Luthers sterfdag
1546 - 18 FEBRUARI - 1946
Lucas Cranach vervaardigde in 1540 het portret van Maarten Lutrer, toen 57 jaren oud, met de spreuk: „In silentio et spe fortitudo vastra", d.i. In stilheid en vertrouwen zal uwe sterkte zijn."
Het is der moeite waard even stil te staan bij de sterfdag van een der grooten in Israël, nu juist 400 jaren geleden. Luther werd 10 Nov. 1483 te Eisleben geboren en in Januari 1546 op reis om een twist tusschen de graven van Mansfeld te beslechten, stierf hij ter plaatse, waar hij het eerst het levenslicht aanschouwde.
Geenszins echter als een stille in den lande, die als vergeten burger het vaderlijk huis bewoont of het voorvaderlijk erf als familiegoed beheert, want het is ons bekend, dat weinigen als hij zoo'n bewogen leven hebben gehad, daarbij door Duitschland gezworven heeft, teneinde zijn roeping gehoorzaam op te volgen, welke bestond in de profetische opdracht het volk terug te roepen tot het apostolisch geloof. Telken jare hebben wij gelegenheid op 31 October de Kerkhervorming te gedenken, waarmede Luthers naam onlosmakelijk verbonden is. Wij laten thans deze geweldige periode rusten, en willen expresselijk zwijgen over de beteekenisvolle daden uit het leven van dezen grooten Hervormer. Immers hebben wij ons een oogenblik gezet tot het herdenken van zijn sterfdag 18 Februari 1546 te Eisleben.
De brief over zijn heengaan, geschreven door Aurifaber aan dr. Pfeffinger, predikant te Leipzig, luidt als volgt:
Ik heb U een treurige boodschap te melden, waarde Heer ! De hooggeëerde dr. Luther is op 18 Febr. tegen drie uur in den morgen gestorven. Hij was drie weken lang bij ons in Eisleben om onze Graven te verzoenen als een „wagen Israels en zijne ruiteren". Tijdens zijn verblijf alhier heeft hij viermaal gepredikt en is tweemaal ten Avondmaal gegaan. Des nachts om één uur kwam hij overeind in bed, wekte zijn bediende om dr. Jonas te ontbieden. Deze vroeg, wat er van zijn verlangen was. Geliefde Heer Doctor, antwoordde Luther, ik wil in Eisleben blijven. Hij voegde er aan toe, dat zijn oude kwaal hem hinderde en vroeg om doeken warm te maken, waarmee hij zich voorloopig behielp. Intusschen zorgde Jonas, dat de doktoren kwamen, die hem een weinig verlichting verschaften. Ook kwam nog Graaf Albrecht met zijn vrouw en vele predikanten, in wier tegenwoordigheid hij veel bad. In zijn sterven bad hij : Almachtige God en Vader van mijnen Heere Jezus Christus, dien ik geleerd en beleden heb, maar die door paus en wereld is vervolgd, belasterd en geschandvlekt wordt, erbarm U over mij en neem mijne ziel in Uwe hand. En na eenige troostrijke Schriftuurplaatsen als: „Alzoo lief heeft God de wereld gehad", enz., geciteerd te hebben, blies hij in het geloof in den Zone Gods den laatsten adem uit. Ik schreef U dit in diepste zielesmart.
Dit is alles in den vroegen morgen opgeschreven door Justus Jonas voor den Keurvorst Johan Frederik van Saksen.
Den 22sten Februari hield Philippus Melanchthon te Wittenberg, alwaar in de slotkapel onder den kansel het stoffelijk overschot werd bijgezet, de lijkrede, waaraan wij het volgende ontleenen :
Het lijdt geen twijfel, dat vrome, Christelijke harten vóór en na tot in eeuwigheid de goddelijke weldaad zullen roemen en prijzen, die hij door dezen Luther aan Zijn Kerk gegeven heeft. Luther heeft voor de zuivere leer bestendig en met trouw en ijver gestreden. Daardoor behield hij een goed, oprecht en eerlijk geweten. Daarom moet ook ieder die hem goed gekend en in zijn nabijheid verkeerd heeft, getuigen, dat hij een zeer goedhartig man geweest is, met recht liefelijk, vriendelijk, in het geheel niet driftig, eigenzinnig of twistziek. Was daarnaast ernst en kloekheid in zijn woorden en gebaren, gelijk dit zulk een man voegt, kortom, zijn hart was trouw, zonder valschheid, zijn mond vriendelijk en liefelijk. Vandaar is duidelijk, dat de hardheid, waarmee hij optrad in geschriften tegen de vijanden der zuivere leer, niet voortsproot uit een twistziek of boosaardig gemoed, doch haar grond had in den ernst, met ijver in wijsheid aangewend.
Dat zoo'n bizonder man met zoo'n groot verstand, geleerd en door oefening beproefd en ervaren, met vele zeldzame christelijke deugden begiftigd, door God verwekt tot oprichting van Zijn Kerk, door ons als een vader hartelijk bemind, uit het leven en uit ons midden opgeëischt en heengegaan is, daarover dragen wij onzerzijds gelijk vanzelfsprekend is droefheid en smart. Want wij zijn nu aan arme, ellendige, verlatene weeskinderen gelijk geworden. Een zeldzaam voortreffelijk man hebben wij tot vader gehad, van wien wij nu zijn beroofd. Daar wij echter den goddelijken wil hebben te gehoorzamen, behooren wij te weten Gode schuldig te zijn te gedenken Zijne weldadigheden. Dezen dank zullen wij Hem getrouw bewijzen. Luther's deugden mogen ons zijn tot een voorbeeld, om die, naardat een iegelijk talenten verkreeg, na te volgen".
(Ridderkerk)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's