De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oud en nieuw belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oud en nieuw belijden

4 minuten leestijd

Het is een verheugend feit, dat velen, die voorheen afkeerig waren van alles, wat naar dogmatiek zweeft, thans meer oog voor de waarde en beteekenis der belijdenis verkrijgen. Er is inderdaad een beweging naar de belijdenis toe, of, zooals men liever zal zeggen, naar het belijden der belijdenis toe. Wij achten dat niet alleen een verheugend feit, maar daarin schuilt een belofte voor het kerkelijk leven.

Zoo vaak hoorden wij de uitdrukking nieuw belijden. Geen wonder, dat bij velen een zekere vrees opkwam, dat die voortsproot uit een neiging om de belijdenis der kerk als geheel in discussie te stellen. Die vrees kon zich bovendien beroepen op het weinig goeds belovend zeggen van sommigen, dat die belijdenis verouderd en overleefd zou zijn.

Indien zulke meeningen de overhand zouden nemen, zou dat werkelijk groot onheil beteekenen. Veel meer, dan zulke woordvoerders zich bewust zijn of waren. Zij zagen of zien niet in, dat zulke onderstellingen aangaande de belijdenis het geloof van de kerk van toen en van nu ten eenenmale op losse schroeven zouden zetten. Feitelijk is die uitdrukking nog te zwak. Eén geloof, éen doop, éen Heere. Het gaat toch om het algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof. En als de belijdenis van de reformatoren verouderd en overleefd zou zijn, dan zou zij aan het ééne geloof in den eenigen Heere niet ontsproten zijn, door Zijn Geest niet gedragen, aan Zijn Woord niet onttogen zijn.

En wat zou dan een nieuw belijden willen wezen. Hoe zou het zich echt en uit het waarachtige geloof geboren bewijzen ? Het is om die reden, dat wij ons verheugen over de toenadering tot de belijdenis der vaderen en over de erkenning van die belijdenis als de confessie der kerk, op welke zij in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift heeft te staan.

Men krijgt er oog voor, dat het nieuw belijden zal moeten beginnen bij het belijden der vaderen. Men zal de belijdenis der vaderen eerst weer hebben te verstaan en mede te belijden uit hetzelfde geloof.

Want dat is het. Het geloof blijft hetzelfde. Eén geloof, éen doop, éen Heere. En nu ontkennen wij niet, dat onze tijd een andere is als die der reformatoren. Dat de kerk onzer dagen voor andere vragen staat en dat zij uit haar geloof nu heeft te getuigen. Maar dat zal dan toch een getuigen uit hetzelfde geloof moeten zijn.

Vandaar, dat wij een en andermaal hebben gewezen op het geloof der belijdenis. Het gaat om de religie, om het geloof, dat in de belijdenis aan het woord is. En zooals de reformatoren hun geloof hebben getoetst aan dat van de oudste kerk en dat Christelijk geloof aan de leer der apostelen en profeten, zoo zal ook de kerk van onzen tijd vóór alle dingen noodig hebben naar dien zelfden regel te wandelen. Alleen dan zal er van een nieuw belijden sprake kunnen zijn. Anders toch is haar nieuw belijden geen belijden meer. In het belijden zelf ligt de eenheid en gemeenschap des geloofs, waarin de kerk der vaderen heeft gestaan en gestreden. Een nieuw belijden, dat de oude confessie zou verachten en uit het oude belijden niet opkwam, daarin het getuigenis van het waarachtig geloof niet ontdekt had, zou zelfs geen aanspraak op die waardeering kunnen maken.

Om in het nieuwe belijden, dat de tijden mogen vragen van de kerk, niet te falen en den rechten weg te mogen vinden, zal men bij het oude moeten beginnen om in hetzelfde geloof door Gods genade te kunnen volharden. De Geest, die de kerk der vaderen geleid heeft, is Dezelfde, die ook de kerk van nu in de waarheid zal leiden, werkende hetzelfde geloof, waarin zij allen ontslapen zijn, die in den Christus der Schriften hun Zaligmaker hebben gevonden, en waaruit zij in hun leven hebben beleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Oud en nieuw belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's