Wordt het beter?
't Is al meermalen opgemerkt, dat er op kerkelijk gebied in de onderlinge verhoudingen, wat aan 't veranderen is. Nu is er niemand, die dit zal tegenspreken. Omdat de bewijzen er zijn. 't Is alleen maar de vraag, of meerdere van die veranderingen zijn toe te juichen of te betreuren. Of door deze veranderingen het wezen der Kerk beter tot zijn recht komt en Christus' Koningschap wordt erkend, ja of neen.
Hier zal de waardeering ten zeerste verschillen.
Zoo hebben we den laatsten tijd kunnen lezen, dat „ergens" in Nederland door vrijzinnigen en orthodoxen het verzoek was gedaan om de vragen, welke bij bevestiging van ambtsdragers worden gesteld, zoó te wijzigen, dat beide, vrijzinnige en orthodoxe ouderlingen en diakenen, deze met „ja" konden beantwoorden.
Ik kan me voorstellen, dat een dergelijk verzoek door velen zal worden toegejuicht. Wellicht zullen er gevonden worden, die hierin nu zien een openbaring van diepere eenheid en een zich stellen, gemeenschappelijk, onder den Christus. Nu is er één bevestigingsdienst, met één stel vragen, waar allen „ja" op zeggen, 't Lijkt inderdaad ook veel mooier dan al die gedeeldheid. Maar, moet het nu waarlijk dezen kant op ? Wordt het hierdoor nu in de Kerk beter ? Is hier nu waarlijk openbaring van eenheid in Christus Jezus ? We gelooven, dat we zóó geheel op den verkeerden weg zijn. Hier hebben we veranderingen, welke de Kerk niet ten goede komen, maar welke ons verder van het doel afvoeren. Het doel n.l., dat in overeenstemming is met het wezen der Kerk, zooals dat in de Heilige Schrift ons wordt getoond. Wanneer we dan vragen gaan maken, welke door vrijzinnig en rechtzinnig gelijkelijk kunnen worden beantwoord, dan moet toch juist datgene, waar het op aankomt, er uit worden weggelaten. Dan is de kern verwijderd. Dat kan niet anders. Want ook al zou men dan spreken over den Christus enz., dan komt altijd weer de vraag : Welke Christus bedoelt ge ? Wat gelooft ge van Hem ? Van Zijn geboorte, Zijn kruis, Zijn opstanding ? Dit zijn toch zeker geen bijkomstige zaken ! Hierover moet in een Kerk toch zeker wel eenstemmigheid heerschen. Gaan we op dezen weg voort, wat staat dan nog in den weg om een belijdenis op te stellen, die vrijzinnigen en rechtzinnigen beide wel kunnen beamen. Maar wat is dat dan voor een belijdenis ? Wat wordt dat dan voor een Kerk ? Zoo wordt het niet beter, maar slechter. Wil men eens met elkaar spreken, goed. Maar dan toch zeker niet om de hoofdzaak wat opzij te schuiven. Neen — samenspreking zal moeten dienen tot opklaring, tot opklaring, voor zoover dit nog noodig is althans, over wederzijdsche belijdenis, over de inhoud des geloofs. Opdat het duidelijk worde en rondweg worde erkend, dat er overtuigingen zijn, die in de Kerk geen gelijk recht hebben. Die niet met elkaar te verzoenen zijn. Zoodat niet samengaan, maar uiteengaan de eenige mogelijkheid is. De Kerk moet zich als Kerk openbaren, als Kerk van Christus, van den Christus der Schriften, zooals de Kerk deze door de leiding des Geestes heeft mogen verstaan.
Dit mag nimmer worden verloochend. Ook niet in inter-kerkelijke, gemeenschappelijke samenkomsten. Dan krijgen we toch een eenheid, welke geen eenheid is. Een ieder, die het las, zal wel verwonderd geweest zijn over het voorgaan in één samenkomst van een vrijzinnig predikant en een predikant uit de Gereformeerde Kerken.
Bij sommigen zal dit een blijde, bij anderen een pijnlijke verbazing geweest zijn. Sommigen zeggen : dat is mooi, ruim, breed gezien. Ziet ge wel, dat het onderscheid niet zoo groot is !
Maar anderen vragen zich af : Hoe is zooiets mogelijk ? Waar moet dit heen ? Is hier niet een samengaan, dat alleen verwarrend en misleidend werken kan ? Dat toch niet bestaan kan, wanneer het ons waarlijk gaat om den Christus der Schriften ? Met recht kunnen we hier spreken van een „te groote eenheid", 't Doet wel wonderlijk aan, dit zoo te zeggen, temidden van de velerlei kerkelijke gedeeldheid, welke nog steeds gevonden wordt.
Maar van dit soort eenheid is geen heil te verwachten.
Voor het volk niet èn voor de Kerk niet. We moeten de eenheid in Christus Jezus. Eén geloof.
Iets geheel anders kwam ons van een andere plaats onder 't oog. We lazen, dat ergens een voorganger met den Kerkeraad eener Chr. Geref. Kerk naar de Oud-Geref. Gemeente was overgegaan.
Ook hier mogen we wel vragen : wordt het beter ? De een gaat uit de Hervormde Kerk naar een andere Kerk. Daar zien we een overgang van de Gereformeerde Kerk naar de Chr. Gereformeerde Kerk. Nu hier weer een van de Chr. Gereformeerde Kerk naar de Oud- Gereformeerde Gemeente. En als we 't vragen, zal 't allemaal wel zijn : om der waarheid wil. We zeggen dit, zonder ook maar eenigszins de goede trouw van degenen, die overgaan, in twijfel te willen trekken.
Maar toch kan dit alles zoo bedroeven en benauwen.
Dit werke nood in de harten. Nood om der overtredingen wil.
Opdat er een haten en vlieden zij van de zonde. Opdat het moge worden in menig leven een zich afscheiden van de zonde door Gods genade en een bedekking zoeken onder Christus' bloed.
Werd dat meer gevonden, het zou op kerkelijk gebied anders en heter worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's