Niet verantwoord
In verband met hetgeen werd opgemerkt in „Christendom van de daad", kan het zijn nut hebben eens op de verantwoordelijkheid der kerkeraden te wijzen. Die verantwoordelijkheid wordt bepaald door de roeping der ambten. In den kerkeraad zijn de ambten vereenigd, opdat zij gezamenlijk en in het bijzonder aan de door Christus bevolen roeping en bestemming zullen beantwoorden. Tot onderhouding van een goede orde in de gemeente des Heeren is dat noodig. Maar de zorg van den kerkeraad is niet ten einde, als de prediking des Woords in de samenkomst der gemeente regelmatig kan plaatsvinden, en de noodlijdende lidmaten worden geholpen.
Een kerkeraad mag zich niet tevreden stellen, als deze dingen geschieden. Hij kan het niet genoeg achten, als komt wie komen wil, om verder tot de orde van den dag over te gaan. Het moge overbodig geacht worden dit te zeggen, omdat men immers wel weet, dat zulk een opvatting al te dwaas klinkt. Denken wij dan niet aan het huisbezoek? Ziekenbezoek? Doopbezoek ?
Ja, dat is ook een stuk herderlijke zorg van den kerkeraad, en een stuk van vele klachten. Maar die herderlijke zorg van den kerkeraad gaat nog veel verder. De predikant kan terecht opmerken, dat de herderlijke zorg van den kerkeraad begint op den kansel en haar eerste kracht ontleent aan de tucht des Woords. Dat is een voornaam stuk. De geregelde prediking van den catechismus kan hier ook onschatbare diensten verrichten.
Op hen, die de samenkomst der gemeente niet nalaten, zal dat niet zonder uitwerking blijven. Maar nu ten aanzien van hen, die daarin nalatig zijn ? De kerkeraad staat toch voor de gansche gemeente. Aan die verantwoordelijkheid kan hij zich niet onttrekken. Wel kan een lidmaat der gemeente zich aan het opzicht en de zorg van den kerkeraad onttrekken.
De roeping van den kerkeraad — en mitsdien zijn verantwoordelijkheid — strekt zich over de gansche aan zijn zorg toevertrouwdie gemeente uit. Hij zal daarom aanhouden in 't vermanen dergenen, die door hun wandel daartoe aanleiding geven. Ook bij het nalaten van de samenkomst der gemeente.
Dit raakt onmiddellijk reeds aan de zorg voor het gezin. Deze is in de eerste plaats aan de ouders. Maar de roeping der ouders sluit die der kerk niet uit. Zij kunnen te kort schieten door onverschilligheid voor de geestelijke dingen en de Christelijke levensorde, maar dat kan zijn aanleiding ook vinden in onmacht, in de omstandigheden des levens. De huiselijke godsdienstoefening komt, vaak weinig tot haar recht. Op het èène uur catechisatie kan de kerkeraad het in vele gevallen niet laten aankomen.
De oprichting van Zondagsscholen en Jeugdvereenigingen heeft op zijn minst bewezen, dat er behoefte is aan wat meer en wat anders dan gewoonlijk de catechese geeft of geven kan. Voor een groot gedeelte hangt dit samen met de veranderingen in de samenleving, die de laatste generaties zagen.
Of de Jeugdvereenigingen in die behoefte genoegzaam en op gewenschte wijze voorzien, is een andere vraag. Ouderen en jongeren staan op zijn minst sceptisch daartegenover en een belangrijk deel onzer jeugd voelt zich tot deze vereenigingen niet aangetrokken. Nochtans verdient dit werk meerdere waardeering, dan sommigen daaraan toekennen. Maar, het gaat thans over de vraag, of de kerkeraad met dat alles verantwoord kan zijn. Of hij hier niet een taak heeft ten opzichte van de jonge menschen, die door geboorte en doop tot de gemeente behooren. En zoo ja, wat doet de kerkeraad aan die taak? Daar ligt nu de zaak. En het behoeft niet eens de kerkeraad van een groote-stads gemeente te zijn om te ontdekken, dat hij hier met een vraagstuk heeft te doen, hetwelk niet zoo eenvoudig is. Niets doen, is zeker niet verantwoord. En de jeugd zelf laten voorzien in wat de kerkeraad moet ter harte nemen, kan evenmin verantwoord zijn.
Het gezin opwekken en te hulp roepen is wel het eerste en een weg zoeken om gezamenlijk die taak te verrichten, is het tweede.
En dan, waar moet men beginnen?
Dat hangt er van af. De herdlerlijke taak gaat in de eerste plaats over de kudde en dan over het afgedoolde. Er kan een deel der gemeente zijn, dat zoover is afgedwaald, dat men met recht van vervreemding en ontkerstening kan spreken. De gewone pastorale zorg van den kerkeraad reikt al sedert jaren niet meer zoo ver. De kerkeraad staat hier niet alleen tegenover een jeugd, die een Christelijke opvoeding niet heeft gekend en van een Christelijke levensorde niets verstaat, maar ook tegenover een ouder geslacht. En de kerkeraad is niet verantwoord, als hij zonder meer het standpunt inneemt : „zij zijn van ons uitgegaan, want zij waren van ons niet". Mogelijk, dat dit oordeel velen zal treffen als de kerkeraad aan het werk gaat. Er zullen er zijn, die zich willens en wetens onttrekken en dan wordt het een andere zaak. Doch wat den kerkeraad in het algemeen van zulk een standpunt moet weerhouden, is het onbetwistbare feit, dat hier een onbetaalde rekening van den kerkeraad in het verleden ligt. „Wij en onze vaderen". En wijl nu de kerkeraad! moet doen, wat de hand vindt om te doen en wat hij doen kan, heeft hij te overwegen een Zendingsorgaan ter plaatse in het leven te roepen, indien daarvoor oorzaak is. Want er zijn grenzen. Zoo is er ook een grens tusschen de kerk en de wereld.
Wij doelen hiermede op de zichtbare kerk en wachten ons om de waarachtige geestelijke kerk in, wat voor oogen is, af te bakenen. Maar ook zóó zijn er grenzen, al zijn deze nevelachtig. Het gaat dan ook in menige plaats niet aan, allen nog tot de kerk in zoo uitwendigen zin te rekenen, die zich protestant. Hervormd of zelfs nog Christelijk noemen.
En dan gaat uit den aard der zaak de eerste zorg van den kerkeraad uit tot degenen, die binnen bepaalde grenzen nog tot de gemeente geacht worden te behooren. Maar dan ook verdient het ernstige overweging, of de Zendingsroeping niet uitdrijft naar het ontkerstend volk in eigen omgeving. Daarvoor menschen te vinden, die de gave hebben en bereid zijn, zal niet altijd. gemakkelijk zijn. Maar er kan worden uitgezien en zoo men ze vindt, al was het slechts één man, kan een begin worden gemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's