De zonde
Geheel de ontwikkeling van het moderne cultuurleven heeft er voorts toe geleid, dat de eisch der wedergeboorte uit de prediking dreigt te verdwijnen, althans niet tot zijn recht komt. Achtereenvolgende geslachten zijn gewoon geworden aan den invloed eener naturalistisch-humanistiscbe levensbeschouwing, die het zedelijk bewustzijn heeft afgestompt. Het zondebesef werd afgeslepen. Het gevoel van veranwoordelijkheid, van schuld en vergelding, ging allengs teloor. De naturalistische levensbeschouwing heeft geen plaats voor den zedelijken mensch, laat staan voor de erkenning der zonde. Als alles, natuur en de mensch een product der natuur is, verloopt immers alles naar natuurlijke orde. De 19e eeuw is de eeuw der evolutieleer. Van de evolutie van den geest viel men in de evolutie der naltuur. En deze leer vond in een bereids ontkerstendte wereld schier algemeenen aanhang.
Op alle levensterrein kan men haar invloed gewaar worden. Alle verschijnselen zocht men te zien onder het aspect eener naltuurlijke ontwikkeling. En het behoeft niet gezegd, dat in zulk een beschouwing geen plaats is voor de erkenning der Godsregeering, noch ook voor die eener zedelijke wereldorde.
Het gevolg van deze dingen moest zijn, dat in de breede kringen, waarin het naturalisme heerschappij had genomen, het besef der zedelijke normen insluimerde en allengs ganschelijk werd verduisterd. Algemeen werd het streven naar stoffelijke welvaart en wereldsche genieting. Het leven als geheel zakte af tot het niveau van het moderne heidendom. Zelfs het klassiek humanisme moest bij gebrek aan een draagvlak in een stevige openbaring van het Christendom zijn waardigheid inboeten. Want ook de kerkelijke gemeenschap ontkwam niet aan de zuigkracht van de bekoring der moderne cultuurgoederen, waarvoor het zijn geestelijken rijkdom allengs inwisselde.
In dezen weg werden de laatste resten der geestelijke en zedelijke krachten, welke het voorgeslacht in zoo ruime mate hadden gekenmerkt, verteerd. Reeds bij den aanvang van de twintigste eeuw werd het lichtvaardig optimisme, dat de moderne menschheid teekendte, verstoord door de waarschuwende stemmen van hen, die de voorboden van een dreigende crisis gewaar werden. De crisis is gekomen en brak reeds in den vorigen wereldoorlog door, om, zich in dezen tijd te voltrekken. In de algeheele verwarring onzer dagen gisten de velerlei reacties uit den brouwketel der innerlijke tegenstellingen op. Ook de nieuwere theologie is er een van. Zij wil den strijd aanbinden tegen de grondstellingen van het moderne heidendom en zet de wereld onder het goddelijk gericht. Ook het humanisme laat zich hooren en dient zich aan in den strijd om den voorrang, naast en ten deele vergezelschapt aan het socialisme, terwijl het communisme een duidelijk streven openbaart naar de heerschappij.
In dit alles moet ons de stem van het gericht het meest aantrekken. Voor den Christen lijdt het geen twijfel, dat God Zijn hand heeft opgeheven en de ongerechtigheid der volkeren thuis zoekt. De ongerechtigheid der volkeren en onze ongerechtigheid. En het is, voorwaar niet zonder oorzaak, dat de H.S. voor velen, voor wie de Bijbel en inzonderheid het Oude Testament een gesloten boek was geworden, weer is gaan spreken in haar goddelijk-profetische taal. 't Oog van velen is open gegaan voor de slapheid en, zooals men dat noemt, voor de verburgerlijking van het Christendom, in de moderne wereld. Zelfs heeft men van de herontdekking der kerk gesproken.
Het is echter opmerkelijk, hoe weinig men terugkeert tot het beeld, dat de Heilige Schrift teekent van den mensch en dat, terwijl het feitelijk alles om den mensch gaat, omdat het over het al of niet bestaan van de saamleving gaat. De angst beklemt den mensch, dat hij ten ondergaat. De vernietiging dreigt. Vandaar de roep om saambinding, om eendracht, om socialisme. Het is alles als een kreet der wanhoop. En in de werkelijkheid weerklinken in al deze klanken de stemmen van het negentiende-eeuwscbe streven om den mensch. Men kan wel niet ontkennen, dat dte kerken in beroering zijn gekomen. Men staat weliswaar anders tegenover het Christendom, dat men intusschen naar zijn innerlijke waarheid niet kent. Er is in sommige kringen verwachting van het Cbristendom. Maar men weet niet, hoe men van het Christendom verwachting kan hebben.
