De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Christendom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Christendom

8 minuten leestijd

universeel

Vele stemmen, die uit het Christendom van onzen tijd opklinken, hebben een universeelen toon. En men behoeft waarlijk niet tot de strenge puriteinen te behooren om beducht te zijn, dat zich daarin reacties openbaren, die doen denken aan den man uit de gelijkenis, die zijn huis op het zand bouwde, dat door de slagregens werd weggespoeld.

Wij raken hier intusschen aan een zaak, die schier door alle eeuwen heen de Christenheid in beroering heeft gebracht en theologisch gezien de leer aangaande de uitgestrektheid van de voldoening van Christus betreft. Gelet op den strijd, in deze zaak gevoerd, is het eigenlijk nog anders. Want over de voldoening loopt niet zoozeer het verschil. Men is het er ten slotte over eens, dat Christus is gestorven voor de zonde der geheele wereld, (1 Joh. 2 : 2) en dat Zijn offerande voldoende is om de geheele wereld zalig te maken. Ook is men het er over eens, dat niet alle menschen zalig worden, want de leer van Origenes, die in zijn leer van de wederoprichting aller dingen nog verder wilde gaan en niet alleen alle menschen, maar ook de gevallen engelen daarin betrok, is door de kerk algemeen verworpen. Het gaat dus eigenlijk om de vraag, of het in het welbehagen Gods ligt, alle menschen in Christus te zaligen, dan wel alleen degenen, die Hem door den Vader gegeven zijn. (Joh. 6 : 37, 39, 44). Op dit punt laat de Heilige Schrift geen twijfel over. (Vgl. Bavinck, Geref. Dogm. III, blz. 525 vv.).

Vele zijn de factoren, die in onzen tijd bevorderlijk zijn aan een universalistische opvatting van het Christendom.

In de eerste plaats werkt daaraan de huidige reactie tegen de verwarring, welke de moderne geest in eigen huis heeft gesticht, mede. Deze toch richt zich voornamelijk op hervorming van het openbare leven en draagt reeds daarom een universeel karakter.

Daarbij komt, dat wij leven in een ontkerstende wereld, d.w.z. dat het moderne leven, zoo men wil, de moderne beschaving, op een universeel door het Christendom doorzuurden bodem opbloeide. Zij is doortrokken geweest van de cultuurkrachten, die zij aan het Christendom heeft ontleend. De meening kan bij velen zelfs post vatten, dat Christendom en moderne cultuur iten naastebij zouden gelijk te achten zijn. Wij hebben daarop reeds een en andermaal gewezen. Zulks een universalisme gaat wel heel ver en maakt het Christendom tot een camouflage van zijn diepste tegenstelling.

Voorts zijn er innerlijke tegenstrijdigheden in de wijsgeerige bewegingen van het modernisme, die zonder hulp van het Christendom niet zullen worden overwonnen en blijvende oorzaak van verwarring zijn. De verregaande voortwoekering van een individualisme ten spijt van alle socialistische strevingen en leuzen, is een doodelijke bedreiging voor een geordende saamleving en een voedingsbodem voor dictatoriale neigingen.

Men zoekt de waarde der persoonlijkheid te beschermen en te doen herleven, en men gevoelt iets van het gemis aan het centraal en universeel gezag eener zedelijke orde, dat boven den mensch uitgaat.

Wijsbegeerte, psychologie en sociologie kunnen hier niet helpen, daar alleen de ware religie bij machte is de persoonlijkheid wakker te roepen, de rechte levensverhoudingen te ontdekken en de genegenheid te wekken om die naar de norm van de goddelijke Ievenswet te onderhouden. De droeve ervaring van het menschelijk onvermogen heeft althans tot een minder afkeerige of afzijdige neiging jegens het Christendom aanleiding gegeven. Dit beduidt nog geen overgang. In zooverre men een meer welwillende houding aannemen wil, heeft dit nog slechts betrekking op een algemeen Christendom.

En nu het Christendom zelf ?

Ook dat heeft te kampen met zoovele euvelen en ongerechtigheden van de moderne cultuur. Ook hier kan gewezen op de invloeden van een individualisme, dat niets gelijkt op de Christelijke waardeering der persoonlijkheid. Wij wijzen slechts op de verdeeldheid, die het kerkelijk leven, evenals het maatschappelijke, ontsiert en met machteloosheid slaat. Op zich zelf roept dit in dezen tijd van „herstel en vernieuwing" een streven naar eenheid en eendracht op. Wellicht wijst het op overeenkomstige toestanden in een vroegere eeuw, die de leuze der eendracht tot een wapenspreuk verhief : „Door eendracht macht". „Kleine zaken groeien door eendracht, en groote dingen vallen door tweedracht uit elkander".

De richtingsstrijd, welke op het terrein der kerk werd gevoerd, poogt men daarom ongedaan te maken of te voorkomen door ze met elkander in gesprek te brengen, niet meer van richtingen te willen hooren, ze eenvoudig te willen negeeren. De wijsbegeerte kent onder haar verscheiden vormen en richtingen ook een philosophische : als of. Het is wel zoo, alsof de mensch zedelijk vrij is, maar hij is het niet, zoo redeneerde zij. Niet ongelijk daaraan nemen velen het standpunt in : er zijn wel richtingen, maar wij doen, alsof zij er niet zijn.

