De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk en de doodstraf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk en de doodstraf

7 minuten leestijd

Eenige weken geleden schreven wij over de doodstraf naar aanleiding van een artikel van ds. Roscam Abbing in het Weekblad der Hervormde Kerk van 13 Oct. j.l.

Onder „Stemmen uit de Kerk" neemt het Weekbllad van deze week (24 Nov. '45) een artikel op, dat wij in zijn geheel willen overnemen, omdat het de Kerk vermaant zich aan Gods Woord te houden. Het artikel luidt als volgt :

Het Weekblad van 13 Oct. j.l. bevat een oproep van ds. P. J. Roscam Abbing om als kerk te protesteeren tegen de wederinvoering van de doodstraf. Ds. R. A. acht dit de taak van de kerk, en zal wellicht vermoeden dat het grootste deel der ambtsdragers hierachter staat. Het komt mij voor, dat er ook een aanzienlijk deel zal zijn, dat 'n andere meening is toegedaan, en het betreuren zou, dat de kerk een dergelijke uitspraak zou doen. Daarom moge er ook een ander licht op dit vraagstuk vallen.

In de allereerste plaats zij er op gewezen, dat als er op 't gebied van 't recht, de sociale zorg, 't onderwijs enz., na de bevrijding andere wegen worden ingeslagen dan vroeger, dit niet zonder meer moet worden gezien als een heimelijke doordwerking van nationaal socialistische opvattingen. Vóór 1940 waren de toestanden allesbehalve ideaal ; we hebben in de jaren van druk iets kunnen leeren ; zelfs van onze vijanden nog wel iets kunnen leeren, al zou dat iets anders zijn dan ze bedoelden. Vervolgens : als de kerk een uitspraak wil of moet doen, ga zij in de eerste plaats uit van het Woord Gods. Of het menschelijk gevoel en het humanisme achteraf al dan niet goedkeurend knikken, is niet van principieel belang.

In Gen. 9 : 6 wordt zeer duidelijk de doodstraf geëischt: Wie des menschen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mensch vergoten worden : want God heeft den mensch naar Zijn beeld gemaakt. Dit is een gebod Gods, gegeven na de zondvloed aan heel de menschheid ; en is nergens, ook niet in het Nieuwe Testament ingetrokken. Integendeel, in het laatste bijbelboek wordt het nog met nadruk genoemd (Hfdst. 13 : 10).

De motiveering: „want God heeft den mensch naar Zijn beeld gemaakt", geldt voor alle tijden.

Dat men deze regel niet automatisch moet toepassen en met groote voorzichtigheid moet hanteeren, leert de uitwerking in Israels wetgeving. In Ex. 21 wordt onderscheid gemaakt tusschen dooden bij ongeluk of met opzet. In Num. 35 wordt bovendien één getuige te weinig geacht om de straf op te leggen. De motiveering voor de doodstraf op deze plaats verdient wel de aandacht. „ want ik ben de Heere, wonend in het midden der kinderen Israels". Vervalt dit motief, omdat de Heere niet zou wonen „in het midden der kinderen van Nederland". Treurige gedachte.

De instantie, geroepen om dit gebod Gods ten uitvoer te brengen, is de overheid, naar Paulus' woord : Gods dienaresse. Dat dit geen persoonlijke aangelegenheid is, leert Rom. 12 : 19 en het 6de gebod. Rom. 13 : 4 wijst de overheid aan. Het lijkt mij niet juist, om deze text te exegetiseeren „vanuit het geheel der openbaring", zooals ds. R. A. dit doet. Een zwaard is nu eenmaal een zwaard, en is het instrument om te dooden. Men exegetiseere niet zoolang, totdat er een sleutel van de gevangenis van overblijft.

Dat deze taak van de overheid zeer zwaar is, zal niemand ontkennen. Dat rechters vol wraakgevoelens, zij, die eenigszins bij de zaak betrokken blijken, of anderen, die sadisten zijn, voor hun taak onbekwaam zijn, is duidelijk. De verantwoordelijkheid, welke rust op de schouders der rechters, is groot, even groot als die van de dienaren des Woords. Rechter en predikant behooren te spreken in den Naam van God. Werden de rechters in het Oude Testament geen goden genoemd ? In zijn artikel wijdt ds. R. A. een gedeelte aan de rechtvaardiging van de straf. Daarop willen we enkele aanteekeningen maken.

