De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een slecht begin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een slecht begin

7 minuten leestijd

De eerste zitting van de Generale Synode op 1 Nov. j.l. is weinig bemoedigend. Nu wij het verslag voor ons hebben (Weekblad van 10 Nov. '45), blijkt, dat zij vrijwel in het teeken der politieke belangstelling stond.

Aan de orde was een verzoek van den minister van Overzeesche Gebiedsdeelen om advies te geven over de structuur van het Koninkrijk. Genoemd worden vele verzoeken aan de Generale Synode om zich uit te spreken over de doodstraf.

De scriba der Generale Synode doet het voorstel, dat de Generale Synode zich uitspreekt vóór de Nationale Omroep.

De Synode, voor deze drie zaken gesteld, had daarin wel aanleiding mogen vinden om zich te bezinnen op haar geestelijke taak en zich af te vragen of zij en in hoeverre zij competentie kan hebben om in deze zaken voor de kerk uitspraak te doen. Wij bedoelen niet, of zij in de reglementaire omschrijving harer taak bevoegdheid of vrijheid kan vinden om, deze en dergelijke verzoeken en voorstellen in behandeling te nemen. Een Generale Synode zal toch hebben te handelen krachtens de roeping der kerk, welke haar is opgedragen door den Heere Jezus Christus.

En om die te kunnen vervullen is het nodig, dat zij zich vóór alles beijvert om de geestelijke belangen te behartigen en die roeping te verstaan.

De bovengemelde verzoeken laten wij rusten. De Overheid kan zich zonder twijfel tot de kerk richten, als zij advies en voorlichting wenscht. Omgekeerd kan ook de kerk zich tot de Overheid richten en het kan zelfs haar roeping zijn dat te doen.

Zoo staat het van zelf vrij aan een iegelijk, die dat wenschelijk acht, met verzoeken, van welken aard ook, tot de Generale Synode te gaan.

De Synode zal hebben uit te maken, of, in hoeverre, in welken geest en tot welke strekking zij daarop kan ingaan. Dat alles ligt voor de hand en wat zij in casu zal doen, zal ter zijner tijd blijken, als de adviezen der ingestelde commissies ter zake aan de orde zullen worden gesteld.

Het voorstel van den scriba inzake Nationale Omroep heeft de Synode helaas onmiddellijk in behandeling genomen en zelfs met algemeene stemmen aangenomen. Klaarblijkelijk is men onder den indruk gekomen van het betoog van den voorsteller, die mededeelde. „hoe tijdens de bezetting de Kerken 't er over eens waren geworden, dat na de bezetting de Kerken op eigen verantwoordelijkheid, liefst binnen de Nationale Omroep, de uitzendingen van kerkelijken aard zouden te verzorgen krijgen". (Zie verslag Weekblad). Hij voegde daaraan toe, dat de neiging bestaat om de Kerken terug te dringen tot de diensten op den Zondag , en een half uur in de week.

Over dit laatste kunnen wij niet oordeelen. Waar die neiging vandaan komt en welke macht de Kerk of de Kerken zou willen en kumnen verhinderen om als zij dat goed, nuttig of noodig acht de radio in haar dienst te stellen, is nog niet duidelijk. Wel spreekt het vanzelf, dat als de kerk dat doet, zij dat zelf, d.w.z. door haar eigen organen, en op eigen verantwoordelijkheid dóet. En ook laat het zich indenken, dat verschillende kerkformaties onder zekere condities gemeenschappelijk zoo iets ondernemen.

Maar dat is dan toch altijd een zaak van die Kerken en van gemeenschappelijk overleg, waarbij zoowel de geestelijke als de zakelijke belangen een punt van accoord zullen uitmaken. En het wil ons voorkomen, dat aan de door den verdediger aangevoerde overeenstem van de afgevaardigden der Kerken tijdens de bezetting zulk een kracht van accoord niet kan worden toegekend.

Wij  raken dan nog niet aan de kwestie eener Nationale Omroep, noch ook aan de onklaarheid, waarop werd gewezen.

Men vraagt zich af, hoe de Synode zich aan dit politiek experiment heeft gewaagd, en schier zonder bedenking met algemeene stemmen een motie heeft aangenomen, waarbij zij zich uitspreekt „voor de totstandkoming van een Nationale Omroep, omdat het belang van het volk, zoowel als dat van de Kerk daarmee het meest gediend is", en dat zij er daarbij van uitgaat, „dat de Kerken onder eigen verantwoordelijkheid aan de Nationale Omroep hebben mede te werken". Ten slotte, dat zij van oordeel is, „dat in den overgangstijd niet alleen de kerkdienst-uitzendingen, maar alle uitzendingen, die de verhouding van kerk en wereld raken, niet door particuliere Omroepvereenigingen, maar door organen der kerk zelf verzorgd moeten worden".

