De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oud en Nieuw 1945-1946

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oud en Nieuw 1945-1946

6 minuten leestijd

Nieuwjaar. — Dankbaarheid voegt ons, als wij gedenken. De Heere heeft groote dingen gedaan. Als wij daarbij stilstaan. En wie zou dat niet. Zeker, wij vergeten niet, dat velen ook nu nog in zorgen en nood zijn. In ons eigen Vaderland en in het verre Oosten. Wij denken aan onze Indische betrekkingen en aan zoovelen, die verwanten en vrienden in Indië hebben. Wij denken aan zooveel lijden en smart in alle hoeken der wereld, aan zooveel ellende en verwarring, aan de toekomst . . . . . . . .

Doch wij hebben desondanks overvloedige stof tot dank voor zoo groote weldaden, als God ons in den afgeloopen jaarkring heeft bewezen. Hoe donker waren de donkere dagen van een jaar geleden. En toch, hoezeer spraken zij van wonderen Gods, van uitkomsten in den nood, van rijken zegen te midden van zooveel honger en koude. De raven van Elia, de kruik van de weduwe van Sarfat. Velen hebben ervaren, dat de God van Elia nog leeft en dat Hij een Hoorder der gebeden is. In geestelijk opzicht zijn de dagen van koude en gebrek voor menigeen goede en gezegende dagen geweest, dagen van strijd en wondere uitkomst, dagen van oefening des geloofs en loutering. Mogen velen daaruit een blijvende zegen hebben ontvangen voor persoon en gezin. Zij hebben er iets van ervaren, dat het Woord Gods het brood des levens is, toen het brood van den akker schaarsch was. Er zijn er, die de kracht en de waarheid van het profetische Woord hebben ontdekt in de ure van nood en gevaar en ook anderen tot steun en sterkte zijn geweest.

Hoe veel is er sedert de vorige jaarwisseling veranderd. Nog is het moeilijk en zwaar, nog is de hemel bewolkt en de toekomst in menig opzicht duister, nog is de verwarring groot en staat de mensch bij den ingang van het nieuwe jaar voor duizend vragen en onder bedreiging van vele gevaren. Doch, hoeveel werd ons door Gods genade geschonken in de verlossing van den zwaren druk en in de goederen der vrijheid. Hoe heeft Hij ons verlost van den dreigenden dood en hongersnood. Nee, wij zijn wellicnt nog verre verwijderd van de weelde, waarin wij ons voorheen hebben verheugd — indien ook maar verheugd —, want wij hebben het niet eens gewaardeerd. Wij hebben het alles genoten, als of het zoo hoorde en gewoon was. Wij zijn afgezonken in het stoffelijke en zelfs ook onze godsdienstigheid was veelal een gewoonte geworden.

En zullen wij dan nu uitzien naar nieuwe weelde, nieuwen overvloed van alles wat genot en zelfgenoegzaamheid geeft ? Zullen wij verwijlen bij wat wij nog te kort komen en zouden wenschen ?

Zij hebben in zekeren zin gelijk, die telkens weer opmerken, dat de vijand wel werd verslagen, maar de vrede nog dient te worden gewonnen. En zij, die zoo spreken, zeggen er in één adem bij, dat de mensch en anders moeten worden. Dat is een waarheid. De menschen moeten anders worden. Zij zullen zich radicaal moeten bekeeren van het moderne heidendom. En dat moderne heidendom woont ook in ons. Wij zullen noodig hebben daaraan ontdekt te worden, want wij gelooven het misschien niet. Mogelijk, dat wij het wel kunnen aanwijzen in de moderne wereldbeschouwing en in hen, die wij als moderne heidenen aanzien. Doch wij moeten beginnen bij ons zelf, want ook een kerkelijke vroomheid kan nog een bedeksel van modern heidendom zijn.