Van de vier daar genoemde factoren, die de straf rechtvaardigen, zijn de eerste drie : beveiliging van de maatschappij, afschrikking van eventueele collega's en opvoeding. In de vierde plaats noemt hij de vergelding. Ik geloof, dat reeds de volgorde onjuist is. Straf is in de eerste plaats rechtsherstel en vergelding en daarna ook beveiliging, afschrikking en opvoeding. Het is merkwaardig, dat de gestrafte vaak zelf zijn straf ziet als vergelding en er vrede mee heeft. Schrijver dezes heeft in het concentratiekamp te Westerbork, waar hij tijdelijk geestelijk verzorger was, een gesprek gehad met gevangenen over het wezen van de straf. Enkelen willen dit slechts zien als opvoeding en bescherming en protesteerden daarom tegen al, wat men hen aandeed. Doch éen van hen, die zeker niet het minst op zijn kerfstok had, een van de„zware jongens", bestreed dit met de woorden : „neen, straf moet in de eerste plaats vergelding zijn. Wij moeten boeten voor onze daden".

Ik geloof dat deze man gelijk had. Straf als beveiliging, afschrikking en opvoeding, kan het geweten ook niet tot rust brengen, nadat de straf is ondergaan. Als straf in de eerste plaats vergelding is, hebben die andere factoren slechts betrekkelijke waarde. Beveiliging van den Staat is een gelukkig gevolg, wat de vergelding met zich mee brengt. Dit geldt ook voor de opvoeding. Ook hierover nog iets. Is het werkelijk waar, dat de vloek van de doodstraf is, dat ze niet paedagogisch kan zijn ? ; zooals werd opgemerkt. Het is misschien de laatste opvoedkundige daad, nadat elke andere manier van opvoeding heeft gefaald. De ter dood veroordeelde behoudt toch zijn recht op geestelijke bijstand ! En komen zij, die vlak voor het aangezicht van den dood staan, misschien niet eerder tot bekeering in de ernst van hun situatie dan zij, die levenslang krijgen ? Wordt niet menigmaal bij de laatsten met het uur van den dood de bekeering uitgesteld, en zoolang uitgesteld. tot men er nooit meer toe komt ? Hebt ge ook wel eens in de gevangenis gepreekt voor moordenaars ? Vindt men het leven zoo iets bijzonders en persoonlijks, dat de eene mensch den ander het niet mag benemen, dan moeten ook de gevangenissen open.

Ook prof. Aalders in 't handboek der Ethiek vindt het een hoofdzaak, dat de rangorde van de gezichtspunten, waaronder de straf wordt gezien, juist is. Voorop ga de objectieve zijde : rechtsherstel en vergelding, dan volge de subjectieve". Hij schrijft : „'t Komt mij voor, dat principieel de doodstraf niet kan worden bestreden op ethische gronden". Ik geloof, dat in het vooropstellen van de motieven : beveiliging, afschrikking en opvoeding ten koste'van de eisch der gerechtigheid, meer humanisme schuilt dan men vermoeden zou. Het is ook onjuist, om op dit punt scheiding te maken tusschen de tijd vóór en de tijd na Christus. De dagen vóór Christus' komst waren heusch niet minder „tijd van Gods geduld", getuige de geschiedenis van Israël, dan de tijd na Zijn hemelvaart. Wij zien het toepassen van de doodstraf ook niet als „Gods eeuwig oordeel aan elkaar voltrekken". Dat was het in het Oude Testament ook niet, getuige de woorden van Jozua : „Geef toch den Heere, den God Israels, de eer en doe voor Hem belijdenis" (Jos. 7 : 19), om te blijven bij het aangehaalde voorbeeld van Achan. Neen : het is Gods gebod. De dood van Jezus Christus op Golgotha was inderdaad het oordeel Gods, wat Hij aan Zijn Zoon voltrok. Dit heft de noodzakelijkheid om te straffen niet op.

Men meene nu niet, dat de voorstanders van de doodstraf hardvochtige menschen zijn. Zij zien ook de groote gevaren, en verlangen dat dit alleen met groote voorzichtigheid in praktijk wordt gebracht. Zij eischen rechters, die een hart hebben, en zijn ook bezorgd, dat de rechter hier dwalen zal. Doch dit alles neemt niet weg, dat zij zich allereerst willen houden aan Gods Woord. In het gebed, dat de kerk opzendt, worde de rechter niet vergeten. Kerk, houdt u aan Gods Woord, en spreekt overeenkomstig Gods Woord. Dat ontlast het geweten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De kerk en de doodstraf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's