Samengaan
Daar gaat van Gemeente-opbouw een streven uit om de onderlinge verhoudingen in de gemeente te verbeteren. Vooral de verhouding van Kerkeraad en Evangelisatie heeft de aandacht. Gemeente-opbouw wil een nieuw waarlijk Christelijk-samengaan bevorderen.
Een nieuw waarlijk Christelijk-samengaan van hen, die wel in één kerkverband bijeen zijn, maar als groepen en richtingen op zichzelf staan. Het nieuwe bedoelt dan in de eerste plaats een breuk met het oude, n.l. het ieder op zich zelf staan. Inplaats van elkander te negeeren of te bestrijden, zal men elkander zoeken te begrijpen.
Daarmede is niet alles gezegd, want samengaan beteekent elkander gevonden hebben. Men zal elkander trachten te vinden. Begrijpelijkerwijze zal zulk een vinden mogelijk zijn, als men de tegenstellingen kan overwinnen. Het nieuwe grijpt dan vooruit op den grond, waarop men eikander zal vinden. Het grijpt vooruit op 't volgende : waarlijk Christelijk.
Daarin schuilt een afkeuring van den stand van zaken, zijnde deze niet waarlijk Christelijk te noemen. Dit laatste vraagt geen nader betoog. Daarover zijn wij het eens. De bestaande toestanden vallen onder het oordeel van den eisch, door Gods Woord gesteld.
Daartegenover heeft het woordje waarlijk recht van bestaan. Het doet een beroep op het Christelijk geweten. Wij zijn schuldig als Christenen ook naar den regel des geloofs te wandelten, zoo persoonlijk, als in ons kerkelijk leven. Dit beroep is niet misplaatst en heeft ons allen wat te zeggen. Indien dit alleen reeds ten gevolge had, dat velen, van welke richting dan ook, zich daarop bezinnen en tot inkeer komen, zal de winst reeds grooter zijn dan wij verdiend hebben. En wat hebben wij verdiend, als God aan het woord komt ?
Waarlijk Christelijk. De eisch is niet te hoog, maar Schriftuurlijk en recht. Wij zijn schuldig elkander lief te hebben, te dragen, elkander te onderrichten en te dienen, al onze krachten aan te wenden ten beste en tot zaligheid van onze naasten. Het is niet moeilijk, vele woorden aan de Heilige Schrift te ontkenen, die ons daarbij bepalen.
Wie ons komt vermanen tot betooning eener oprechte Christelijke liefde, ook ten aanzien van de medeleden der kerk, heeft de Heilige Schrift achter zich. En wij kunnen ons daaromtrent niet ernstig genoeg bezinnen.
Daarenboven gaat het hier om de hoogste levensbelangen : de eere Gods in de openbaring van Zijn kerk, waarbij wij door Zijn genadige beschikking behooren, en onze zaligheid in Jezus Christus, den Heere. Zoo ons deze dingen niet ter harte gaan, wat dragen wij dan den naam van Christenen ?
Wij mogen ons niet tevreden stellen, indien wij getrouw de samenkomst der gemeente, of de samenkomst in een evangelisatie bezoeken. Christelijke handreiking doen, onze kinderen ter catechisatie zenden en een ingetogen leven leiden, alsof de kerkelijke aangelegenheden ons verder niet aangingen.
De roeping der kerk, zijnde de gemeente des Heeren, strekt zich zoover uit, dat wij als haar leden daarbij betrokken worden.
In dit alles willen wij het woordje waarlijk gaarne onderstreept zien.
Daarnaast en tegelijkertijd is het echter noodig het woord Christelijk nog eens te herlezen. Dat woord is niet uitgeput, als op de zedelijke kracht is gewezen, welke daarvan dient uit te gaan : op de werken der Christelijke liefde, der verdraagzaamheid, den vrede te zoeken, indien het mogelijk is, en de eere Gods te zoeken bovenal.
Wij komen zoo reeds naderbij : Vrede, indien het mogelijk is, en de eere Gods bovenal. Dit raakt allereerst aan den geestelijken kant. De Christelijke liefde staat niet buiten de Christelijke waarheid. Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven. De Christelijke liefde openbaart zich in den weg van Christus en naar Zijn waarheid.
Een waarlijk Christelijk samengaan is een samengaan in de waarheid van Christus, een samengaan naar Zijn Woord en door Zijn Geest.
Dat is het hoogere : Zijn Woord en Geest. In dat hoogere, onder dat hoog Gezag, moeten de tegenstellingen en strijdpunten overwonnen worden. In dat hoogere is de gemeenschappelijke gebondenheid, zoo wij door dat Woord geleerd en door dien Geest geleid worden.
