De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEEN ANTITHESE?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEEN ANTITHESE?

8 minuten leestijd

Het is niet van gisteren, dat menschen zich stooten aan de antithese. De strijd is zoo oud als de kerk. De ergernis over de antithese dateert van de dagen van Kaïn, die zijn broeder doodde, omdat zijn offer werd aangenomen. En de vermenging van de kinderen van Seth met Kaïns geslacht heeft, verre van een nieuwe toekomst voor de saamleving te openen, geleid tot schier algeheelen ondergang van de toenmalige menschheid.

Het mag dan ook geheel overbodig heeten de historie, inzonderheid die der kerk te vervolgen om aan te toonen, dat zij in het teeken der antithese staat. Ook onze vaderlandsche geschiedenis weet kerkelijk en politiek van de antithese als een bron van voor velen onoverwinnelijke ergernis, die een voortdurende aanleiding tot beroering en conflict in het volksleven is.

Hoe begrijpelijk ook in een tijd als de onze, die na jaren van een op een Christelijke levens- en wereldbeschouwing gegronde antithese-politiek, gedurende de overweldiging en verdrukking van den vijand in den kamp van verzet bijeen zag gedreven, die in den staatkundigen strijd van weleer tegenover elkander stonden,  hoe begrijpelijk ook, dat onder hen, die elkander in gevangenhuis en concentratiekamp ontmoetten, de vraag op kwam, of men in den vervolge, als de dag der bevrijding zou zijn aangebroken, niet ook gemeenschappelijk aan den wederopbouw zou kunnen arbeiden, en mogelijk een nieuwen basis voor ons gemeenschappelijk staatkundig en maatschappelijk beleid zou kunnen vinden.

Men moet daarbij vooral niet voorbij zien het drukkend klimaat, waaronder zulke wenschen en gedachten opkwamen en werden gekoesterd. Niet alleen drijft de gemeenschappelijke nood de menschen op elkander aan, maar die nood werkt niet het minst op het religieus gevoel. Dit reageert in de verdrukking, als dood en verderf benauwend rondwaren, uit den aard sterker dan wanneer wij ons veilig wanen. Wie het bidden was verleerd, zocht in de benauwdheid zijn troost in het gebed, en het verlichtte zijn ziel een mensch in zijn nabijheid te hebben, die zijn ellende deelde. Hij vond den mensch in zijn naaste, die met hem in hetzelfde lot verkeert, terwijl alles wat voorheen in de burgerlijke samenleving scheiding bracht, in het niet verdween bij de realiteit van het oogenblik.

Waarom zou men dan niet vragen, af wij niet onder alle omstandigheden zóó op elkander kunnen aangewezen zijn en zoo kunnen leven in een alles offerende practijk der naastenliefde? Moet men daarvoor nu eerst in benauwden strijd op leven en dood tegen een duivelsche tyrannie gewikkeld zijn, een strijd om vrijheid en recht, om adem in een stikkende benauwdheid, en bereid desnoods zijn ziel te geven, opdat anderen den dag der verlossing mogen zien?

De belevenissen der verdrukking doen soms denken aan de verwezenlijking van den heiligen eisch van het Evangelie. Te klaar en te onmiskenbaar waren vaak de wonderen, te onbetwistbaar de kracht des geloofs, dan dat de aanschouwer nog zou volharden, in zijn verholen twijfel, misschien wel minachtende negatie. Waarlijk, het Christendom is een bron van zedelijke en geestelijke kracht, zoo kon men vernemen uit den mond van menschen, voor wie dat een soort nieuwe ontdekking is geworden.

Anderzijds meent men ook weer nieuwe ontdekkingen in den mensch te hebben gedaan. Immers men zag ook menschen, die nu niet bepaald door hun Christelijk geloof gedragen, zich onderscheidden in den strijd der verdrukking. Het Christendom scheen alzoo niet de eenige kracht. Ook in de idee der humaniteit zocht men zulk een krachtbron.

En zoo is het verklaarbaar dat een idealisme der bevrijding werd geboren, dat op een synthese van Christendom en humanisme was gericht, waarop de toekomstige staatkunde zou worden gebouwd.

De eerste schets van deze structuur werd openbaar in de bekende publicatie van Je Maintiendrai. waarin gesproken werd van barmhartigheid, rechtvaardigheid en waarheid als normen, die naar het Evangelie hun grondslag hebben in den wil van God, maar ook in den mensch zouden gegrond zijn.

Wij gaan op de zwakke punten der redactie niet in, al zou zij aanleiding kunnen geven tot een discussie, waarin de antithese onmiddellijk in het oog zou springen. Men kan nu eenmaal Christendom en humanisme alleen onder één noemer brengen, als men het Christendom slechts als een stuk menschelijke cultuur m.a.w. humanistisch wil zien en de zedelijke en geestelijke "waarden", die men daaraan ontdekt, als in den grond aan de menschelijke natuur eigen wil beschouwen.

Men neemt den mensch, Christen of niet-Christen, naar zijn zedelijk en geestelijk heroïeke gedragingen in de moeilijkste omstandigheden en idealiseert dien met volkomen negatie van het beeld, dat hij aan den anderen kant vertoont, waarvoor men geen andere kwalificaties weet dan onmenschelijk, bestiaal, duivelsch. Dit is inderdaad teekenend, want daarmede worden dergelijke gruwelen als excessen geteekend, die eigenlijk buiten de idee der humaniteit vallen.

