HET KERKELIJK GESPREK
gemeenteopbouw
„Bijeenblijven en waarachtig — niet slechts formeel-organisatorisch — samenleven, samengetuigen en samenwerken, óf tot uiteengaan".
Men ziet, Prof. Kraemer ziet de tegenstellingen der richtingen ernstig genoeg om de mogelijkheid van een uiteengaan te stellen. We gaan er ons niet op bezinnen, wie dan het blijvend gedeelte zullen uitmaken en wie buiten de deur worden gezet.
Bepalen wij ons liever bij den toestand, waarin wij zijn. Niemand onzer kan dezen toestand goedkeuren, al is het waar, dat velen er zich niet om bekommeren. Zij zijn tevreden met hun plaatselijken kerkelijken toestand en mogelijk zijn er, die het onder de Synode van 1816 nog niet zoo slecht vinden. Dezulken mochten de oogen en harten toch wel eens open zetten en zich eens afvragen, of zij daarmede verantwoord zijn voor God en de menschen. Want, hoewel wij de plaatselijke kerk als zelfstandige openbaring van het lichaam van Christus erkennen en daarvoor opkomen, men vergete niet, dat deze zelfstandigheid de gemeenschap der kerken niet op zij zet. Spreekt Voetius niet van de kerk als classicale gemeenschap en van de classicale vergadering als van den kerkeraad der classis, Zoo ook weer van de provinciale gemeenschap en de provinciale Synode als haar kerkeraad ? En zoo volgt ook de nationale kerk en de nationale Synode, als een kerkeraad der nationale kerk.
Het is nu wel mogelijk, dat men plaatselijk niet veel van den richtingsstrijd merkt. Er zijn dorpen, die geen richtingen kennen, of waar de dissenters zoó weinige zijn, dat zij zich voegen onder den kerkeraad, of misschien in het geheel niet kerkelijk medeleven.
Maar er zijn ook dorpen en grootere plaatsen, waar de afwijkende richting in een z.g. evangelisatie saamkomt. Het is een weg, die ook in de 17e eeuw, reeds vóór de bekende Dordtsche Synode, hier en daar door Remonstranten en Gereformeerden werd aangegrepen, wanneer de kansel een leer bracht, die men niet verkoos.
Het behoeft geen betoog, dat bij een gezond kerkelijk leven zulke afzonderlijke godsdienstoefeningen niet voorkomen. Zeker niet zoo veelvuldig, als dat thans het geval is. Wij ontveinzen ons daarbij niet, dat er altijd ontevredenen en zoekers van wat anders zullen zijn en geweest zijn, die in eigen kring trachten te vinden, wat zij in de gewone bediening des Woords niet vinden. Dit schijnt zoo bij de uitwassen van het kerkelijk leven te behooren. Maar dat is toch nog wat anders als de ontwikkeling der richtingen, zooals de 19e eeuw die zag voltrokken worden. Dit is een ontaarding van het kerkelijk leven, waarmede niemand vrede kan en mag hebben.
Vandaar, dat een voorstel als de modusvivendi indertijd aan de orde kon komen, waarbij men zocht aan ieder der richtingen de vrijheid te geven, welke zij behoefden om zich zelf te zijn en een andere niet te hinderen. Ook van Gereformeerde zijde werd in de twintiger jaren een voorstel ingediend, dat ruimte wilde bieden voor dezen en desgewenscht ook voor anderen om naar eigen beginsel te kunnen leven.
Het ligt voor de hand, dat deze voorstellen de gedachte aan ,,de kerk als geheel" loslieten. En deze gedachte leefde klaarblijkelijk nog sterk genoeg in het conglomeraat van richtingen om aan dergelijke voorstellen niet de geringste kans te geven. In ieder geval is deze gedachte van grooten invloed geweest, en zij is op zijn minst versterkt door deze actie. Dit moge reeds blijken uit de namen van „Kerkopbouw" en „Kerkherstel", waarmede nieuwe pogingen tot reorganisatie zich aandienden. Doch ook deze hebbén niet tot het voorgestelde doel geleid.
Het is niet noodig, de gansche geschiedenis der reorganisatie op te halen. Wij stippen slechts een enkel ding aan om te doen zien, hoezeer de richtingskwestie de kerk reeds jaren lang heeft beziggehouden.
(Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's