Bestrijding van den Heidelb. Catechismus
Als een kostelijk kleinood mogen wij nog steeds onzen Heidelb. Catechismus bezitten en gebruiken. De behandeling daarvan met onze catechisanten, de prediking daarover in het midden der gemeente, worde met groote trouw en ernst onder ons beoefend. Een volk, dat zijn Catechismus kent, kan mede daardoor voor afdwalen en verslappen worden bewaard. Maar een volk, dat zijn Catechismus niet meer verstaat, is aan allerltei leering ten prooi, ook in onze dagen. De Heere heeft inzonderheid Frederik, keurvorst van de Paltz, Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus willen gebruiken, om ons dezen Catechismus te schenken. In 1563 werd deze in het Duitsch en Latijn gedrukt. Reeds in hetzelfde jaar werd het leerboek in onze taal overgezet en verspreid door het in de psalmboeken op te nemen. Hierbij moet de naam van Petrus Datheen worden genoemd. Deze Catechismus is, na reeds lang te zijn gebruikt, beijdenisgeschrift onzer Kerk geworden.
Vele preekenbundels zijn in den loop der jaren over den Catechismus verschenen. Ook in de laatste jaren is meer dan één verhandeling verschenen. Het verdient zeker aanbeveling, dat in al onze gezinnen een Catechismus-preekenbundel aanwezig is. Het was dan ook een goede gedachte om in de preekenserie "Genade voor Genade" ons leerboek in preeken onder de aandacht der lezers te brengen.
Wat is beter dan ons te verdiepen in de leer, die naar de godzaligheid is ? Maar al te veel wordt dit verwaarlloosd, zeer tot schade van het geestelijk leven, van Kerk en volk.
Degenen, die het met den inhoud van den Catechismus niet eens zijn, zitten ook niet stil. We weten toch heel wel, dat lang niet allen instemmen met wat in dit boekje zoo schoon wordt geleerd. Bestrijding vindt de Heidelberger nu en heeft deze steeds ondervonden. Reeds onmidderiijk na het verschijnen. Terwijl anderen zich weer opmaakten en opmaken om te getuigen voor den inhoud van het leerboek. We willen op een en ander wijzen, en daarbij speciaal letten op de verdediging, zooals deze gegeven is door de opstellers van den Catechismus.
De noodige gegevens hiervoor vonden we in het werk : C. Olevianus und Z. Ursinus, Leben und ausgewdhite Schriften, nach handschriftlichen und gleichzeitigen Quellen von Karl Sudhoff. In dit werk wordt (biz. 142 v.v.) gewezen op Heszhusius als een van de eerste bestrijders van den Heidelb. Catechismus. De titel van zijn strijdschrift luidt : „Getrouwe waarschuwing voor den Heidelberger Calvinistischen Catechismus, benevens wederlegging van eenige zijner dwalingen". De schrijver behandelt zijn tegenstanders als lasterlijk volk en gruwelijke dweepers. Als kettersch geschrift acht hij de Catechismus niet waard gelezen te worden. Met de meest overdreven lofverheffingen dringt hij echter aan op vereering van den Catechismus van Luther. Deze noemt hij het zalige werktuig van den Heiligen Geest. Onder de Catechismussen, die op een dwaalweg voeren, wordt inzonderheid de Heidelberger genoemd. Verschillende verkeerde leeringen — alhans verkeerd volgens Heszhusius — worden opgesomd.
1. Van de erfzonde wordt niet goed geleerd. Hier zouden pelagiaansche dwalingen zijn.
2. De hemelvaart van Christus. De dweepzieke. Calvinistische meening hierover wordt bestreden.
3. De sacramenten. Hier gaat het bijzonder heftig toe.
4. De doop.
5. De Avondmaalsleer. Deze wordt met de voor Heszhusius gewone hefitigheid en verdraaiing aangegrepen.
6. De Bekeering. H. meent, dat de Heidelb. Catechismus een nieuwe leer wil invoeren, die meer verwarrend en bedroevend werkt, dan tot troost, verkwikking en opbeuring der gewetens strekt.
7. De verwerping van het maken en gebruiken der beelden van de goddelijke persoon van Jezus Christus voor godsdienstige doeleinden wordt bestreden.
8. Het alleen een eed mogen zweren bij God en niet bij eenig schepsel wordt gevaarlijk en onjuist geacht.
9. De valschelijk genaamde vrije wil. Alleen Heszhusius kan ons duidelijk maken hoe de catechismus beschuldigd kan worden van het leeren van den vrijen wil. Hij meent dit te beluisteren in de opmerking dat God alleen den Heiligen Geest geeft dengenen die Hem er om bidden.
Behalve Heszhusius wordt ook gewezen op de bestrijding van Flacius Illgricus. Hij schreef : „Wederlegging van een kleine, duitsche, calvinistische catechismus, zooals deze in dit jaar 1562 verscheen".
In zijn voorwoord merkt hij o.m. op dat hij ter wille van het apostolisch vermaan om het toebetrouwde pand te bewaren zulke dweepzieke boekjes, tot eere en tot welzijn der lieve christenen, uit Gods Woord wil weerleggen en daartegen de waarheid verklaren.
Negen dwalingen worden in deze wederlegging bestreden.
1. De hemelvaart, lichamelijk, van de eene plaats naar de andere.
2. De heilige sacramenten worden verkeerd beschreven.
3. Aan de sacramenten wordt de voornaamste kracht en 't voornaamste ambt ontnomen.
4. De dadelijke werkelijkheid van den doop wordt geloochend. Doop slechts als teeken des verbonds gehouden. Kinderen zijn daarom geen christenen door den doop, maar door geboorte uit christelijke ouders.
5. Op 't schandelijkst en godslasterlijkste verandert deze catechismus het Woord van het allerheiligst Testament van Christus met valsche verklaring van Zijn Woord.
6. Brood en wijn zijn slechts teeken en pand van het lichaam en bloed van Christus.
7. De boete wordt niet recht beschreven.
8. De tien geboden worden niet goed ingedeeld.
9. Alleen dan wordt goed Avondmaal gevierd, als een geheel brood of koek verbroken wordt, en niet als een ouwel wordt gebruikt.
Dezen bestrijder (Flacius Illyricus) houdt Ursinus voor de meest beteekenende. Zijn in naam der Heidelbergsche theologen geschreven verantwoording richt hij dan ook voornamelijk tegen dezen tegenstander. Heszhusius houdt hij voor een lompen verdraaier der waarheid. Wanneer wij op Ursinus verdediging letten, willen wij speciaal wijzen op wat hij zegt over het sacrament, in het bijzonder over het sacrament van het Heilig Avondmaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's