De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Religie en Overheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Religie en Overheid

5 minuten leestijd

Heeft de Overheid wat met de religie van doen ? Tegen alle klare en duidelijke feiten in, komt deze vraag altijd weer op het tapijt. Wij vragen, welke Overheid in de wereld kan worden aangewezen, die met de religie niet van doen heeft gehad? Of hebben de overheden niet de grootste zegeningen en ook haar ondergang te danken en te wijten aan haar religieuse houding ?

De oude heidensche wereldstaten waren a.h.w. op de religie der volkeren gebouwd en de oudste gemeenschapsvormen zijn van huis uit religieuse gemeenschappen. Het gekerstend Europa zag den strijd der vorsten beslist met de erkenning van de suprematie van de geestelijke macht boven de wereldlijke. (De leer der twee zwaarden). En ook in de landen der reformatie werd de religie als openbare aangelegenheid en fundament van staat erkend, zoodat ook de Christelijke kerk als staatskerk, de belijdenis als nationale belijdenis werd gestempeld. (Denk aan de Nederlandsche geloofsbelijdenis, naast de Fransche e.a.). Desondanks kwam de gereformeerde religie krachtig op voor de vrijheid en de zelfstandige autoriteit der kerk tegenover de Overheid, zonder nochtans de publieke waardeering van den godsdienst en de roeping der Overheid om dien te beschermen en daaraan de hand te houden uit het oog te verliezen.

Eerst in de moderne geschiedenis wordt het streven allengs openbaar om een scheiding van kerk en staat te propageeren en door te zetten, die ook een losmaking van de religie en mitsdien van het fundament van het Overheidsgezag op het oog had. De leer van den neutralen staat. De Overheid als zoodanig kent volgens deze leer dus geen religie. Geloof is een private aangelegenheid, zoo leerde men.

De Christelijke belijdenis aangaande de Overheid werd beroofd van haar openbaar karakter en van haar beteekenis voor het volksleven. Het Staatsgezag (men sprak allengs minder van Overheidsgezag) zou zich op eigen fundeering van den mensch oprichten. Het humanisme zegevierde over den Christelijken geest. En naarmate de zegetocht van dit liberalisme voortgang vond, werden de oude fundamenten afgebroken en rees het gebouw van den modernen staat in zijn wisselende structuren.

Waar de dictatuur zich wist te vestigen, bleek zij allesbehalve neutraal tegenover de religie te staan. Zij liet de kerk niet ongemoeid. Integendeel, want deze ondervond haar geweld tot vervolging toe. Doch niet alleen in haar aan de kerk en het Christendom vijandige natuur deed zij zich kennen, zij weet ook haar ideologieën door een mystiek te omgeven, welke speculeert op het religieus gevoel. Men denke aan het Nationaal-Socialisme, dat zijn ideologie van bloed en bodem wist te verbinden aan de herleving van het Germaansche heidendom en het heidensche zonnerad in den vorm van het hakenkruis tot embleem van staat verhief.

De wijsgeerige wegbereiders van het moderne socialisme hebben reeds gesproken van een religie der menschheid en vereerden den mensch in den tempel, dien hij zich zelf had bereid.

De historie wijst dus uit, dat de staat (of liever de Overheid) nimmer neutraal is tegenover de religie. Neutraal beteekent geen van beide, niet vóór en niet tegen. Dat kan ook niet. Neutraal is ten aanzien van de religie een onmogelijke zaak, omdat het religieus gevoel op zich zelf niet neutraal kan zijn. Men moge zich daarvan bewust zijn of niet, maar zeker is, dat het religieus gevoel betrekking heeft op den eenigen en waarachtigen God. De mensch kan buigen of weerstaan, hij kan vroom of goddeloos zijn, maar hij kan niet neutraal zijn tegenover den God der religie. Wie niet voor Mij is, is tegen Mij en wie tegen Mij niet is, is voor Mij, zoo heeft de Heere Jezus gesproken.

Dit alles doet niet af van het persoonlijk karaktervan het geloof in den God der Schriften, maar religie en geloof is nog niet hetzelfde. Geloof is wel religie, maar alle religie is nog geen geloof. Religie is een algemeen menschelijk verschijnsel. Niemand kan zich onttrekken aan de werking van het religieus gevoel en als het tot waarachtig geloof niet komt, zoekt de religie een uitweg in mensch- en natuurvergoding en stelt zich tegen het geloof.

Maar daarom kan ook geen Overheid neutraal staan tegenover de religie in het algemeen en stellig niet tegenover de religie der Schriften met haar absoluut karakter, welke bovendien de Overheid versiert met den titel dienaresse Gods. En zij zegt dit niet maar van de Christelijke Overheid, alsof het voor haar alleen gold, maar van de Overheid in het algemeen. Het kan alzoo aan geen twijfel onderhevig zijn, dat in het Christenland de Overheid schuldig is die goddelijke roeping te erkennen en dienovereenkomstig te dienen. Een niet erkennen daarentegen staat in het teeken der revolutie en aangezien een neutraal standpunt geen anderen dan negatieven zin kan hebben, staat dit gelijk met niet-erkennen. Ook een zoogenaamde welwillende neutraliteit is een halfslachtigheid, welke in haar welwillendheid een positieve neiging, in haar neutraliteit een negatieve instelling poneert en een innerlijke tegenstelling verraadt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Religie en Overheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's