profeten is genoeg om onzen ijver en onze vroomheid niet alleen in de schaduw te stellen, maar ook om ons te beschamen en ons het zwijgen op te leggen. Ook een oppervlakkige kennis der Schrift kan ons in dit opzicht meedrig maken. Hoeveel te meer zullen wij dit gevoelen, die haar als Gods Woord belijden en voor wie het geen doode letter is, maar een levend getuigenis ?
Niet zonder oorzaak waarschuwt de belijdenis tegen een zelfgenoegzame vroomheid, als zij er den nadruk op legt, dat een oprecht geloof door de liefde werkt. (Art. XXIV). Zij spreekt van een verkouden in een vroom en heilig leven, over een gelooven en handelen uit een zelfzuchtige liefde en vreeze van verdoemd te worden. Het rechtvaardigmakend geloof is daar verre vandaan en wordt bewogen om zich te oefenen in de werken, die God in Zijn Woord bevolen heeft. Ook zij, die zulk een geloof deelachtig zijn, zullen veeleer klagen over hun tekortkoming, dan dat zij roemen in hun goede werken.
Zoo zal niemand op goeden grond kunnen weerspreken, dat wij staan voor een gemeenschappelijke schuld van heel de Kerk en van alle richtingen en groepen. Wat anders echter is het, of wij tezamen en persoonlijk die schuld gevoelen.
Indien dit het geval mag zijn, is er slechts één weg : n.l. te zoeken naar de gehoorzaamheid, welke Christus van ons vordert.
En waar hier gesproken wordt van de gezamenlijke schuld der Kerk, zal 't noodig zijn dat wij gezamenlijk als Kerk de gehoorzaamheid zoeken, welke Christus van Zijn Kerk vordert.
Het gezamenlijke legt een verband, zet ons in de gemeenschap der Kerk. Het neemt de Kerk met haar richtingen en groepen, die toch mede in de schuld betrokken worden, en wil ons tezamen confronteeren aan de opdracht der Kerk.
Dat is ook juist, want een vergadering of gemeenschap, die zich onder den naam der Kerk voordoet, is geroepen en gehouden om zich als Kerk van Christus te openbaren.
Eni als wij tot zulk een vergadering of gemeenschap behooren, staan wij tezamen onder die roeping.
Men kan dan aanvoeren, dat die gemeenschap in gebreke is, maar dat is geen grond om zich te onttrekken aan de gemeenschappelijke roeping. Daarin toch is de gezamenlijke schuld : „wij en onze vaderen hebben gezondigd", aangewezen.
In zooverre wordt de zaak door het rapport juist gesteld en wij zijn schuldig ons daarvan rekenschap te geven. Het is ook juist, dat het bestaan van verschillende Evangelisaties (onder meer) een gevolg is van de gezamenlijke schuld : n.l. dat de Kerk zich niet openbaart gelijk zij schuldig is.
Wij zouden daarbij echter een opmerking willen plaatsen. Kennelijk wordt met de Kerk de Hervormde Kerk bedoeld. Er zijn echter ook gescheiden kerken. Zoo zou men b.v. in plaats van Evangelisaties of daarnaast ook „gescheiden kerken" kunnen lezen. Het bestaan van Evangelisaties en gescheiden kerken, een gevolg van de gezamenlijke schuld van de heele Kerk, enz. Ook dit zal men niet kunnen weerspreken. Wanneer wij het echter zoo stellen, wordt het begrip kerk wat ruimer. Het kader der Hervormde Kerk wordt doorbroken. De Vaderlandsche Kerk ligt verdeeld en dat is een gevolg van onze gezamenlijke schuld. Die Vaderlandsche Kerk openbaarde zich niet overeenkomstig haar roeping. Het gevolg was, dat zij uiteengescheurd werd.
Hoever gaat nu de gezamenlijke schuld ? Als wij denken aan het woord : wij en onze vaderen, dan vallen ook de gescheiden kerken onder den last. Van haar kant zullen zij bij den aanblik der verdeeldheid ook moeten belijden : „wij en onze vaderen". In die schuld vinden wij ons allen tezamen, want er is slechts één Kerk van Christus.
Dit brengt ons echter in de moeite. Want van tweeën één : onze kerk is alleen de ware, terwijl de andere op zulk een erkenning geen aanspraak mogen maken, óf de gedeeldheid der Kerk veroordeelt ons, hetzij wij bij de ééne of de andere kerk behooren.
Dan komt het weer: de gezamenlijke schuld van de heele Kerk en van alle richtingen en groepen. De heele Kerk is dan niet maar dat stuk, hetwelk Ned. Hervormde Kerk wordt genoemd, maar de Vaderlandsche Kerk in haar ganschen omvang, met de gescheidene kerken er bij.
Deze laatste zullen wel wat afdingen op die gezamenlijke schuld. Zij zullen zich beroepen op den weg der gehoorzaamheid, die zij hebben gezocnt of gevolgd, opdat zij kerkelijk naar de orde konden leven.
Wij noemen dit argument, omdat het ook op het ontstaan van Evangelisaties van invloed kan zijn. Overigens neemt dat de gemeenschappelijke schuld van de verdeeldheid der kerk niet weg. Allen, die de Kerk des Heeren belijden en de kerk, waartoe zij behooren, voor de Kerk des Heeren houden, zijn gezamenlijk schuldig voor de gedeeldheid. Er is slechts één Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's