Feuilleton
NIENKE
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 124)
„'k Ben er nog lang niet", klonk het droef. Daarna vervolgde hij : „Toen kwam dat telegram uit Amsterdam. Ik was beneveld door den drank, maar begreep wel, dat er iets heel ernstigs was gebeurd. Toen ik den volgenden morgen mijn vrouw en Tjerk wegbracht naar den trein, was het met de gedachte, dat ik onzen Gabe niet levend weer zou zien. Wat ik dien dag geleden en ook gebeden heb, weet geen mensch, maar déze belofte heb ik toen afgelegd, dat, wanneer mijn zoon, al was het dan misschien ook gebroken, terug mocht komen, mijn leven een andere richting krijgen zou. In spanning werd dien dag afgewacht of er geen doodsbericht kwam, en toen het eene uur na het andere verliep, begon de hoop te herleven. Daarop kwam een tweede telegram en ben ik met Mini afgereisd en vond hem nog levend".
„Gelukkig", viel mevrouw Buitenveld in. „Zeker gelukkig, maar met groote droefheid gepaard. Gabe zal zijn heele leven invalide blijven".
Toen achtte Ds Buitenveld den tijd gekomen om iets te zeggen.
„Ik kan mij levendig indenken, hoe smartelijk dit voor hemzelven en u allen zijn zal, maar als het hem dan maar ten zegen mag zijn. Het is beter kreupel of verminkt ten leven in te gaan, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het helsche vuur geworpen te worden, waar de worm niet sterft en het vuur niet uitgebluscht wordt".
„Kon ik nu hier mijn mededeelingen maar eindigen, maar daar is nóg iets ; iets heel ergs", hernam Santema, met moeite zich bedwingend, 't Was, alsof hij naar woorden zocht. Daarop vervolgde hij met toonlooze stem : „U kent dat meisje van vrouw Paulussen. Vóór eenige jaren is zij naar Amsterdam gaan wonen. Hoe dit nu precies in zijn werking is gegaan, weet ik niet en doet er ook minder toe. Maar op een zijner reizen is Gabe met haar in aanraking gekomen, waarop een omgang tusschen die twee gevolgd is, en de rest zult u wel kunnen raden. Wellicht zou van dit alles niets zijn uitgelekt, daar Liesbet geen plan had, tegen zijn wil mijn zoon aansprakelijk te stellen, had een wonderlijke samenloop van omstandigheden dit niet aan 't licht gebracht. In hetzelfde ziekenhuis, waar Gabe verpleegd wordt, is zij namelijk in behandeling geweest en heeft door de bijzondere zorg van een der hoofdzusters, toen alles voorbij was, aldaar eene betrekking gekregen.
Juist dienzelfden avond, toen Gabe meer dood dan levend per brancard werd binnengebracht stond zij op het punt om uit te gaan en had gelegenheid een blik te werpen op den onbekenden man van het auto-ongeluk. U begrijpt, wat toen volgde. Aanstonds merkte men dat Gabe geen vreemdeling voor haar was, en zóó kwam het, dat wij nog dienzelfden avond telegrafisch bericht van het onheil kregen. Toen hij bij kennis kwam en vernam, wat er gebeurd was, maar ook, hoe zijn leven als aan een zijden draad hing, is de eene schulbelijdenis na de andere gevolgd en werden ook wij in kennis gesteld met veel, dat tot hiertoe voor ons verborgen was gebleven. Kort gezegd, dominé : alweer twee menschen, die onder de moordenaars vielen en, als er geen Samaritaan gekomen was, zeker beiden waren ondergegaan".
Weer werd het stil in de ruime pastoriekamer. Ds. Buitenveld had al lang zijn pijp neergelegd, om in ernstige gedachten verzonken, de hand onder het peinzend hoofd, meteen te luisteren naar het ontroerend relaas van boer Santema. Wat moest er wel niet in den man gebroken zijn, om zóó onopgesmukt te vertellen, wat voor elk, maar inzonderheid voor karakters als dat van de bewoners van „Donia-state", vreeselijk zijn moest om te doorleven. En waarvoor werden hij en zijne vrouw ook niet bewaard, nu zij de weelde van den kinderzegen niet kenden, maar óók de oudersmart niet leden over een zoon of een dochter, die, afglijdend langs het hellend zondevlak, het huis tot schande maakte. Was hier geen aanleiding om in stilte God te danken en te berusten in Zijnen weg ?
„En dus is er voor beide jonge menschen een Samaritaan geweest, die zich over hen ontfermd heeft en hun wonden verbond ? " vroeg mevrouw met hooge gelaatskleur, waaruit viel af te leiden, hoe zij deelde in hetgeen door Santema werd verteld.
Thans viel het haar ook op, hoe hij in weinig tijds verouderd scheen. Nu scheen 't evenwel, of de gestalte van den grooten man, onder de slagen van het leven zoo gebogen, plotseling eene verandering onderging. Daar kwam weer gloed in zijn oog en klank in zijn stem.
„'k Ben blij, u óók nog iets anders, en wel iets héél moois, te kunnen meedeelen", vervolgde hij. „'k Sprak u van een der zusters in het groote Ziekenhuis, die voor Liesbet Paulussen zoo goed geweest was en haar voor den ondergang heeft bewaard en aan wie ook wij zooveel te danken hebben, vanwege hare liefdevolle zorg, en vooral aan hare vroomheid, 'k Had nog nooit eerder eene vrouw hooren bidden, maar zooals deze zuster gebeden heeft voor onzen Gabe, heb ik nog nooit van iemand gehoord, en als het mogelijk was, dat op deze wereld engelen woonden in menschengedaante, dan is dit er éen !"
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1942
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's