Een en ander getuigt intusschen voor de werking van een besef van zedelijke normen, welke zonder twijfel den voornaamsten steun geeft aan de humaniteitsidee. Uit dien hoofde ware het meer voor de hand liggend en juister aan de normen der algemeene zedewet te denken dan barmhartigheid, rechtvaardigheid en waarheid tot normen te stellen, die als zoodanig geen normen kunnen zijn, maar aan haar normen moeten beantwoorden.

Die normen zijn gegeven in de Wet Gods en haar hoofdsom: "Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand en uw naasten als uzelf."

Wat is dat voor een barmhartigheid, welke zelf normatief zou zijn. Naar het Evangelie, zoo zegt men, heeft Zij haar grond in den wil Gods, maar volgens het humanisme vindt zij haar grondslag in den mensch. Bedoeld is als vanzelf in de idee der humaniteit. Het ideaal van den mensch, dat men zich vormt, zou alzoo den eisch van barmhartigheid, rechtvaardigheid en waarheid involveeren. Dan moet de idee der humaniteit in dien gedachten gang de norm der waarheid zijn, en de eisch harer verwerkelijking de norm der gerechtigheid. Wat die verwerkelijking kan bevorderen is rechtvaardig, wat er mede in strijd is, onrechtvaardig. Mogelijk, dat bij dit laatste de barmhartigheid aan de orde komt.

Het is geen wonder, dat degenen, die over het humanisme schrijven, slechts subjectieve voorstellingen lanceeren, uitgaande van een persoonlijke opvatting van de idee der humaniteit, of het ideaal der ware menschelijkheid,

Dit verhindert echter niet, dat velen, die van de positieve belijdenis der Christelijke religie vervreemd zijn, zich voelen aangetrokken tot zulk een idealisme en daarvan verwachting koesteren voor de toekomst. Verschillende gevoelens en motieven werken daartoe mede en zeker ook het verlangen naar een vrediger samenleving in de herwonnen vrijheid, het verlangen naar een nieuwe sociale levenssfeer. Dit verlangen komt niet alleen op uit de verademing na de ondragelijke tyrannie, maar de zucht naar het nieuwe stelt zich ook tegen de vooroorlogsche tegenstellingen, met name op het politieke erf.

Vandaar, dat dit nieuwe idealisme van meetaf protesteert tegen de antithese en deze op allerlei wijze zoekt weg te redeneeren. Sommigen doen dit met een vrijpostigheid, die zich onder verdenking onwaarachtigheid stelt, als zij het bestaan om te beweren, dat er geen antithese is.

Hoe anders toch moet men oordeelen, indien daaraan mannen mededoen, die nog prijs stellen op de waardeering van orthodox theoloog? De humanist noemt nog als kenmerkend verschil tusschen Humanisme en Christendom, dat dit laatste uit (de) openbaring leeft, al voegt hij er bij, dat het humanisme dat niet doet, hetgeen intusschen beteekent, dat het humanisme de openbaring niet erkent, althans niet in den zin van het Christelijk geloof.

Dan ligt het verder ook voor de hand, dat zulk een humanisme ook het orgaan mist om over het Christendom anders te oordeelen dan als een stuk menschelijke cultuur. Het kan zelfs de antithese naar haar diepte en waarheid beoordeelen en gevoelt niet de innerlijke levenscrisis, waarvan exponent is.

Slechts een Christendom, dat meent vrijzinnigheid en openbaringsgeloof met elkander te kunnen vereenigen kan de antithese negeeren, gelijk het de openbaring miskent, omdat het in wezen een religieus getint humanisme vertegenwoordigt. Maar de historie leert, dat het waarachtige Christendom hetwelk de Heilige Schrift als Gods Woord belijdt en daaruit leeft, steeds de onverdraagzaamheid heeft ervaren van het tolerantie-predikende humanisme, indien het zijn pad kruist.

Men kan daartegenover stellen, dat dit over en weer zoo is, maar daarmede is dan ook slechts de innerlijke tegenstrijdigheid bewezen.

Is daarmede de problematiek van de huidige situatie opgelost?

Ten deele, n.l. in zooverre, dat alle discussie over het al of niet zijn van de antithese nutteloos is wij die als feit hebben te aanvaarden.

Op dien grond echter kan de discussie verder gaan en vruchtdragend zijn. Vooreerst zou zij ten goede kunnen komen aan het beter verstaan van elkander, maar dan ook aan een betere probleemstelling aangaande de practische eischen voor de samenleving.

De Christelijke waardeering van het humanisme toch is niet louter antithetisch en negatief. Dat moet zij wezen ten aanzien van zijn grondslag en strevingen, doch ook van uit Christelijk standpunt opent zij een aspect op het humanisme, hetwelk tot een positieve waardeering moet leiden. Ook omgekeerd staat het humanisme tegenover het Christendom niet louter negatief en zijn eigen geschiedenis kan het tegendeel duidelijk aantoonen.

Hieromtrent valt dan ook nog wel een en ander op te merken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 oktober 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEEN ANTITHESE?

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 oktober 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's