Volkskerk
De Ned. Herv. kerk is hier te lande de volkskerk geworden. Feitelijk moeten wij zeggen : de Gereformeerde kerken zijn hier volkskerk geworden. Allengs ging men spreken van de Hervormde kerk, en de organisatie maakte van de voorheen Gereformeerde kerken een eenheidsinstituut : de Nederlandsche Hervormde kerk.
De reformatie hier te lande was geen sectarisch verschijnsel. Zij ging niet op in kleinere of grootere groepen, die buiten de Roomsche kerk bleven bestaan, maar zij bewees een werkelijke reformatie der kerk te zijn. In vele gedeelten des lands reformeerde de toenmaals heerschende kerk zich. Steden en dorpen gingen in hun geheel met de reformatie mede. De geestelijke kracht der reformatie drukte overigens den stempel op ons nationale leven, zoodat de gereformeerde religie een officieel karakter aannam. De voorwaarden voor een volkskerk waren vervuld. De Roomsche kerk was een volkskerk en de reformatorische kerken hebben het volkskerkelijk karakter tengevolge van den algemeenen ingang der reformatie in de reformatorische landen overgenomen. Men was voorheen Roomsch en men werd Luthersch of Gereformeerd. In dezen gang van zaken openbaarde zich een aan de kerk van Christus eigene karaktertrek.
Indien de kerk des Heeren in eenig land openbaar wordt en wortel schiet, als haar geestelijke kracht heerschappij neemt, zal zij allengs tot volkskerk worden. De Christelijke religie doorzuurt allengs de geheele volksziel, neemt de centrale plaats der vroegere volksreligie in en doet haar glans over het gansche volksleven uitgaan. Indien de Christelijke religie in eenig land die centrale plaats niet kan veroveren op het heidendom, blijft zij een zendingskerk.
Er is ook nog een andere zaak, waarop de aandacht moet worden gevestigd. De ikinderen, die in de kerk worden geboren, behooren als zoodanig tot de kerk. Zij zijn jonge leden en worden als zoodanig gedoopt. Het kan dus duidelijk zijn, dat dientengevolge met de ontplooiing der geestelijke kracht en den toenemenden invloed op de volkscultuur allengs het grooter deel der natie door geboorte tot de kerk behoort. Alleen daarom kon men een halve eeuw geleden nog spreken van een gedoopte natie. De voortgaande ontkerstening van ons volk is oorzaak geworden, dat men thans niet meer van de gedoopte natie kan spreken.
En nu moet men niet zeggen, dat de kerk, of het Christendom den greep op de massa heeft verloren. Bij een bloeiende volkskerk kan men niet met recht spreken van de kerk en de massa als een tweeheid. Want immers, als de volkskerk bloeit — en die tijd heeft zij gehad, anders toch was zij geen volkskerk geworden — dan behoort de massa tot de kerk. Dit beteekent zeker niet, dat de massa dan ook ernstig gereformeerd belijdt, maar het behoort tot den goeden toon en de Christelijke levensorde, kerkelijk te zijn. De Christelijke levensorde beheerscht de publieke opinie.
Slaat men nu jaren over, als een proces van ontkerstening in zulk een mate is voortgeschreden, dat men van de kerk en de massa kan spreken, dan kan men wel zeggen, dat de kerk de greep op de massa heeft verloren, maar dat is historisch onjuist. Die massa behoorde tot voor veertig, vijftig jaren nog tot de kerk. Zij was nog met verschillende banden aan de kerk verbonden. Het is dus de kerk zelf, die aan de ontkerstenende invloeden geen weerstand heeft kunnen bieden.
Dat kan zeker niet worden toegeschreven aan de kracht der Christelijke religie, of liever aan naar onvermogen. Want, waar de kerk tot een volkskerk is geworden, heeft zij den strijd aangebonden met het heidendom en bewezen dit te kunnen overwinnen. Men kan de ontkerstening derhalve alleen toeschrijven aan de ontgeestelijking der Christelijke religie, aan de unblussching van den waarachtig Christelijken geest in de volkskerk.
