De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRUWELMORAAL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRUWELMORAAL

5 minuten leestijd

Indien wij met onze gedachten terugkeeren tot de jaren voor den gruwelijken oorlog, die zoovele verschrikkingen over ons land en over de geheele wereld heeft gebracht, dan moeten wij wel ontdekt worden aan de doodelijke alledaagschheid, waarin ons Christendom was afgezonken. Want ondanks het feit, dat menig verschijnsel op de naderende crisis wees, ondanks ook de waarschuwende stemmen, die in verschillende kringen opgingen, was er in het algemeen weinig genegenheid tot bezinning. Het leven ging door in de drukke bewogenheid van de alledaagsche beslommeringen en in een lichtvaardige vlucht volgde een iegelijk zijn weg, terwijl een broeinest van duivelsche geesten, zwanger van leugen en bedrog, zijn gruwelijke plannen smeedde en zich opmaakte om de gansche wereld in zijn netten te vangen. Een geest der verblinding was over de volkeren. Sommigen hebben van een bezeten wereld gesproken. En zelfs toen de Duitsche legerscharen met ontstellende snelheid ons werelddeel onder den voet hadden geloopen, hebben de meesten, als uit een diepen slaap ontwakend, nog geen oog gehad voor den geestelijken achtergrond van het wereldgebeuren. En het is zelfs de vraag, of de ontnuchterende werkelijkheid van heden in de diepte wordt gepeild.

De Heilige Schrift — zij werd toch zelfs door vele theologen niet meer geëerd als het Woord Gods. Volstrekt gezag kon men haar niet meer toekennen, al erkende men, dat de Bijbel voor het meest invloedrijke boek der geschiedenis moest worden gehouden. Reeds in de 18de eeuw kon men uit „deskundigen" mond vernemen, dat er eigenlijk in den Bijbel niet zooveel waarheden werden verkondigd, die men ook niet met de rede zou hebben kunnen uitvinden. Die man was zich klaarblijkelijk niet bewust, dat hij uit kracht van opvoeding en studie zoezeer vertrouwd was met die waarheden, dat hij kon meenen uit eigen brein te putten.

Men behoeft slechts in te denken, welke gevolgen dit voor de opvoeding van het nageslacht moest hebben, om te begrijpen, dat het kerkelijk leven in den modernen geest ging vervloeien, terwijl het rechtzinnig Christendom een sectarisch karakter moest aannemen. Zoo verloor de kerk haar invloedrijke plaats te midden van het volksleven, als gevolg van de vervreemding van het Schriftuurlijk geloof en dat had weer tengevolge, dat ook het zedelijk leven de norm kwijt werd en in een natuurlijke moraal verliep.

Terug naar de natuur, zoo klonk reeds de leuze van den geest der Revolutie. Daarvan verwachtte men zijn geluk. Los van de banden van het dogma. En al bleken die banden in het algemeen veel hechter en in hun nawerking dieper dan dat de revolutionaire geest die voetstoots kon uitroeien, het naturalisme werd in den loop der tijden schier algemeen. Wijsbegeerte, de vordering der natuurwetenschap, de voortgaande techniek, de litteratuur, alles dreef daarheen. Het naturalistisch streven vond zijn meest drieste uitdrukking in de leer van Nietzsche omtrent de kweeking van een boven de anderen verheven mensch. Terug naar de echte, ware, onvervalschte instincten der menschelijke natuur, zoo luidde zijn devies. Deze moeten worden versterkt en veredeld. Heerschzucht, wellust, wreedheid, zijn de sterkste en natuurlijkste instincten der natuur. Deze worden gehuldigd door het dier en door den mensch in zijn oertoestand. Alles wat groot, sterk, machtig, wreed was, dat werd volgens hem oorspronkelijk goed genoemd. Alleen de zwakke naturen, die daardoor schade leden, de „slaven", noemden deze kwaad, totdat op zekeren dag deze minderwaardige massa in opstand kwam en de moraal omkeerde, alle tot dusver geldende waarden in haar tegenwaarde omzette, zoodat op eenmaal goed genoemd werd wat voorheen kwaad was genoemd : n.l. goedheid, medelijden, het zwakke, zachtaardige en vrouwelijke. Dit is gebeurd, toen het Christendom tot heerschappij kwam. Sinds dien dateert de ondergang der menschheid.

Men kan beweren, dat de critiek van dezen man geschikt is om de menschen wakker te roepen uit den sleur der alledaagschheid en van de vervlakking des levens, doch wee degenen, die hem tot een leermeester en leidsman kiezen in de toepassing van deze gruwelmoraal. En de wereld heeft ervaren tot welke gruweldaden een voïk komt, als het door den geest van dezen anti-christ wordt geleid. In de leiders van het Nationaal-Socialistisch regiem heeft hij zijn niets ontziende navolgers gevonden, die een millioenenvolk hebben gedrenkt in den droesem van deze gruwelmoraal tot een instrument om hun machtswellust te doen botvieren en een gruwzame terreur over de wereld te brengen.

Wie iets van dezen geest had geproefd, en den mateloozen haat tegen den Christus gepeild, kon slechts afkeer hebben van al wat zich in zijn dienst stelde. En mocht men gevoelen, dat hij als een oordeel Gods over ons en over de volkeren kwam, ook wie dat zag, kon geen gemeene zaak met hem maken, of heil van hem verwachten, over wien God zijn wee uitsprak : Wee degenen, die het kwade goed heeten en het goede kwaad ; die de duisternis tot licht stellen en het licht tot duisternis. (Jesaja 5 : 20).

Het kan daarom zijn nut hebben op de verderfelijke wegen te wijzen, waartoe het geestelijk verval en de verwildering der zeden hebben geleid, opdat ons Christendom moge ontwaken uit den slaap der alledaagschheid  en weerstand bieden aan de leuze terug naar de natuur door een daadwerkelijk geloof, dat in de kracht des Heiligen Geestes de wereld overwint.

Wij weten, dat de geest van den anti-christ in de wereld is, en dat hij nog niet is uitgewoed. Maar wij weten ook, dat hij in zijn alles overweldigende openbaring zal zwichten en sneven door den Geest, die uit den mond van onzen Heere Jezus Christus uitgaat. (2 Thess. 2:8).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1945

De Waarheidsvriend | 2 Pagina's

GRUWELMORAAL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1945

De Waarheidsvriend | 2 Pagina's