Uit de historie
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten
Wet en Evangelie allegorisch voorgesteld ; reeds in het Oude Testament waren er tweeërlei kinderen Abrahams. Vers 21—31
Hoofdstuk IV.
Wet en Evangelie allegorisch voorgesteld ; reeds in het Oude Testament waren er tweeërlei kinderen Abrahams. Vers 21—31.
Vervolg vers 25.
De allegorie heeft wel een wonderlijke geestelijke strekking.
Gelijk Paulus in het voorgaande den berg Sinaï met Hagar vergeleken heeft, zoo had hij nu gaarne voor Jeruzalem Sara in de plaats gesteld, maar dat durft hij niet, omdat hij Jeruzalem moet verbinden met den berg Sinaï.
De apostel zegt namelijk, dat Jeruzalem bij Hagar behoort, omdat de berg Agar zich in zekeren zin uitstrekt tot Jeruzalem. Want vanuit het steemachtige Arabië loopt er een bergketen tot aan Kades Barnea in Judea. En daarom zegt hij : het Jeruzalem, dat nu is, namelijk het aardsche en tijdelijke, dat Jeruzalem is niet Sara, maar het behoort aan Hagar, omdat deze aldaar heerschappij voert.
In Jeruzalem toch vindt men de Wet, die baart tot dienstbaarheid ; en voorts den eeredienst, den tempel, het koninkrijk, den priesterstand en alles, wat er uit de wetgeving op den Sinaï voortvloeit. Al deze uitwendigheden worden in Jeruzalem beoefend.
Zoo voeg ik dus Jeruzalem bij den berg Sinaï ; en Sinaï zoowel als Hagar beduiden dezelfde zaak.
Ik voor mij zou het niet gewaagd hebben, om aan deze dingen bovenstaande geestelijke beteekenis toe te kennen.
Veeleer zou ik opgemerkt hebben, dat Jeruzalem Sara oftewel het Nieuwe Testament is, met name omdat in deze stad de prediking van het Evangelie het eerst vernomen is ; als ook, omdat de Heilige Geest er uitgestort en het volk des Nieuwen Testaments er geboren is.
Hieruit blijkt, dat het niet ieders werk is, om de allegorie te verklaren, want wanneer men op den schijn afgaat, dan komt men licht op dwaalwegen terecht. Niemand onder ons zou in dit verband Jeruzalem met Hagar, en den berg Sinaï met Sara vergeleken hebben.
Paulus echter gaat er toch toe over, om Jeruzalem Sara te noemen : niet een lichamelijke Sara, want in dat opzicht noemt hij Jeruzalem Hagar. Maar de apostel noemt Jeruzalem de geestelijke en hemelsche Sara ; in het hemelsch Jeruzalem heerscht geen Wet meer, en ook wordt daar geen vleeschelijk volk meer gevonden, gelijk wèl het geval is in het Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met hare kinderen. In het hemelsch Jeruzalem heerscht de belofte ; en er woont een geestelijk en vrij volk.
En opdat de Wet ganschelijk afgedaan zou hebben en te niet gedaan worden zou, is het aardsche Jeruzalem met al zijn schoonheden, met zijn tempel en eeredienst verwoest, onder de toelating Gods.
Al heeft de bedeeling des Nieuwen Testaments in Jeruzalem een aanvang genomen, en al is het Evangelie vanuit deze stad zijn loop door de gansche wereld begonnen — dit neemt niet weg, dat de gestalte der stad die van Hagar is. Jeruzalem is de stad der Wet, de stad van den joodschen godsdienst en het priesterdom. Kortom, Jeruzalem is geboren uit Hagar, en daarom is het met zijn kinderen dienstbaar, dat will zeggen : het doet de werken der Wet, en komt nimmer tot de vrijheid des Geestes. Het blijft immer besloten onder de Wet, de zonde, het boos geweten, den toorn en het gericht Gods, alsmede onder de schuld des doods en de hel.
Weliswaar kan Jeruzalem naar het uitwendige op een zekere vrijheid bogen, wat overheid, rijkdom en bezittingen betreft, maar van de vrijheid des Geestes is geen sprake. Deze laatste is er alleen, wanneer we gestorven zijn aan Wet, zonde en dood, en wanneer we vrijelijk genieten van Gods genade, van de vergeving der zonden, van de gerechtigheid en het eeuwige leven.
In het aardsche Jeruzalem kan dit alles niet verworven worden ; dat kan niet verder komen dan tot een Hagar.
Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Vers 26.
Het aardsche Jeruzalem, dat beneden is, zoo zegt Paulus, is Hagar, en met haar kinderen dienstbaar, en wordt niet bevrijd van Wet, zonde en dood.
Het hemelsch Jeruzalem echter, dat boven is, is Sara, en is vrij. Het is onze moeder, die niet tot dienstbaarheid baart, zooals bij Hagar het geval was, maar tot vrijheid.
Het hemelsch Jeruzalem, dat boven is, is de Kerk, te weten de geloovigen, die over de gansche wereld verspreid zijn, en beschikken over hetzelfde Evangelie, over hetzelfde geloof en denzelfden Christus, denzelfden Heiligen Geest en dezelfde sacramenten.
Het woordje „boven" slaat niet op de triumpheerende Kerk in den hemel, maar op de strijdende op aarde.
't Valt niet te verwonderen, dat de geloovigen gezegd hebben : Onze wandel is in de hemelen (Philippénsen 3 vers 20). Die wandel is niet plaatselijk in den hemel, maar hij is in den hemel voorzoover een christen gelooft, en de onuitsprekelijke, hemelsche en eeuwige gaven geniet.
In Epheze 1 vers 3 zegt de apostel ook : „Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus".
De geestelijke en hemelsche zegen moet dus wel grondig onderscheiden worden van de aardsche.
Het hemelsch Jeruzalem is de Kerk op aarde : niet de Kerk, die er zijn zal aan het einde der eeuwen, maar die er nu reeds is.
't Aardsche en oude Jeruzalem heeft afgedaan, maar het nieuwe en hemelsche is door God gesticht op aarde, om ons aller moeder te zijn. Uit deze moeder zijn wij geboren, en worden wij nog dagelijks geboren.
Het is noodzakelijk, dat deze onze moeder op aarde verblijft onder de menschen. Dat geldt ook van haar nakomelingschap. Dit neemt echter niet weg, dat hetgeen zij baart geestelijk van karakter is. Daar zij baart door middel van het Woord en de Sacramenten, is hetgeen zij ter wereld brengt niet vleeschelijk van aard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's