De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De mensch niets

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De mensch niets

4 minuten leestijd

Het is merkwaardig, dat de zelfverheffing van den mensch ook in de menschenwereld zelf tegenstand heeft opgewekt. Deze tegenstand komt ten deele uit geheel andere dan Schriftuurlijke motieven voort. Inderdaad is er een humanisme, dat een andersoortig humanisme bestrijdt. De verwachtingen van het eene humanisme hebben beschaamd en het andere treedt op met de pretentie van betere beloften. Het eene is even afkeerig van de zedelijke levensnormen — door de Schrift geboden — als het andere. Men werpt den mensch van zijn troon in het stof en is tegelijkerjtijd bezig hem een nieuwen troon uit het stof te bouwen. Men denke b.v. aan het communisme, dat uit de puinhoopen der ingestorte cultuur zijn wereldhouw wil ondernemen.

Ook de nieuwe theologie keerde zich scherp tegen den mensch. Zij leerde het Godsgericht over alle menschelijike cultuur, ook over zijn vroomheid en zedelijk streven. Reeds uit loutere vrees om in een natuurlijke theologie te vervallen, wilde K. Bartl ook van een scheppingsorde niets weten. Hij stelde den mensch radicaal onder het gericht. Doch het is ook hier wederom waar, dat als twee menschen hetzelfde zeggen, dat hetzelfde nog niet is. Want ook in orthodoxen kring, vooral bij de vereerders van Kohlhrugge, vindt dat een luisterend oor.

Wie is de mensch, dat Gij zijner gedenkt ? De gevallen mensch ligt onder den vloek Gods, onbekwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat is alles waar. En het is nuttig en tot waarachtig geloof noodig, dat de mensch dit verstaat bij het licht der Heilige Schrift en belijdt. Op die belijdenis valle echter het volle licht der genade. De mensch niets voor God. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren.

Maar de aarde werd om des menschen wil vervloekt, opdat zij hem dragen zou tot de vervulling van de goddelijke barmhartigheid, die over haar de Zon eener hemelsche gerechtigheid en genade deed opgaan. De engelenzang gewaagt van het welbehagen Gods in den mensch. En God heeft Zijn Zoon overgegeven tot in de vernedering onzer verkondigde natuur. En al weten wij, dat de heilige God te rein van oogen is, dan dat Hij het kwade kan zien, en dat Hij in den zondaar geen behagen kan hebben, zoo hebben wij ons toch te wachten den mensch naar zijn schepping en eeuwige bestemming te verachten, als God, de Heere, hem, zoo duren prijs heeft willen waardig keuren en naar Zijn voornemen in, Christus heeft bezocht met zoo onuitsprekelijke genade.

Het is te meer noodig dit goddelijk welbehagen over den mensch niet achter een eenzijdig drijven zijner nietigheid te verduisteren. De mensch is in zich zelf niets. Hij is voor iederen ademtocht afhankelijk van de genade Gods, of hij zich er van toewust is, of niet. Maar hij is geschapen naar Gods beeld. Volgens zijn schepping geroepen tot den hoogsten dienst van den eenigen en waarachtigen God. En hij heeft noodig daarvan kennis te dragen, opdat hij aan de goddeloosheid van zijn Godonteerend en zelfzuchtig bestaan kan worden ontdekt.

Atle andere motieven, die de nietigheid van den mensch doen verkondigen, moeten weer voor andere, die hem zoeken te verheffen, het veld ruimen. En zoo zien wij ook nu reeds, dat men terugkeert op zijn weg en een meer positieve waardeering van het menschelijke zoekt. Die pogingen zijn zeer verschillend van elkander. Ook ontbreekt niet het streven naar een synthese met Christelijke gedachten. Desondanks dragen zij een humanistischen last, waaronder zij moeten bezwijken.

Zoolang de erkentenis, dat men als Gods schepsel in Gods wereld leeft, niet doorbreekt en het eeuwigheidslicht, dat het profetische Woord over het leven doet opgaan, geen opmerkend oog vindt, zal de menschheid in de onoplosbare vragen omtrent zijn bestaan blijven steken. Verachting en verheffing van den mensch en het menschelijike zullen, ten spijt van al zijn inspannnig en arbeid, zijn schoonste cultuurdealen hopeloos verijdelen.

Alleen het geestelijk inzicht, dat de wijsheid der wereld gefaald heeft en altoos weer moet falen, kan terugroepen tot de dwaasheid Gods. Aan het Kruis wordt de mensch ontdekt in zijn diepste vernedering. De mensch onder het gericht Gods. De mensch onder den vloek der zonde. Maar datzelfde Kruis getuigt, van het goddelijk Welbehagen in Christus om den gevloekte te kronen met genade en eere. Onder het Kruis spreekt men niet meer van humaniteit. Daar roemt, de barmhartigheid tegen het oordeel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De mensch niets

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1945

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's