Wij spreken vaak van de verregaande ontkerstening van ons volk en van de volkeren, van de ontkerstening ook van de kerk. En niet ten onrechte. Men bedoelt daarmede, dat de Christelijke levensorde allengs werd prijs gegeven en ingewisseld voor heidensche denkbeelden en levensvormen, die uit den mensch zijn. Het openbare en huiselijke leven liet den Christelijken stempel varen. Dat raakt alles nog slechts den buitenkant. Die buitenkant kan echter den Christelijken stempel niet dragen zonder een krachtig geestelijk leven der kerk. Daarom wijst het moderne heidendom op een geestelijke armoede der kerk. En als de kerk geestelijk arm is, wordt het overvleugeld door de wereld. Het persoonlijk getuigenis in leer en leven verkwijnt, de huiselijke godsdienstoefening wordt allengs nagelaten. De wereld komt binnen. En zij behoeft niet alleen binnen te komen. Wij dra­gen allen de wereld en de wereldsche gezindheid in ons hart. En wat moet er van worden als de voortdurende tucht van Gods Woord in ons leven gaat ontbreken ? De remmingen worden opgeheven. De Christelijke gehoorzaamheid wordt goed geacht voor vrome menschen en de Wet Gods vergeten.

Wij zullen op dien weg den vrede niet winnen. Mocht 1945 de vrijheidszon over ons zien opgaan, zij zal slechts een voorbode van den vrede wezen, als wij de gehoorzaamheid aan Gods gebod leeren brengen. Gehoorzaamheid aan Zijn gebod, persoonlijk, in ons gezinsleven, in ons maatschappelijk en staatkundig leven, opdat een Christelijke levensorde heerschappij verkrijge.

Zullen wij dan zoo den gewenschten vrede en de daarin geschonken welvaart verkrijgen, alsof wij het daarmede in de hand hadden ? Tot zulk een eigengerechtigheid wenschen wij niemand op te wekken. Maar het is onze roeping te wijzen op Gods eisch en Zijn goddelijk recht. Hij heeft er recht op. Hij roept in Zijn Woord telkens en telkens weer tot bekeering en gehoorzaamheid. En de onderhouding Zijner geboden betaamt allen menschen. Van dien eisch af te laten, zou aan Zijn recht te kort doen. Niet wij, maar God zelf roept tot gehoorzaamheid. Hij zelf vermaant door Zijn Woord : tot de Wet en tof de getuigenis. Hij zelf belooft allerlei vrede te bestellen. Geen menschelijke zedepreek, maar Gods Woord willen wij aanprijzen. En in de onderhouding van Zijn gebod is groote loon.

Zal 1946 den gewenschten vrede brengen ? Wij weten het niet. Doch vergeefs zullen zij arbeiden, die een Koninkrijk Gods op aarde verwachten. Vergeefs zullen zij vrede brengen, die zich op den mensch verlaten. Alleen die God, die in den Zoon Zijner liefde is nedergekomen in de kribbe van Bethlehem, is machtig allerlei vrede te bestellen. En zij zullen vrede vinden, die needrig voor Hem knielen! en in Zijn wegen gaan.

Want in dien Christus was God de wereld met Zich verzoenende. Hij zendt Zijn gezanten de wereld in : Laat u met God verzoenen. Vrede met God. Daarin ligt de wortel van allerlei vrede, ook voor den tijd onzer inwoning op aarde. Want Hij is onze Vrede. Dien hemelschen vrede kunnen wij genieten te midden van het aardsche strijdgewoel, ja, in het aangezicht van den dood. Het is de vrede, waarvan de engelen gezongen hebben in Efratha's velden. De voorsmaak van de zaligheid Gods. En het is die vrede, die sfeer kan geven aan ons huisgezin. Die vrede, welke ook voor de aardsche saamleving haar zoete vruchten kan afwerpen en den zin der gerechtigheid wekt, zonder welke een volk niet kan welvaren.

Daarom zal het vóór alles aankomen op persoonlijke bekeering. Indien in het persoonlijke leven de ware Christelijke levensernst moge wederkeeren uit een wedergeboren hart, zullen ook die vruchten gezien worden. Moge dit het deel zijn van velen en de vreeze Gods in ons volk wederkeeren, die ware wijsheid leert. Want die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen. En de groote Herder der schapen zal hen leiden in een weg, dien zij niet gekend hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Oud en Nieuw 1945-1946

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's