Belofte en werkelijkheid
Onder dezen titel verscheen een werkje van ds. J. G. Woelderink, Herv. pred. te Ouderkerk a/d IJsel. Uitgegeven door Uitgeverij Guido de Bres, 's Gravenhage. Prijs ƒ 1.50. De schrijver handelt in 5 Hoofdstukken (het boekje telt 69 blz.) over de strijdigheden in de Gereformeerde Kerken, naar aanleiding van de leer der veronderstelde wedergeboorte en wat er mee samenhangt. Het richtingsvraagstuk is naar zijn meening — en wij gelooven terecht — voor goed aan de orde gesteld in de Gereformeerde Kerken, (blz. 5). „Belofte en werkelijkheid" of „Belofte en Verbond", zoo luidt de titel van het eerste Hoofdstuk. Ds. W. laat de belofte voorafgaan aan het Verbond. „In de belofte van Gods barmhartigheid ligt het gansche verbond besloten" (blz. 7). Hij wil daardoor de zelfstandigheid van de belofte tegenover het verbond accentuëeren. De bedoeling van den schrijver is duidelijk. Hij wil er den nadruk op leggen, dat het geloof leeft uit de belofte — opdat niet de bevinding tot een grond worde gemaakt. Ds. W. wijst op de Roomsche leer der gratia infusa, ingestorte genade, als een daadwerkelijke mededeeling van Christus' rechtvaardigheid, waartegenover hij het sola fide (door het geloof alleen) der reformatoren stelt. In de leer van dr. Kuyper ziet hij het gevaar van verroomsching. (blz. 10)
Uit het volgende Hoofdstuk (II) ,,Onderpand" blijkt voorts, dat de schrijver het sola fide toch niet wil opgevat hebben, alsof het werk van den Heiligen Geest hierbij buiten beschouwing bleef. „De Heilige Geest en Zijn werk in het hart te verachten, of klein te achten, dit onderpand van Gods genade niet als een dierbaar kleinood te waardeeren en op hoogen prijs te stellen, getuigt van ongeloof, getuigt er van, dat men vreemd is aan het leven van Gods Kerk", (blz. 18). Uit hetgeen ds. W. over Schortinghuis zegt (blz. 20) wijst hij er op, dat hij de bevindingen niet als onschriftuurlijk wenscht af te wijzen. Wij hebben dat ook niet verwacht, maar het kan voor sommigen nuttig zijn daarop de aandacht te vestigen.
Het derde Hoofdstuk handelt over de voorwaardelijke en onvoorwaardelijike belofte. Dit ziet op het al of niet als voorwaarde gesteld zijn van het geloof. Vgl. Heidelb. Catech. (Vr. 66) en Dordtsche leerregels (II. 5).. De voorwaardelijke belofte is aan de onvoorwaardelijke ondergeschikt, (blz. 41). ,,Wie de toezegging van den Heiligen Geest, die het geloof werkt, enkel vatbaar acht voor realisatie en niet bestemd voor de omhelzing des geloofs, ontneemt den Christen in zijn armoede tegenover de rnacht van het ongeloof in zijn hart den rijksten troost des levens", (blz. 43). Hoofdstuk IV handelt over de „wedergeboorte" en Hoofdstuk V over „De waarheidsvraag".
Ten slotte vermaant ds. W. de leden der nieuwe Synode der Hervormde Kerk om in de theologische twistgeschillen in de Gereformeerde Kerken een baken te zien en waarschuwt hen tegen het nemen van leerbeslissingen en doen van leeruitspraken, nadere verklaringen, e.d.g.
Wij gaven enkele punten weer, zonder op de kwestie zelf of de beschouwingen van ds. W. in te gaan. Wie daarvoor belangstelling heeft, neme dit lezenswaardig geschrift zelf ter hand. Wellicht vinden wij ter gelegener tijd aanleiding om op den inhoud terug te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's