De opvoeding van twee generaties en meer buiten het Christendom, wreekt zich in de algemeene onkunde. Men weet ten eenenmale in het algemeen niet, wat nu eigenlijk het Christelijk geloof is, en waarin zijn kracht schuilt. De jongere generaties hebben voor een groot gedeelte geen aansluiting, zelfs niet met de fundamenteele hoofdzaken der Christelijke religie. Vandaar het zoeken naar vormen en middelen om de ontkerstende jeugd te grijpen. En de vraag moet gesteld, of velen, die zich daarvoor inspannen, zelf wel weten, wat zij doen. Velen laten zich daarbij leiden door de leuzen van den tijd, die opgeld doen, als gold het een modezucht. Het echt profetische ontbreekt, ook al houdt men sommigen voor profeten.
De waarachtige profeten onderwerpen zich aan het profetische Woord, omdat zij zich onderwerpen aan den Geest der profetie.
Het is dan ook een treffend — en bedroevend — verschijnsel, dat de profeten van dezen tijd zoo weinig over den mensch en zijn val spreken, zooals de Heilige Schrift daarover handelt. Treffend — wijl daarmede in overeenstemming — dat zij zoo weinig nadruk leggen op het persoonlijk geloofsleven, op waarachtige bekeering. Men is afkeerig van vroomheid en vreest een z.g. wettisch Christendom.
Hoe geheel anders was de prediking der apostelen in de klassieke heidenwereld, waaraan de reformatoren een voorbeeld en richtsnoer namen.
Men spreekt over den Heiligen Geest, maar het werk van den Heiligen Geest wordt zelden aangeraakt. De eisch der wedergeboorte blijft in de verkondiging veelal achterwege. Mogelijk hangt dit alles bewust of onbewust samen met de prediking des gerichts. Het gevoel, dat God deze wereld verlaten heeft, schijnt post gevat te hebben. Dat God niet verre is van een iegelijk van ons, schijnt een vergeten waarheid. Vergeten ook, dat de goedertierenheid Gods veel meer overvloedig is dan onze zonde, en dat er ontferming is, ook in Zijn gericht.
Van uit het geloof gezien, waren de jaren van voorheen veel angstwekkender. Immers toen was het, alsof God zich had teruggetrokken en de wereld in haar eigen wegen liet wandelen. Of is het niet Amos, die het oordeel Gods predikt, en het volk voor oogen houdt, dat Hij het uit alle volken heeft gekend en daarom zijn ongerechtigheden bezoekt ?
En als dan de ontkerstende wereld deze dingen niet meer, verstaat, is het der kerk om het te verstaan en de wereld te ontdekken aan de goddelijke waarheid aangaande den mensch, zijn schepping, roeping en bestemming. Het Evangelie der genade kan geen Evangelie der genade zijn, als er geen kennis der zonde is.
Men zoekt een eerherstel van den mensch in een menschelijken weg. Doch men neemt de zonde niet ernstig. De zonde is hem ten val geworden en er is van den mensch uit geen herstel van de ongerechtigheid mogelijk. De zonde is onherroepelijk en onherstelbaar. Alleen in den weg der wedergeboorte door den Heiligen Geest is een algeheele vernieuwing mogelijk, zoowaar in den Christus der Schrilten de nieuwe en volkomen mensch is opgestaan.
Alleen ook door die kracht zal er een nieuwe dageraad opgaan over onze ontkerstende en diep weggezonken wereld. Men moge den modernen mensch niet meer ontvankelijk achten voor deze dingen. Dat is een oordeel, hetwelk zich geheel oriënteert aan den geest van den modernen mensch. Die geest is echter geen andere dan die van het klassieke heidendom. Doch de God van onzen Heere Jezus Christus is ook Dezelfde en deze Christus, die de zonde der wereld op zich genomen heeft, heeft de wereld overwonnen. Hij is de Machtige, die in Zijn ontferming ook over de moderne wereld Zijn licht kan doen opgaan. Want Hij is gisteren en heden Dezelfde, tot in eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1945
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1945
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's