Deze uitblussching gaat gepaard met de ontlediging van de volkskerkelijke kracht. Het begrip volkskerk wordt allengs een traditie. In den grond der zaak gaat zij in secten op. Vandaar het richtingsvraagstuk. Zij verschilt in dit opzicht niet van de afgescheiden kerken, die dan ook meer of minder door hetzelfde euvel worden bedreigd.
Zal de kerk weer volkskerk kunnen worden ? Dit is een vraag, die zeker niet alleen de Hervormde kerk aangaat. Zij sluit de gescheiden kerken mede in, zoowaar het ontstaan van deze met de ontkerstening der nationale kerk en daarom van de natie saamhangt.
De vraag schijnt uit geestelijk oogpunt bevestigend te mogen worden beantwoord. Maar dan met een indien : indien de geestelijke kracht der Christelijke religie in het kerkelijk leven wederom, krachtig opbloeit, zal de kerk niet alleen tot nieuwe openbaring komen, maar wederom na langer of korter tijd volkskerk worden.
Dat zou dus niets minder dan een algeheele kerkreformatie beteekenen. M.a.w. een reformatie, van het wezen der kerk uit. Of dat mogelijk is ?
Hier is slechts één antwoord : „Wat bij de menschen onmogelijk is, is mogelijk bij God". Voor hen, die den Christus der Schriften belijden, is het een zaak van gehoorzaamheid des geloofs. Reformatie van de vervallen en ontkerstende kerk der reformatie. Dat beteekent in de eerste plaats een teruggrijpen op de reformatie zelf, een bezinnen op het wezen der kerk, zooals de reformatoren dat hebben gezien.
Welke ook de roeping en dienst der kerk moge zijn, men zal daaraan vergeefs arbeiden, indien de wijze, waarop men dat doet, niet in overeenstemming is met het wezen der kerk. Het komt er vóór alles op aan, dat men zich daarvan klaar en duidelijk bewust is.
En wie zich daarvan bewust wil worden, moet niet afgaan op allerlei beschouwing en opvatting, welke uit den chaos van het heden opklinken. Reformatie vraagt, dat hij zich rekenschap geeft van wat de reformatorische belijdenis daaromtrent zegt. En dat is niet maar de individueele taak van dezen of genen theoloog of leider, maar van de kerk als geheel.
De kerk behoort zich in haar kerkeraden, classicale vergaderingen en in de Generale Synode te bezinnen op haar wezen, zooals haar reformatorische belijdenis daarover spreekt. Eerst, als zij daarvan een duidelijk beeld heeft, kan dat worden geconfronteerd aan de Heilige Schrift.
En dan van tweeën één : óf de kerk komt tot het inzicht, dat de reformatoren zich hebben vergist, wijl de Heilige Schrift wat anders leert, óf zij moet bekennen, dat de reformatoren het juist hebben gezien en terecht zoo hebben beleden.
In het eerste geval is de reformatie bij het hart der zaak reeds ingetreden, en in het tweede geval, heeft zij in deze reformatorische belijdenis een vasten grondslag om zich te reformeeren.
Alleen in den aangegeven weg zal de kerk ervaren, dat zulk een reformatie het kerikelijk leven in ons volk als geheel omvat en dat de volkskerkelijke aanspraken eerst dan kracht zullen erlangen en als een vrucht der reformatie zullen worden gerechtvaardigd.
Al wat men beproeft buiten deze zaak om en over de kerk heen, kan op niets anders uitloopen dan op een mobiliseering van persoonlijke krachten met geen ander gevolg dan dat men instede van een volkskerk een getimmerte bouwt, waarin voor de kerk geen plaats is en waarvan het volk niet wil gediend zijn.
Het is trouwens niet alleen geestelijke eisch, dat men de zaken der kerk behartigt overeenkomstig haar aard en wezen, het is ook eisch van wetenschap en practijk om iedere zaak, welke ook, naar haar wezenlijke structuur te kennen en te hanteeren. En het is betreurenswaardig, dat de kerk goed genoeg wordt geacht om aan allerlei experiment te worden blootgesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's