Wie zich van den zin en de strekking van deze zinsnede rekenschap wil geven, zal het beleid der Synode niet bewonderen. Immers kerkdienst-uitzendingen staan in een welgeordende kerk, krachtens het feit, dat het kerkdiensten betreft, vanzelf onder de verantwoordelijkheid van de kerk in kwestie. Het is een gewone of buitengewone dienst, maar een dienst, door een kerkeraad bepaald, waarvoor die kerkeraad ambtelijk verantwoordelijk is en het doet daaraan niets af of toe, of die door een particuliere of een niet-particuliere instantie radio-technisch wordt verzorgd. (De vraag, hoe men over het uitzenden van kerkdiensten denkt, is op zichzelf een vraag, die wij laten rusten).

Datzelfde geldt voor alle uitzendingen, die de verhouding van kerk en wereld raken, en die door de kerk, of door een kerk worden verzorgd, evenzeer. Wanneer de kerk door haar organen zich wil doen hooren, omtrent een aangelegenheid de verhouding van kerk en wereld rakende, is dat een zaak der kerk en doet zij dat op eigen verantwoording. Wil zij dat uitzenden, dan verandert dit niets aan haar doen en verantwoordelijkheid, wanneer dit door een particulieren of een nationalen zender geschiedt.

Daar gaat het dan ook niet om.

Bovendien is de laatste zinsnede onduidelijk. Men kan er n.l. in lezen, dat de Synode van oordeel is, dat de organen der kerk en niet particuliere Omroepvereenigingen zelf de technische uitzending moeten verzorgen. De dubbele zin van het woord uitzending als het „uitgezondene" en het „uitzenden" maakt dat mogelijk. De Synode zou dan van oordeel zijn, dat de kerkelijke organen ook een eigen radio technische dienst moesten instellen en wel voor den overgangstijd.

Dat zal wel niet de bedoeling zijn, maar dan volgt er ook onherroepelijk uit, dat de Synode hier uitspreekt van oordeel te zijn, dat alleen de organen der Kerk over aangelegenheden de verhouding van kerk en wereld rakende, voor de microfoon mogen spreken. De kerk eischt het monopolie op vóór het gansche terrein, dat de verhouding van kerk en wereld raakt en geacht kan worden te raken. Dat is niet gering. Allerlei onderwerpen en belangen aangaande gezinsleven, het leven in staat en maatschappij op het gebied der inwendige en uitwendige zending, op het terrein der zeden en der zedelijke verwildering onzer dagen, raken de verhouding van kerk en wereld, kunnen althans geacht worden daaraan te raken. Dit gansche gebied verboden terrein voor het particuilier initiatief. Men mag er over spreken en schrijven, maar men mag niet uitzenden.

Deze motie geeft alzoo een ongevraagd advies aan de regeering, waarbij de Generale Synode een beslissing harerzijds uitlokt tot zulk een ongehoorde vrijheidsberooving. Er mankeert nog slechts aan, dat zij ook publicatie door de drukpers anders dan door de organen der kerk in de motie wilde uitsluiten en als haar eenig orgaan, dat tot dit werk bevoegd wordt verklaard, het Instituut Kerk en wereld aanwees.

De Generale Synode, die als zij zich aan de roeping der kerk wil toetsen, geroepen is de geestelijke vrijheid te beschermen en , daarover te waken, vangt haar arbeid aan mat een poging om de regeering te bewegen die vrijheid te beknotten.

Niet ten onrechte hebben wij reeds eerder gewezen op het gevaar, dat de kerk bedreigt, als zij politiek gaat drijven. Het kan toch niemand ontgaan, dat achter deze motie politieke overwegingen schuilen, welke de Generale Synode niet dan tot haar schade en tot schade van de kerk tot de hare kan maken. Zij heeft hiermede den voet gezet op een weg, die in strijd is met haar geestelijke taak, en het vertrouwen ondermijnt.

Hoe zou zij gereageerd hebben, indien één harer leden het voorstel had gedaan, dat de Generale Synode zioh zou uitspreken voor de handhaving der belijdenis, zoodat de kerkelijke organen gehouden waren overeenkomstig de confessie der kerk te spreken en te handelen, — waarbij onder meer zou kunnen worden aangevoerd, dat de oude Synode onder de bezetting in haar boodschappen een en andermaal in die richting vermaand heeft ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Een slecht begin

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's