Men wil met elkander praten. Daar kan niets tegen zijn, maar dan moet men van de belijdenis uitgaan en de richtingsverschillen confronteeren aan Schrift en belijdenis. Mogelijk mochten daarbij problemen aan de orde komen, die ter zijner tijd een kerkelijke beslissing vragen.

Doet men dat niet, en daarvan is nog slechts weinig op te merken, dan ligt het voor de hand, dat het kerkelijk gesprek zich beweegt op het niveau van vrage algemeenheid.

Wijst reeds het individualisme op kerkelijk terrein op invloeden van buiten, waartegen het Christendom geen afwerende en overwinnende kracht heeft ontwikkeld, dan vindt dit zijn oorzaak in de verslapping van den Christelijken geest. Allengs gleed men van het theologisch fundament af en werden wijsgeerige beginselen binnengeloodst, die onvereenigbaar met de waarachtige Christelijke vroomheid én theologie des geloofs, aanleiding werden tot een algemeen Christendom. De positieve belijders werden dientengevolge in een zeker isolement gedreven. Dit algemeen Christendom nu had weinig belangstelling voor het dogma en toonde zich althans van het kerkelijke dogma afkeerig. Dat wil niet zeggen, dat het zelf geen dogma's had. Veeleer toont de practijk, dat zij, die van het kerkelijk dogma niet willen weten, op hun beurt hardnekkige dogmatisten zijn.

Een en ander heeft echter tengevolge, dat men tezamen vervreemdde van gezond kerkelijk leven. Want wij mogen niet verhelen, dat het isolement van de positieve belijders, ook zijn groote nadeelen heeft. Men maakt zijn aanhankelijkheid aan de confessie tot een leuze. „Schrift en belijdenis" wordt het wachtwoord. Kerkelijk echter leeft men niet bij Schrift en belijdenis en deze vervreemding van echt kerkelijk leven kan zoover gaan, dat men daarvan zelfs geen reëel denkbeeld vormen kan. En zoo men daarvan al denkbeelden maakt, worden deze veelal door persoonlijke wenschen en idealen bepaald, die in het algemeen voor geen verwezenlijking vatbaar zijn.

Aan den anderen kant loopt het algemeene Christendom, dat van de kerkelijke belijdenis is vervreemd, gevaar, een kerkelijk ideaal na te streven, dat aan het wezen der kerk voorbijgaat. Het algemeene Christendom meet de kerk af naar zijn eigen maatstaf, omdat het met de belijdenis geen weg weet.

Bedenken wij nu, dat het algemeene Christendom uit den aard der zaak meer aanraking heeft gehad met het moderne cultuurleven. Velen, die daartoe gerekend moeten worden, leven zelf uit een modern bewustzijn. Dan is het niet zoo onverklaarbaar, dat zij den nood, voor zoover en zooals zij dien zien, zich aantrekken en volijverig aan het werk trekken. Zij zien de kans voor het Christendom schoon. Uitdrukkingen als : de kerk heeft haar kansen, moet die kansen grijpen, e.d.g., zijn aan de orde van den dag.

Daartegenover staat, dat het positief belijdend Christendom in zijn isolement en veelal puriteinsch van aard, op grooter distantie staat van het moderne bewustzijn en van de vragen van den dag. Het komt niet zoo gauw in beweging en als het zijn belangstelling geeft, gaat het aarzelend en onwennig. Het is geneigd om zich maar weer terug te trekken en den gang van zaken over te laten. En dat niet zonder critiek, omdat het niet gaat, zooals het naar zijn inzicht zou moeten gaan. Het is een moeilijk parket, maar goed is het niet. Vrij uitgaan kan men zoo ook niet.

Mogelijk, dat men van de zijde van het algemeen Christendom de positieve belijders tot de particularisten rekent. Ten aanzien van velen zal dat niet ten onrechte zijn. Maar daar hebben de universalisten ook schuld aan. Hier ligt een anti-these der eenzijdigheden, welke de waarheid miskent, waarin zij niet slechts haar synthese, maar haar wortel vinden.

Het Christendom is krachtens de religie van Christus en krachtens de heerlijkheid van den Christus tegelijk particulier en universeel, omdat Hij de Heere Zijner Kerk en de Koning der koningen is. De toevergadering der Zijnen neemt een geheel bijzondere plaats in het werk der herschepping in. Doch dit werk omvat ook de bijeenvergadering aller dingen in Christus. (Ef. 1 : 10). En terwijl niemand met recht kan tegenspreken, dat het zaligmakend geloof niet aan allen ten deel valt, zoo twijfele ook niemand aan de waarheid, dat alle knie zich voor den Christus zal buigen, wijl ook Zijn vijanden zullen onderworpen zijn aan den voetbank Zijner voeten.

Het isolement van het particularisme kan de kerk niet zuiveren en de ijver van het universalisme kan de kerk niet bouwen, maar het geloof, dat getrouw blijft aan de gezonde leer, maakt de kerk openbaar en overwint de wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Het Christendom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's