Het waarlijk Christelijk-samemgaan is een elkander vinden in het geloof, dat den heiligen is overgeleverd. Zoo kan de wensch van Gemeente-opbouw omtrent een nieuw Christeilijk-samengaan- alleen vervuld worden in de gemeenschap van het Christelijk geloof en van het geloofsleven.
De wanverhoudingen, waarbij Gemeenteopbouw ons wil bepalen, vinden nu hun oorzaak in verschilpunten aangaande het Christelijk geloof. Gemeente-opbouw wil tot elkander brengen, wat naast en tegenover elkander staat, door met elkander te spreken. Begin met ellkander als leden der kerk te ontmoeten. Gaat niet langs elkander heen, negeer elkander niet, voert niet een onderlinge strijd, maar spreek met elkander, en tracht tot betere verhoudingen te komen.
Wanneer wij dit alles ernstig nemen, bedoelt dat dus niet, dat men op dien weg een overeenkomst maakt, welke over en weer een tegemoetkomende houding waarborgt. Deze zou zonder meer erkenning van elkanders standpunt heteekeöen, terwijl een waarlijk Christelijk-samengaan niet wordt verkregen.
Wie dit wenscht en mogelijk acht, heeft in beginsel de richtingen uitgewischt. Hij ziet een kerk, welke niet meer in groepen en richtingen uiteenvalt, maar een gemeente. Hij ziet derhalve de verschilpunten deels als van ondergeschikt belang, zoodat men die over en weer in elkander moet dragen als niet in strijd met het waarachtig Christelijk geloof.
Anderdeels moet hij een weg zien, waarlangs meer beteekenisvolle, zeg principieele of fundamenteele verschilpunten kunnen worden overwonnen.
Wat het eerste betreft, zoodanige punten zijn er ongetwijfeld. Laat ik eens onderstellen, dat hergebruik van gezangen alleen in kwestie was, dan zou daaromtrent nader te praten zijn, al zou het zeker van belang zijn, welke gezangen men zou willen gebruiken. Zoo waren nog wel meer dingen te noemen, die aan de capitalle stukken des geloofs niet te kort doen en in de vrijheid konden worden gelaten. Men kan ook beginselkwesties maken van middelmatige zaken.
Het wordt echter wat anders, wanneer de geschilpunten wel capitate stukken in het geding brengen.
En nu komt de moeilijkheid, want de werkelijkheid toont aan, dat er ook verschil van meening is, wat nu wel en wat niet als fundamenteel en kapitaal wordt gewaardeerd. En wat zal men dan ?
Begin nu maar elkander als leden der kerk te waardeeren. Neem de gebruikelijke etiketten van elkanders voorhoofd weg. Ken geen menschen van den Gereformeerden Bond, geen menschen van de Confessioneele Vereeniging, geen ethischen, vrijzinnigen, en wat dies meer zij. Vergeet dat, vraag er niet naar en begin te confereeren. Zeg, wij zijn allen leden van één kerk, wij zijn Christenen zonder toenaam, want de kerk kent geen richtingen en partijen. Wij zijn van Christus en Christus is Gods.
Dit roept ons het woord van Paulus voor den geest uit 1 Cor. 3 : Want als de één zegt : Ik ben van Paulus, en een ander : Ik ben van Apollos, zijt gij niet vleeschelijk ?
Zoo kan men vragen : Is het niet vleeschelijk, dat de een van deze, de andere van die richting is ? Zeker, dat is vleeschelijk en het is ook duidelijk, dat de Apostel daarvan niets zou willen weten. En zoo schijnt de voorgestelde houding ten aanzien der richtingen in den weg der Apostelen te gaan.
Ten deele is dat wel zoo. Want de Apostel treedt op tegen partijschappen in de gemeente en het is dit euvel, dat men wenseht te overwinnen door elkander te bejegenen als leden van één kerk.
Zoo men echter den apostolischen weg in het ééne wil volgen, moet men dien in het andere niet verachten. Dan veroordeelt men aan den eenen kant, wat men aan den anderen kant aanprijst. Zulk een tweeslachtigheid treft voorts niet den Apostelen, maar het onteert den Christus, Wiens getuigen zij zijn.
De Apostel laat het niet bij een enkele vermaning om in Christus één te zijn, maar hij onderwijst de Corinthiërs in de waarheid van Christus, hij wederlegt de dwalingen, bestraft hen over de ongeregeldheden in leer en leven, en wederstaat degenen, die een anderen Jezus prediken. Doch ik vrees, zoo schrijft hij, dat eenigszins gelijk de slang Eva door hare arglistigheid bedrogen heeft, alzóó uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is. (2 Cor. 11 : 2).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's